Mijn foto

Laatste reacties

  • Nico Het eigenbelang boven het al
  • Marbella Weet iemand of thomas in 196
  • Pvda Maffia Het maffiose gedrag van de P
  • Robin Als Asscher niet geassocieer
  • Club Wat had u nou gedacht eigenl
  • Jelly Wil hij pandjes onteigenen e
  • M.F De Geschiedenis van Lodewijk
  • R.H De erfenis van Lodewijk Assc
  • Veronruste burger Een corruptie onderzoek in d
  • Hans Hermanides is een gelukzoeke
Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad
INLEIDING

Mijn weblog beschrijft historische en actuele feiten en omstandigheden die verband houden met de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke procedure die sinds 30 januari 2006 door de overheid tegen mij en mijn bedrijven wordt gevoerd.

Hoewel het tegenovergestelde wordt verkondigd, blijken Openbaar Ministerie, politie en media het in de praktijk niet zo nauw te nemen met de waarheid. Tal van onjuiste en niet op feiten gebaseerde veronderstellingen zijn inmiddels vermomd als waarheid door de overheid en de media publiek gemaakt. Gerespecteerde journalisten vonden het geen probleem om vermoedens als feiten weer te geven. Kwalijke suggesties als ware ik de minister van Financiën van een criminele bende zijn geuit door een Officier van Justitie die thans als volksvertegenwoordiger in de Tweede Kamer zit. Zo kon er van mij een beeld ontstaan dat mijlenver is verwijderd van de werkelijkheid.   

Voor het schrijven van deze weblog heb ik behalve mijn eigen ervaringen en dagboekaantekeningen, onder meer gebruik gemaakt van strafdossiers, kamerstukken, wetgeving, publicaties, studies, adviezen en correspondentie met banken en overheden. Waar in de artikelen wordt geciteerd uit getuigenverklaringen, betreffen dit voornamelijk verklaringen die bij een rechter-commissaris zijn afgelegd. Daar is met een open vraagstelling naar de waarheid gezocht, en worden getuigen gemaand om de waarheid en niets dan de waarheid te vertellen.

M.A. Kaatee.
Amsterdam, 27 mei 2008


Bezoekersreacties
Deze blog ondersteunt de vrijheid van meningsuiting mits respectvol en fatsoenlijk uitgedragen. Bezoekersreacties worden aangepast of verwijderd indien deze kwetsend, obsceen, vulgair, lasterlijk, haatdragend, bedreigend of seksueel georiënteerd zijn. _______________________________________________________________________________________________________________________________________________________

17 november 2009

Crimineel vastgoed op de Wallen?

De WallenOp 16 juni 2009 hebben Wallenondernemers Jan Otten, Jan Broers en ik een open brief gestuurd naar de raadsleden van het stadsdeel Centrum. Wij deden een oproep aan het bestuur om uitspraken over maffia, criminele investeringen in vastgoed en witwassen in het Wallengebied te onderbouwen met feiten of anders te stoppen met het op dergelijke wijze criminaliseren van onze buurt.

NV Wallen
Stadsdeelvoorzitter Els Iping (PvdA) blijkt oostindisch doof voor onze oproep. Zij schrijft op 22 september jl. in haar reactie op onze brief: “U vraagt in uw brief om een gedegen en onafhankelijk onderzoek naar de criminaliteit op de Wallen,” waarop zij verwijst naar de jaarlijkse rapportage van de eigen bestuursdienst over het 1012-project aan de deelraad en aan de gemeenteraad.
Wij hadden echter gevraagd om een feitenonderzoek naar de veronderstelde criminele miljoenen die in vastgoed op de Wallen zouden zijn geïnvesteerd. Dat is iets anders dan de gekleurde analyses van de gemeente over criminaliteit op de Wallen in algemene zin. De VVD lanceerde onlangs een plan om een NV Wallen op te richten die net als NV Stadsgoed, NV Zeedijk, NV Stadsherstel en allerlei woningcorporaties, panden uit het zogenaamde criminele circuit moet gaan opkopen. Welke criminele panden de VVD voor ogen heeft, vertelden de liberalen er niet bij. De gemeente is momenteel met haar partners verreweg de grootste vastgoedbezitter op de Wallen.

Criminele inmenging in de rosse buurt?
Stevige uitspraken van bestuurders over het aanpakken van de maffia en onderwereld op de Wallen doen het goed bij de kiezer en leveren stemmen op. Maar als er werkelijk sprake is van criminele inmenging in de rosse buurt, waarom treden politie en justitie daar dan niet tegen op? Zelfs met de wet Bibob heeft de gemeente nog geen bedrijf op de Wallen kunnen sluiten. Het heeft er alle schijn van dat de bestuurders er flink naast zitten met hun veronderstellingen en ondernemers ten onrechte bestempelen als ‘crimineel’.

De Geerts-panden
Zonder aan te tonen dat die panden van misdaad afkomstig zijn heeft de gemeente NV Stadsgoed met tientallen miljoenen aan garantstellingen in staat gesteld de Wallenpanden van Charles Geerts over te nemen. Geerts moest uit de buurt verdwijnen omdat hij volgens wethouder Lodewijk Asscher ‘een crimineel of criminogeen persoon’ zou zijn. In de voormalige prostitutiepanden zijn tegenwoordig modeateliers gevestigd. Mevrouw Hoitink, de projectleidster van ‘Red Light Fashion’, beweert dat elke ontwerper voor het gebruik van zo’n Geerts-pand 600 euro per maand betaalt. Maar het stadsdeel stelt dat hen alleen de energierekening in rekening wordt gebracht. Wie moeten we nou geloven? In ieder geval wordt er fors verlies geleden op deze vastgoedinvestering.

Universiteit van Amsterdam
Omdat mevrouw Iping de strekking van onze brief van 16 juni niet heeft willen begrijpen, hebben wij de bestuurders nogmaals opgeroepen een onafhankelijk onderzoek naar ‘criminele Wallenpanden’ te laten verrichten. Wij hebben geopperd de Universiteit van Amsterdam hiervoor te benaderen. Het aantal strafrechtelijk vastgestelde witwasfeiten in relatie tot specifieke adressen op de Wallen is waarschijnlijk op één hand te tellen dus conclusies kunnen snel getrokken worden. Professor Bovenkerk zou het onderzoek kunnen leiden. Hij heeft destijds meegewerkt aan het Van Traa rapport en is bekend met de buurt. Inmiddels is hij gepensioneerd en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, die door The Times wordt gerekend tot de vijftig beste universiteiten van de wereld. De hoge positie wordt verklaard omdat “op de UvA uitstekende onderzoekers actief zijn,” meldde de woordvoerder van de universiteit in het Parool van 8 oktober 2009.
De goede onderzoekskwaliteiten van UvA zagen wij al terug in het rapport ‘Macht op de Wallen’ dat begin dit jaar verscheen. Studenten politicologie concludeerden daarin dat ondernemers door de gemeente zijn genegeerd bij de totstandkoming van het Wallenplan, dat vervolgens op een sluwe wijze aan de bewoners is gepresenteerd (“wie tegen ons plan is, steunt vrouwenhandel!”).

Stadsdeel centrum
Op 11 november 2009 heb ik tijdens de commissie vergadering Algemene Zaken van het stadsdeel Centrum onze nieuwe brief voorgelezen en verspreid onder de raadsleden. Ons verzoek om een feitenonderzoek was nu onderbouwd met het arrest van 3 juli 2009 over de Wallenpanden, artikelen uit het NRC en de aanbeveling de Universiteit van Amsterdam het onderzoek te laten doen.

De manieren van de PvdA
Toen mijn naam werd afgeroepen begaf ik mij naar het spreekgestoelte. De tijd bedroeg slechts 3 minuten. Stadsdeelvoorzitter Els Iping bleek geen interesse te hebben in ons verhaal. Zuchtend keek ze om zich heen toen ik refereerde aan de gebrekkige wijze waarop ze had gereageerd op onze brief. Direct daarna ging ze luid door mijn toespraak heen praten met haar buurman, een brildragende PvdA-er die de commissievergadering leidde en alleen aandacht had voor de klok. “U heeft nog een halve minuut!”, klonk het middenin mijn betoog. Even daarvoor wapperde de vrouwelijke griffier met de ingebrachte stukken om aandacht te trekken. Was die brief nou officieel ingediend of niet, wilde zij weten. Alsof dat niet even kon wachten.
Nadat de 3 minuten voorbij waren vroeg de PvdA-bril of ik van het bestuur een antwoord verwachtte op de voorgedragen brief die nota bene eindigde met: ‘in afwachting van uw reactie’. “Ja natuurlijk”, riep ik na deze onluisterende ervaring en nam weer plaats op de publieke tribune. Even later werden de raadsleden van de SP en D’66 afgesnauwd door de hooghartige stadsdeelvoorzitter, terwijl de andere PvdA-raadsleden gniffelend toekeken. Zo wordt de Amsterdamse binnenstad dus bestuurd.

5 november 2009

Vergunning Casa Rosso ‘voorlopig’?

Casa RossoCasa Rosso heeft eindelijk de vergunning gekregen om het bedrijf van 2007 t/m 2009 te mogen exploiteren. Dat heeft de gemeente op dinsdag 3 november 2009 bekend gemaakt, terwijl de termijn waarvoor de vergunning is bedoeld alweer in januari 2010 afloopt.
Bijna 3 jaar heeft eigenaar Jan Otten moeten wachten op deze beslissing. Zo lang heeft de gemeente hem in het ongewisse gelaten of hij zijn bedrijf mocht voortzetten. Burgemeester Cohen verklaarde op de locale zender AT-5 dat het vooral aan Jan Otten zelf lag dat het zo lang heeft geduurd. Pas in september jl. kwam de eigenaar van Casa Rosso met informatie op de proppen waaruit bleek dat er minder gevaar was dan gedacht dat de vergunning zou worden misbruikt, aldus Cohen. De gemeente blijft de financiering en de bedrijfsvoering van de onderneming niettemin in de gaten houden.

Geruchten
De nieuwe vergunningaanvragen moeten alweer de deur uit voor de periode 2010 t/m 2012. De gemeente zal de exploitant toch niet weer met een Bibob-procedure opzadelen? Sommige media denken van wel want zij publiceerden: ‘Casa Rosso mag voorlopig open blijven’ (AT-5) en ‘Het Amsterdamse sextheater Casa Rosso op de Wallen hoeft de deuren voorlopig niet te sluiten’ (Metro). Hoezo voorlopig? Weten zij soms meer? Heeft dit soms te maken met de geruchten dat de gemeente (lees Lodewijk Asscher), in de euforie dat het sekstheater met de wet Bibob kon worden gesloten, het Casa Rosso pand al heeft toegezegd aan NV Stadsgoed en Paul Hermanides om er een café-restaurant van te maken? De buit zou als het ware al verdeeld zijn onder de pleitbezorgers en belanghebbenden van de zogenaamde 'opschoning' van de Wallen.

Asscher en Hermadines
De voorzitter van de Amsterdamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland en Lodewijk Asscher treffen elkaar vaak en kunnen het goed met elkaar vinden. Sindsdien opende Hermadines café-restaurant Stanislavski in de Stadsschouwburg en restaurant Neva in de Hermitage. Hij was al uitbater van David & Goliath in het Amsterdams Historisch Museum.
Na een verbouwing van zijn hotel Arena kreeg Hermanides eerder dit jaar een ‘4-sterren plakkaat’ uitgereikt door Lodewijk Asscher die daarbij vermeldde: “De stad is vol van mooie initiatieven, van mensen die nieuw leven blazen in oude gebouwen in instellingen. Hotel Arena is daar een voorbeeld van, en dat is wat Amsterdam nodig heeft. Het imago van de stad verandert van sex, drugs en rock & roll naar cultuur en gastvrijheid.

Vriendjespolitiek
Als de geruchten kloppen is het alsnog verlenen van een exploitatievergunning aan Casa Rosso dus een flinke streep door de rekening voor Asscher en Hermanides die nu gedwongen worden hun snode plannen ‘voorlopig’ op te schorten.
Het Casa Rosso theater is een uniek Amsterdams instituut met een rijke historie. Miljoenen mensen, waaronder vele internationale artiesten en filmsterren, bezochten de shows van deze grote toeristische trekpleister op de Wallen. Het zou een gotspe zijn als het succesvolle theater door vriendjespolitiek en dubieuze wetgeving versjacherd zou worden aan de voorzitter van de Amsterdamse Horecabranchevereniging.

31 oktober 2009

Het gevecht van Lodewijk Asscher

Lodewijk Asscher - Nieuw AmsterdamBehalve in de columns van Theodor Holman wordt PvdA-burgemeester Job Cohen door het Parool gepresenteerd als de beste burgemeester die Amsterdam ooit gehad heeft. De lezers lopen met hem weg zo blijkt uit de vele steunbetuigingen voor Cohen die de krant regelmatig publiceert.
Met de landelijke PvdA gaat het slecht en de roep om Cohen om als reddende engel in Den Haag te verschijnen wordt alsmaar sterker. De Amsterdammers willen hun burgemeester niet kwijt, denkt het Parool. De krant gooide er daarom maar een onderzoekje tegenaan, verricht door Jeroen Slot (PvdA) van de gemeentelijke onderzoeksdienst O + S. Het zijn de bekende onderonsjes, zoals Bureau Berenschot rapporten mag schrijven over de successen van de wet Bibob.
De uitkomsten liggen altijd keurig in lijn met de visie van de PvdA. Dit in tegenstelling tot rapporten van de Amsterdamse Rekenkamer en de Universiteit van Amsterdam. Daar heeft de PvdA geen grote vinger in de pap. Als het PvdA-beleid wordt bekritiseerd in zo’n onafhankelijk onderzoek, zoeken PvdA-politici de oorzaak nooit bij zichzelf maar worden ze boos op de onderzoekers. Een grote verontwaardiging volgde na de conclusies van de rekenkamer over de kunstsubsidie en het corrupte PvdA-bestuur in Zuid-Oost.

Stokpaardje
‘AMSTERDAM WIL DAT COHEN BLIJFT’, is op 21 oktober jl. de weinig verrassende kop op de voorpagina van het Parool. Het onderzoek wees uit dat 63% van de ondervraagden Cohen liever niet naar Den Haag ziet vertrekken. De theedrinkende burgemeester die beweert dat de onderwereld de baas is in het Wallengebied, is nog steeds populair in de hoofdstad volgens de krant. Dat schietpartijen en andere criminaliteit juist niet op de Wallen maar in andere stadsdelen plaatsvinden, lijkt niemand zich te realiseren. ‘De criminelen op de Wallen’ moeten worden aangepakt. Dat is een stokpaardje waarmee bestuurders electoraal kunnen scoren. De panden van Charles Geerts en anderen zijn al voor tientallen miljoenen gekocht. Een weg terug is er niet.

‘Vechten tegen de criminelen op de Wallen’
Het Parool heeft ook laten onderzoeken wat de Amsterdammers een geschikte opvolger vinden van Cohen. ‘Een kwart van de ondervraagden kon spontaan een naam noemen. Daarbij viel die van loco-burgemeester Asscher het vaakst: bij 11 procent,’ schrijft de krant. Waarschijnlijk 11% van degenen die spontaan een naam noemden maar de indruk wordt gewekt dat het om 11% van alle ondervraagden zou gaan. PvdA-onderzoeker Slot vond 11% ‘heel veel’ want wethouders en raadsleden zijn doorgaans niet zo bekend. De PvdA-lijsttrekker voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen vindt de uitkomst zelf een geweldig compliment. Asscher gaat er al vanuit dat de PvdA de stad na de verkiezingen blijft besturen: “Het motiveert extra om de komende vier jaar door te vechten voor beter onderwijs, door te vechten tegen de criminelen op de Wallen…”
Gek dat journalisten nooit aan Asscher of Cohen vragen welke criminelen of ‘geboefte’ op de Wallen zij precies bedoelen als dit populaire duo het Wallengebied voor de zoveelste keer criminaliseert. Geen journalist die tijdens een interview opmerkt: Criminelen op de Wallen? Waar zitten die dan? Is er geen politie in die buurt? Over schietpartijen in Zuid-Oost of in de Baarsjes lees ik wel eens in de krant, maar op de Wallen?

Linkse populist
In tegenstelling tot de boel bij elkaar houdende burgemeester spreekt de linkse populist Asscher ferme taal. Op de voorpagina van zijn boek ‘Nieuw Amsterdam’ neemt de loco-burgemeester de pose in van het Christusbeeld in de wereldsteden Lissabon en Rio de Janeiro. In zijn boek schrijft hij:
“Als we weten dat de raamprostitutie in Amsterdam in handen is van een klein aantal criminelen, (…) Wat mij betreft wordt de raamprostitutie in Amsterdam actief ontmoedigd. Liever een toeristenattractie minder dan medeplichtigheid aan misbruik van vrouwen.”
en
“De Amsterdamse vastgoedmarkt is nu zozeer verweven met het criminele circuit dat veel nette investeerders wel drie keer uitkijken voor ze in de stad investeren. Het is belangrijk dat verdacht vastgoed op een slimme manier in handen van de gemeenschap komt en dat de markt langzaam weer teruggewonnen wordt. Zo moeten we de penoze dwingen elders hun geld wit te wassen.”

Gered door het Openbaar Ministerie
Ook in Penthouse nam Asscher geen blad voor de mond. In een interview over de Wallen in 2008 noemde hij Charles Geerts ‘een crimineel of criminogeen persoon’. Dit leverde hem meteen een klacht op wegens smaad. Asscher ontkende weliswaar de uitspraak te hebben gedaan maar de tekst van het interview had hij nota bene zelf geautoriseerd. Lodewijk werd gered door het Openbaar Ministerie die weigerde de klacht van Geerts in behandeling te nemen. Het Parool kraaide triomfantelijk: “HET IS NU OFFICIEEL: GEERTS IS CRIMINEEL”. Maar Asscher en het Parool juichen te vroeg want de zaak ligt nu voor bij het Amsterdamse gerechtshof. Indien Geerts in het gelijk wordt gesteld is dit een ernstige smet op het blazoen van de loco- en mogelijk toekomstige burgemeester.

De boel opstoken
In april 2008 wandelt Lodewijk Asscher met de locale televisiezender AT-5 over de Wallen waar hij wordt aangesproken door een stilstaande motorrijder.

Motorrijder: Hallo meneer Asscher, wilt u mij fouilleren?
Asscher: Pardon?

Motorrijder: Wilt u mij fouilleren?
Asscher: Nee.

Motorrijder: U heeft het in de krant laten zetten, in een interview.
Asscher: Dat ik u wil fouilleren?

Motorrijder: ‘Je moest eens weten wat je vindt als je elke Hell’s Angel preventief fouilleert’.
Asscher: Ik was niet van plan u te gaan fouilleren.

Motorrijder: Nee maar zo stook je natuurlijk wel een beetje de boel op hè.
Asscher: Dat is mijn werk.

Het werk van de loco-burgemeester van Amsterdam bestaat dus uit opstoken ofwel de boel ophitsen. Het is maar dat u het weet. Deze verborgen agenda van Asscher werd niet aan het licht gebracht door een journalist maar door een motorrijder wiens laatste vraag aan Asscher luidde:

"Ben je nou zo dom of…?"

Het antwoord van de PvdA-lijsttrekker verdween in de ronkende motor van een startende Harley-Davidson.

28 september 2009

Aanstootgevend

Priscilla Jourdan Las vegasDat de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (PvdA) in juni 2009 pleitte voor meer overheidsbemoeienis met kunst werd door partijgenoten als Lodewijk Asscher met gejuich begroet. Dat is immers waar de PvdA traditioneel voor staat: een overheid die zich overal mee bemoeit. Columnist Theodor Holman schreef in het Parool van 9 juni 2009 een aardig stukje over de 'Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie'.

‘Dat willen wij niet'
Aanstootgevende gokkast mag geen kunstwerk zijn in De Pijp’, stond op 18 september jl. met vette letters in de krant. Wat was er aan de hand? Het kunstproject ‘Dichter in de buurt’ in De Pijp dat op 19 september jl. werd geopend door burgemeester Cohen (PvdA), bestond o.a. uit een gedicht van Menno Wigman waar de kunstenaar een fruitautomaat naast wilde plaatsen. Het gedicht ging namelijk over hoe het leven geldvretend toeval is. Een ‘gokkast’ leek de kunstenaar wel aardig om dit uit te beelden. Maar de ‘Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’ verbood de gokkast. Volgens de politiewoordvoerder was het gedicht niet zo’n probleem maar wel de ‘opgepimpte gokkast’, want 'die is net als naakt, aanstootgevend'. En daar wilde de overheid de burgers voor beschermen. ‘De burger ziet natuurlijk alleen die gokkast en niet dat gedicht en dat willen wij niet’, aldus de woordvoerder van de 'Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’.

Draadstaal
Ik moest denken aan een aflevering van Draadstaal, het satirische programma van de VPRO, opgenomen in de kleinste speelhal van Amsterdam: Buddy Buddy op de Wallen. Dennis van de Ven zit daar als vrouw verkleed achter zo’n ‘aanstootgevende’ gokkast en demonstreert een speelmethode die helemaal geen geld kost. In De Wereld Draait Door noemde André van Duin dit een van de leukste Draadstaal-sketches die hij had gezien. Holland Casino was ooit sponsor van zijn theater shows. De gokkastendecors van die revue dienden daarna als flitsend decor bij de optredens van mijn band Seven Eleven. De ‘Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’ was toen nog niet actief. Die had de ‘aanstootgevende gokkasten’ op het podium vast afgekeurd.

‘Verkeerde uitstraling’
Wat kunnen we nog meer verwachten van deze overheid? Een verbod op fruitautomaten als decor van kunst en theater? Mogen films als ‘Casino’, ‘Ocean’s Eleven’, ‘Rain man’, ‘Fear and loathing in Las Vegas’ e.d. niet meer worden vertoond van de ‘Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’, vanwege de 'aanstootgevende' en 'verkeerde uitstraling’ van de gokkasten die erin voorkomen?

Meer gokkasten in Amsterdam
Toch lijken burgemeester en wethouders stapelgek op ‘gokkasten’ want het aantal wordt binnenkort fors uitgebreid in de Amsterdamse binnenstad. Eind 2009 opent het Tilburgse gokbedrijf JVH Gaming een speelhal in het City-theater aan het Leidseplein. Die is nu nog met 50 automaten gevestigd in de Reguliersbreestraat en mag straks als bonus voor de verhuizing zomaar 100 automaten extra neerzetten van de gemeente, in totaal dus 150 gokkasten (met een veelvoud aan spelersplaatsen).
In een raadsvoordracht, vraagt Job Cohen op 30 september 2009 de gemeenteraad in te stemmen om een ‘gokhal’ aan het Rembrandtsplein van het Duitse bedrijf Merkur te verplaatsen naar het Cineacgebouw, tegenover Tuschinski. Het aantal automaten ‘wordt gewijzigd van 88 in 200’. Die 200 gokkasten, waar Cohen al in 2004 zonder blikken of blozen zijn handtekening onder had gezet, passen bij lange na niet in het huidige pand maar wel in het Cineacgebouw. ‘Daarbij is het handhaven van de monumentale waarden van het Cineacgebouw zeker niet de minst belangrijke. De plaatsing op de lijst van de Unesco als erfgoed van wereldbelang van het gebied waarin dit topmonument is gelegen, ondersteunt het gebruik van het pand in de amusementsfeer’, schrijft Els Iping in haar aanbeveling voor het plan. Dat er een gokhal komt in ‘één van Nederlands topmonumenten’ is ook goed voor het gebied, meent de stadsdeelvoorzitter, want ‘de totale oppervlakte aan horeca neemt af, omdat de gehele Cineac haar horecabestemming verliest.’ Iping beschouwt het verdwijnen van horeca uit de binnenstad als een zege.

Buddy Buddy
Alle uitbreidings- en verhuisplannen van amusementscenter Buddy Buddy zijn daarentegen onbespreekbaar voor de gemeente. Op de huidige locatie aan de Oudezijds Achterburgwal mag het Amsterdamse bedrijf slechts 19 automaten plaatsen. Er kunnen er ook niet meer staan. Om rendabel te kunnen draaien zit het bedrijf al jaren te springen om meer oppervlakte en een groter aantal automaten maar de gemeente weigert steevast hieraan mee te werken.
In 2001 is het doorbreken naar het naastgelegen pand een slecht idee omdat ‘het algemeen beleid ten aanzien van automaten/speelhallen is dat uitbreiding niet gewenst is. Een eventuele hiertoe strekkende bouwaanvraag is derhalve niet bespreekbaar’. Kort nadat Buddy Buddy in 2004 door de Bibob-screening kwam, verzette burgemeester Cohen zich tegen een verhuizing naar een groter pand aan de Oudezijds Voorburgwal, waar jarenlang gokactiviteiten hadden plaatsgevonden. De reden die Cohen in zijn brief noemde was opmerkelijk: ‘Het horecabeleid voor het betreffende gebied is erop gericht verdere uitbreiding van horeca te voorkomen. Het stadsdeel werkt daarom niet mee aan een eventuele aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan, waardoor een speelautomatenhal in dit pand wel mogelijk zou worden.’ Om de verhuizing te frustreren stelde de burgemeester de speelhal opeens gelijk aan een horecabedrijf. Maar als het Duitse Merkur haar intrek wil nemen in het Cineacgebouw moet de horecabestemming daar nota bene vanaf worden gehaald om dit mogelijk te maken. Het is blijkbaar maar net hoe het de bestuurders uitkomt. Er wordt duidelijk met twee maten gemeten.

‘Laagwaardig’ en ‘criminogeen’
Het is haast niet voor te stellen maar Buddy Buddy mag van de gemeente niet eens de beschikbare 30m2 boven haar eigen speelhal gebruiken als kantoor. Daar is een vergunning voor nodig en ‘deze vergunning zal worden geweigerd’, stelt het stadsdeel zonder enige motivering in haar brief van 29 juli 2009. Buddy Buddy is nu eenmaal geen filiaal van een groot Tilburg’s of Duits bedrijf en tot overmaat van ramp ook nog eens gevestigd op de Wallen. In dat gebied hebben speelhallen de status ‘laagwaardig’ en ‘criminogeen’ gekregen in het coalitieplan 1012. Dát is pas aanstootgevend.

17 september 2009

De valse dagboekaantekeningen van Endstra

Nieuwe Revu: Dagboekaantekeningen EndstraOnder de titel ‘Nu ga je eraan’ publiceerde Nieuwe Revu op 22 juni 2005 exclusief Endstra’s geheime dagboek, dat zijn familie aan het weekblad had verstrekt.
Nieuwe Revu schreef onder meer het volgende over de aantekeningen: ‘Ook verwijst Endstra enkele malen naar Marcel Kaatee, van wie wordt gezegd dat hij de financiële man is van Holleeder. Eerder ontkende Kaatee tegenover Nieuwe Revu iets te maken te hebben met de Heineken-ontvoerder.’
(…)
‘Af en toe weet Endstra toch nog geld bij elkaar te ritselen. Schrijnend is de notitie op 27 april, waarbij Arnold Endstra, neef en protégé van de vastgoedhandelaar, wordt ingezet om het geld aan zijn afperser te overhandigen. Uit het dagboek: ‘250.000 euro cash. Arnoldje heeft het Marcel gegeven. Geld van mijn moeders spaarrekening in Zwitserland. Was al haar spaargeld.


Gert van Doorn
Tijdens het Kolbak-onderzoek werd Gert van Doorn, teamleider van de Nationale Recherche, gekoppeld aan Haico Endstra. Van Doorn was bij alle verhoren van Haico aanwezig en belde hem gedurende het onderzoek ook regelmatig op. Uit de processen-verbaal van de verhoren van Haico blijkt dat sprake is van een uitstekende samenwerking. De onderzoeksleider en Haico vormden een hecht team. Aan het begin van het 2e verhoor op 21 februari 2005 zegt Haico: ‘Ik ben benaderd door een journalist van een weekblad. Die vertelde mij dat hij het dossier van Raffles in had mogen kijken. Wel weer verbazend dat die mensen die dossiers in mogen kijken. Hij wist te vertellen dat ik gehoord was, dat Hummel gehoord was en dat Prins gehoord was. Ik vind dat echt verbazend.’ Van Doorn suggereert dat de journalist via Erik de Vlieger wel inzage zal hebben gehad in het dossier want die zocht de publiciteit. Daarna zet Van Doorn zijn memorecorder aan en vraagt aan Haico of hij weet hoeveel zijn broer aan Holleeder had betaald en of hij voorbeelden kon geven van die betalingen.
Haico: ‘Zelf heb ik een keer mijn spaarcenten op moeten halen en af moeten geven. Van mijn moeder kreeg ik 300.000 euro. Dat was zwart geld dat in het buitenland op een rekening stond. Ik heb dat geld opgehaald en naar mijn broer gebracht en die heeft dat geld doorgegeven aan Holleeder. Ik heb dat niet zelf gezien. Ik heb dat van mijn broer.

‘Wim was wel een cash-man’
Op 2 maart 2005 wordt Haico voor de 3e keer gehoord. De rechercheur wijst Haico op contante opnames van zijn broer uit de speelhallen in 2001 en 2002 en vraagt: ‘Zijn die kasopnames op enige wijze zakelijk verklaarbaar?’ Haico antwoordt: ‘Nee. Mijn broer liep altijd met een creditcard rond. Alles ging met die card. Hij heeft geen bijzondere uitgaven gehad in die tijd. Niet dan? Zakelijk gaat in de onroerend goed business het geld giraal en bancair om. Niet contant.
Was Haico echt zo onnozel? Bram Zeegers verklaarde dat vele tonnen aan contanten bij het kantoor aan de Apollolaan zijn binnengekomen. Joop van der Haar, Endstra’s financiële man, verklaarde op 18 mei 2004 dat Wim vrij veel cash betalingen deed. Later, op 21 juli 2005, bevestigde hij dat nog eens:’Wim was wel een cash-man. Hij had altijd geld bij zich.’ Vriendinnen van Endstra en anderen verklaarden eveneens dat Wim altijd flinke bedragen aan contant geld op zak had.

‘Geld van uw moeders rekening’
De teamleider wil dan van Haico weten wanneer hij dat contante bedrag, die 300.000 euro van de rekening van zijn moeder, had opgehaald. Volgens Haico was het saldo niet 300.000 maar ongeveer 270.000 euro en was de rekening nu leeg en opgeheven. Hij ging het nakijken.
Van Doorn koppelt het bedrag tijdens het verhoor direct aan de dagboekaantekening van 27 april 2003 en zegt: ‘Ik moet wel zeggen dat in die periode uw broer kennelijk in nood verkeerde. Ik zie in zijn journaal dat hij schrijft dat er geld van uw moeders rekening is gehaald en dat Arnold een bedrag aan Marcel heeft gegeven.
Op 24 maart 2005 heeft Haico het allemaal voor hem uitgezocht: ‘Ik heb op uw verzoek gekeken naar die opnames van contant geld. Dat is 2 maal 100.000 geweest in januari 2003 en het is éénmaal 70.000 euro geweest in augustus 2003. Dat was geld dat op een rekening stond in het buitenland en dat van mijn moeder afkomstig was.
Deze bedragen zijn gezien de datum van opname niet te relateren aan hetgeen Endstra in zijn dagboek had vermeld. Dus moest er verder worden gespeurd in het buitenland.

De Wicki-rekening
Daar vond de recherche nog een rekening van Endstra’s moeder. Op 31 augustus 2006 wordt Astrid Endstra hierover ondervraagd door teamleider Van Doorn. Zij was gemachtigd op deze coderekening van haar moeder in Zwitserland, de zogenoemde Wicki-rekening. ‘Ik denk dat het om spaargeld gaat van mijn moeder. Mijn moeder is in 1998 overleden’, verklaart Astrid.

V: Willem Endstra schrijft in zijn dagboek een mutatie 1 april, dat moet zijn 2003, ‘SF 241 WIKKIE MAMA’. Wat kunt u daarover vertellen?
A: Daar is mij niets over bekend.

V: Heeft uw broer ooit gesproken over het feit dat hij afgeperst werd?
A: Hij heeft daar nooit over gesproken. Als hij het mij had gezegd dan had ik alles verkocht maar hij heeft nooit iets gezegd. Hij wilde mij denk ik toch wel sparen.

V: Wat kunt u ons vertellen over de activiteiten van uw broer in Liechtenstein? Ik toon u een brief met de naam A. Endstra gericht aan de heer V.
A: Ik twijfel er zelfs aan of dit mijn handtekening is. Ik zou nooit ondertekenen met Frau A. Endstra. Ik ken de heer V. niet. Ik was nooit op de hoogte van enige activiteiten van mijn broer in Liechtenstein.

Dat Astrid suggereerde dat haar broer haar handtekening had vervalst vond het onderzoeksteam vast niet zo prettig. Wim Endstra was in hun ogen een slachtoffer en dat moest vooral zo blijven. In tegenstelling tot broer Haico en zus Beatrix die meerdere keren zijn gehoord, ook bij de rechter-commissaris, bleef het bij Astrid bij die ene bij de politie afgelegde verklaring.

Dagboekaantekening vals
Volgens het Openbaar Ministerie is de Wicki-rekening het steunbewijs dat Endstra’s dagboekaantekening van 27 april 2003 klopt. Want ‘in een briefje dat op 17 april 2003 bij de Zwitserse bank is binnengekomen, vraagt Endstra de rekening te sluiten en het saldo uit te betalen. Dit saldo is dan ongeveer 350.000 euro’, schrijft het O.M. tijdens het hoger beroep in haar repliek. Maar dit saldo is volgens het bankafschrift, dat goed was weggestopt in het strafdossier, pas uitgekeerd op 30 april 2003. De envelop die op 27 april 2003 aan mij is overhandigd bevatte dus helemaal geen spaargeld van Endstra’s moeder. Wat een misselijke streek van Wim om hierover te liegen en te schrijven dat het om al het spaargeld van zijn moeder zou gaan. Uit de dossierstukken kan worden geconcludeerd dat dit in totaal ca 620.000 euro moet zijn geweest, althans het gedeelte dat in het buitenland was geparkeerd.

Geen geluidsopname
De rol van de CIE en Bram Zeegers bij deze en andere valselijk opgemaakte geschriften van Endstra zullen we waarschijnlijk nooit weten. Van het 11e achterbankgesprek waarin Endstra uiteindelijk beloofde om ‘aanstaand weekend’ samen met Bram Zeegers dingen op papier te zetten voor Justitie, is geen geluidsopname beschikbaar. CIE-officier F.W.M. van Straelen schrijft hierover in zijn proces-verbaal van 4 mei 2006: ‘Na afloop van het 11e gesprek met Endstra is de medewerkers van de CIE gebleken dat hun ter beschikking gestelde opnameapparatuur niet goed had gewerkt’.

11 september 2009

‘Minister van Financiën’

NOVAWat bezielde het Openbaar Ministerie toch om mij in openbare zittingen aan te duiden als de ‘Minister van Financiën’ van de veronderstelde criminele organisatie van Willem Holleeder? Volgens Endstra was ik immers die aardige jongen die geen vlieg kwaad deed en werd misbruikt. Tijdens de achterbankgesprekken noemde hij juist andere personen als zijnde de financiële mensen rond Holleeder. Toch stelde aanklager Koos Plooij tijdens raadkamerzittingen in februari en maart 2006 dat ik de financiële spil was in een criminele organisatie. Fred Teeven gooide er op 11 april 2006 nog een schepje bovenop door mij te kwalificeren als ‘de minister van Financiën van Holleeder’ en te suggereren dat als ik werd vrijgelaten, ik vermogens zou wegsluizen die nog niet waren gevonden.

Schiphol-Oost
De rechtbank op Schiphol-Oost was streng beveiligd tijdens de eerste Pro Forma zitting op 11 mei 2006. Zwaar bewapend en wijdbeens bewaakten leden van de Koninklijke Marechaussee het gerechtsgebouw want de groep rond Willem Holleeder werd door het Openbaar Ministerie omschreven als een zeer gewelddadige criminele organisatie die zich bezighield met afpersing, omkoping en liquidaties, meldde de Volkskrant. Naast de enorme media-aandacht was ook de publieke belangstelling voor de zaak tegen ‘de bende van Holleeder’ ongebruikelijk groot, vertelde een woordvoerder van de rechtbank aan het NRC. “Het gebeurt niet vaak dat een vereniging uit Maastricht zich meldt met de vraag of ze met een groep van 20 mensen langs kan komen.

Dagboek
In het dagboek dat ik in het Huis van Bewaring in Zwolle bijhield schreef ik over die bewuste dag o.a. het volgende:
Aangekomen om 9.00u bij de Rechtbank op Schiphol zag ik een heel circus voor de deur met veel pers, televisie ploegen en mannen met mitrailleurs. Onderweg stond Peter R. de Vries even stil naast ons busje. Hij tuurde indringend naar binnen maar kon volgens mij niks zien door het geblindeerde glas. De zitting begon om 10.30u. Voor het eerst zat ik in de rechtszaal met de medeverdachten waarvan ik alleen Willem persoonlijk kende. Ik was de eerste verdachte die werd binnengeleid en zag een camera van de NOS waardoor ik niet meteen doorhad waar ik moest plaatsnemen. Kuijpers wenkte mij. Hij zat helemaal rechts, voor het publiek links, tegen de muur aan.

‘Minister van Financiën’
Plooij nam op Schiphol uitgebreid de tijd om de tenlastelegging voor te dragen. Teeven ging daarna in op specifieke onderdelen die mij aangingen. Opnieuw noemde hij mij de ‘Minister van Financiën’, zonder dit fatsoenlijk te onderbouwen. De Telegraaf schreef de volgende dag:
Om de waarheid tijdens het proces te achterhalen is het vertrouwen van slachtoffers en getuigen nodig. Daarvoor is nodig dat de voorlopige hechtenis blijft voortduren. Wat Plooy en Teeven betreft geldt dat zowel voor Holleeder als voor de overige verdachten zoals Senol T. (41) en Maruf (‘Paja’) M., die worden gezien als leiders van de criminele organisatie waarvan verder Richard G. (43), Ozan T. (34) en “minister van Financiën”, de gokhallenexploitant en bandleider Marcel K. (47) worden gerekend.
Teeven’s uitspraak voor een volle perstribune was door de journalisten keurig tussen aanhalingstekens gezet.

Kaatee geen mededader moord
Op 6 juli 2006 diende een schorsingsverzoek in Haarlem. Mr. Kuijpers wordt in het proces-verbaal van de zitting als volgt geciteerd: ‘Het openbaar ministerie noemt Kaatee de minister van financiën maar daarvoor dienen er wel aanwijzingen tegen cliënt te zijn. Je kunt niet zeggen, je kent Holleeder en Getuige D gaat praten over Kaatee. Destijds werd zoiets ook over de bedreigde getuigen A, B en C gezegd, maar die hebben toen ook niets over Kaatee gezegd. De officier van justitie houdt mij voor dat ik dat ook naar buiten heb gebracht. Ik kan u beloven dat als het zo zou zijn dat getuige D straks niet over Kaatee praat, ik weer naar buiten zal moeten brengen dat hij geen mededader is bij moord. Mijn cliënt komt nergens in het dossier als verdachte van moord in beeld, alleen in het hoofd van officier van justitie Teeven.
De rechter-commissaris concludeerde daarna in een gesprek met Getuige D dat deze niets wist te vertellen over mij. Getuige D mocht daarom niet als bedreigde getuige verklaren in mijn zaak.

Spilfunctie
Bij de tweede Pro Forma op 18 juli 2006 stelde Fred Teeven: 'Over Marcel Kaatee verklaarde Van der Bijl spontaan dat die van alle financiële zaken van Holleeder afweet. Ik noemde hem vorige keer al de minister van Financiën. (...) In de zaak Kaatee ligt voldoende financieel en ander onderzoek om hem ervan te verdenken een belangrijke bewaker van de gelden van Holleeder te zijn.'
Jan-Hein Kuijpers reageerde als volgt op deze nieuwe beschuldigingen: ‘Het openbaar ministerie zegt dat de papieren die het heeft verstrekt het beeld van het openbaar ministerie bevestigen dat cliënt een spilfunctie heeft binnen de organisatie Holleeder en dat hij de minister van financiën is en hij in een heel verre variant medepleger zou zijn van de liquidatie van Cor van Hout.(...) Er is enkel de verklaring van Van der Bijl die zegt dat Kaatee op de hoogte was van de financiële verhoudingen. Officier van Justitie Teeven was bij dat verhoor aanwezig maar er is toen niet doorgevraagd.
Uit de opnamen van het verhoor zou later blijken dat Van der Bijl in werkelijkheid had verklaard dat ik niets afwist van criminele zaken van Holleeder en dat de rechercheurs dit in hun proces-verbaal hadden weggelaten.

NOVA
Na het Telegraaf artikel van 12 mei 2006 volgden allerlei publicaties waarin ik werd aangeduid als ‘de minister van Financiën’ van Willem Holleeder. ANP-journalist Peter Elberse zou later in zijn boek ‘Bekentenissen uit de Bunker’ schrijven: ‘Voordat het proces begon werd hij (Kaatee) veelvuldig afgeschilderd als de financiële man van de Neus, de boekhouder, zelfs ‘de minister van Financiën'. Inmiddels kunnen we vaststellen, denk ik, dat Kaatee daarmee onrecht is aangedaan, want van een dergelijke positie in een criminele organisatie is beslist geen sprake geweest’.
De Haarlemse Rechtbank zag in mij eveneens geen ‘minister van Financiën’ en sprak mij op 21 december 2007 vrij van alle beschuldigingen, m.u.v. het eenmalig aannemen van een envelop met contant geld. ’s Avonds in NOVA gaf Bart Nieuwenhuizen, hoofdofficier van het Landelijk Parket, commentaar op het vonnis dat door de presentator werd omschreven als ‘een klinkende overwinning voor het Openbaar Ministerie’. Alleen het onderzoek naar geldstromen leek niet echt naar tevredenheid te zijn afgerond. Wat vond Nieuwenhuizen bijvoorbeeld van het vonnis van medeverdachte Kaatee, ‘die toch ook door het Openbaar Ministerie ‘de minister van Financiën’ van Holleeder werd genoemd’, vroeg Twan Huys. Niet door ons!’, loog de hoofdofficier van het Landelijk Parket waar de waarheid hoog in het vaandel behoort te staan. NOVA nam daar helaas genoegen mee.

9 september 2009

Bericht van het stadhuis

Cohen bibob AmsterdamEen dag na mijn publicatie ‘Stadhuis blij na arrest Holleeder?’, waarin ik mij afvroeg waarom het in de Stopera zo stil bleef na mijn vrijspraak, heeft de Burgemeester van Amsterdam een brief gestuurd naar mijn speelhallen. In deze brief van 4 september 2009 kondigt de Burgemeester aan een nieuw Bibob-advies aan te gaan vragen bij het Landelijk Bureau Bibob, onder meer vanwege ‘de nieuwe feiten en omstandigheden’, waarmee hij ongetwijfeld doelt op mijn volledige vrijspraak in het Holleeder-proces. Daarnaast achtte hij een nieuw advies wenselijk omdat het bestaande advies, luidend ‘ernstig gevaar’, dateert van 4 december 2007 en slechts een geldigheidstermijn heeft van twee jaar. De drie nog resterende maanden vond hij kennelijk te kort om een beslissing te kunnen nemen over de exploitatievergunningen van twee speelhallen op de Wallen voor de periode van 1 januari 2007 t/m 31 december 2009 waarvan de vergunningenaanvragen al op 4 december 2006 zijn ingediend.

3 september 2009

Stadhuis blij na arrest Holleeder?

Yab Yum Bibob StadhuisGejuich op stadhuis na vonnis Yab Yum’, las ik boven een Parool artikel van 8 juli jl. De Raad van State had een dag eerder geoordeeld dat de sluiting van Yab Yum door de gemeente terecht was. Deze uitspraak kan op het Amsterdamse stadhuis ‘in een lijstje aan de muur’ oordeelde de krant. De wet Bibob, waarbij zelfs anonieme CIE-informatie kan bijdragen tot sluiting van bedrijven, had voor de hoogste gerechtelijke instantie stand gehouden. ‘De familie Barazani, die een trits zaken aan het Damrak bezit, en eigenaar Marcel Kaatee van twee speelautomatenhallen op de Wallen zullen zich extra zorgen maken aangezien zij ook in grote Bibobzaken zijn verwikkeld’, speculeerde het Parool aan het slot van het stuk. Waarom extra zorgen? Mijn vrijspraak in het Holleeder-poces enkele dagen daarvoor had de krant blijkbaar gemist.

Van Traa
Criminelen bezitten vastgoed op de Amsterdamse Wallen en maken er de dienst uit, stellen burgemeester Cohen, wethouder Asscher en andere beleidsbepalers met enige regelmaat. Zij verwijzen daarbij naar het Van Traa rapport uit 1996 waarin aan de hand van gesprekken met de politie werd gesteld dat 16 ondernemers met criminele antecedenten actief waren in het gebied. De geïnterviewde politie- en justitieambtenaren doelden hierbij o.a. op de Heineken-ontvoerders. Hoewel aan deze voorbarige conclusie geen gedegen onderzoek ten grondslag lag, werd in het rapport als feit gepresenteerd dat Willem Holleeder en Cor van Hout het Casa Rosso imperium in hun bezit hadden. Een van de bewoners van de Wallen meende het ook te weten. Het gaat hier om ‘Piet Leeghwater’ die al veertig jaar woonachtig is in het Wallen-gebied en toen actief betrokken was bij het overleg tussen politie, justitie en de gemeente. Een vooraanstaande bewoner dus.

Nieuw Amsterdams Peil
Op 22 februari 2008 kreeg ‘Piet’ van Nieuw Amsterdams Peil (het electronische weekblad van de studenten Journalistiek aan de UvA) een podium om het Van Traa rapport nog eens aan te prijzen: ‘Zestien criminele groeperingen telde de commissie Van Traa. De meeste zitten er nu nog steeds. Het blijft raar. Het is het oudste stukje Amsterdam en dat geef je zó uit handen.
‘Piet’, die onder een gefingeerde naam zijn uitspraken deed, vertelde dat Holleeder vijf panden had op de Wallen. ‘Dat was hier al jaren bekend, maar er gebeurde niks. Politie, justitie of de fiscus zag je niet in de buurt. Er liepen wel agenten op straat maar dat was niet genoeg. Jullie moeten ook achter de gevels kijken, riepen we jarenlang.’ De wet Bibob kwam voor ‘Piet’ als een geschenk uit de hemel. ‘Eindelijk gerechtigheid. Ik ben zo blij’, beweerde de vooraanstaande bewoner met de gefingeerde naam. ‘Dat het zo lang duurde met die Bibob wet, daar kijk ik niet van op. Dat kost jaren. Nu pas sneuvelen de eerste criminelen. Die zijn nu boos dat hun panden worden afgepakt. Maar het criminele volk heeft zijn hand overspeeld. Geen wonder dat de overheid op een gegeven moment zegt: zo kan het niet langer. Ze hadden het allemaal kunnen weten. Als ze wat minder gejat, geroofd en gestolen hadden, dan hadden ze nou de gemeente ook niet achter zich aan gehad.’ Als het aan gefingeerde Piet ligt mogen alle ramen op de Wallen worden gesloten. ‘Het mikken is nu op een ander soort toeristen die van een hapje en een drankje houden en kunst en cultuur kunnen waarderen’, aldus vooraanstaande Piet.

Onderzoeken
In tegenstelling tot wat ‘Piet Leeghwater’ dacht, is vanaf 1994 wel degelijk uitvoerig onderzoek gedaan naar vermeende bezittingen van Holleeder c.s. op de Wallen. Merkwaardig dat ‘Leeghwater’ daar geen weet van heeft als vooraanstaande bewoner en trouwe bondgenoot van de politie, justitie en de gemeente, want het Wallen-gebied is net een dorp. Binnen een uur wist iedere ondernemer en bewoner op de Wallen van de politie-invallen die in april 1996, oktober 1997 en juli 2005 in de Molensteeg en aan de Oudezijds Achterburgwal plaatsvonden. Nou ja, iedereen behalve de onnozele ‘Piet Leeghwater’. Dit waren echte onderzoeken die niet bestonden uit het houden van gesprekjes met politiemensen, zoals bij Van Traa het geval was, maar waar jarenlang observeren en afluisteren van verdachten aan vooraf was gegaan, resulterend in complete inbeslagnames van administraties die minutieus werden gecontroleerd door specialisten van de FIOD. Strafrechtelijke zaken die werden geleid door crimefighters als Fred Teeven en Koos Plooij. Niet de minsten dus. De officieren van justitie moesten uiteindelijk constateren dat het hardnekkige gerucht over crimineel vastgoed op de Wallen slechts gebaseerd was op ‘verhalen’ die werden verspreid door voorname mensen als ‘Piet Leeghwater’. In 2003 en 2005 werden de oude verhalen over Heineken-ontvoerders op de Wallen opnieuw opgerakeld door respectievelijk Willem Endstra en Thomas van der Bijl, overigens zonder dat zij daarbij enig verifieerbaar feit noemden.
Vanwege bepaalde uitspraken van deze ‘getuigen’ werd aan het einde van het Hoger Beroep van het Holleeder-proces door de advocaten-generaal nog een ultieme poging gedaan om de zogenaamde ‘Wallenpanden’ te relateren aan criminaliteit door deze aan de tenlastelegging toe te voegen. Misschien wilden zij hiermee de gemeente Amsterdam behulpzaam zijn in hun Bibob-procedure tegen mij.

Het arrest
Het Amsterdamse Gerechtshof vond de verklaringen van Endstra en Van der Bijl over de Wallenpanden niet geloofwaardig en stelde in hun arrest het volgende:
Voor zover de advocaten-generaal aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd dat de Wallenpanden afkomstig waren uit afpersing, stelt het hof dat daarvoor onvoldoende bewijs voor handen is. Die afpersing is ook niet aan de verdachte ten laste gelegd. Wat betreft de stelling van de advocaten-generaal dat die panden afkomstig waren uit enig ander misdrijf dan afpersing, geldt eveneens dat dit niet kan worden bewezen. De advocaten-generaal hebben geen bewijsmiddelen genoemd die erop duiden dat Endstra in 1996 de Wallenpanden met crimineel vermogen heeft gekocht. Het hof heeft zodanig bewijs in het Kolbakdossier niet aangetroffen en kan ook overigens niet vaststellen dat de Wallenpanden uit enig misdrijf afkomstig waren. De verdachte moet daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken’.

Gejuich op het stadhuis?
Met de uitspraak dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat de Wallenpanden ‘uit enig misdrijf afkomstig’ waren, verwijst het hof alle speculaties dat losgeld van de Heineken-ontvoering op de Amsterdamse Wallen zou zijn geïnvesteerd naar de prullenbak. Wat een opluchting moet dit ook voor Jan Otten en Casa Rosso zijn geweest. Eindelijk een einde aan jarenlange geruchten die alsmaar maar bleven hangen in de buurt. ‘Wallenpanden geen crimineel vastgoed’ is een conclusie die tevens door de burgemeester van Amsterdam en zijn wethouders met gejuich zal zijn begroet. Zij verkeerden immers in de veronderstelling dat de Wallen in handen waren van de onderwereld zo lieten zij de wereld weten. Wat een enorme opsteker voor de stad Amsterdam die zo vaak in verband wordt gebracht met criminaliteit, ook door niet-bestuurders. In gedachte zag ik de burgemeester al in een polonaise achter Lodewijk Asscher aan lopen met voorop stadsdeelvoorzitter Els Iping, u weet wel die mevrouw van al die regeltjes waar ondernemers aan moeten voldoen om bewoners als 'Piet Leeghwater' te behagen. Door de feeststemming zijn ze vast vergeten mij te feliciteren met mijn vrijspraak dacht ik nog de eerste week na het arrest. Maar nu felicitaties van het stadsbestuur zo lang uitblijven vraag ik mij af of het stadhuis wel blij is met het oordeel dat de Wallenpanden geen crimineel vastgoed zijn. Zou ik me daarom ‘extra’ zorgen moeten maken zoals het Parool op 8 juli jl. schreef?

26 augustus 2009

Panorama

Interview Panorama boekhouder HolleederTwee weken na de vrijspraak op 3 juli 2009 hebben Priscilla en ik op verzoek van Panorama een gezamenlijk interview gegeven over hoe wij het Holleeder-proces hadden beleefd. Ik als verdachte en Priscilla als partner van een verdachte die jarenlang door justitie en in de media als ‘boekhouder van Holleeder’ is neergezet. Niet bepaald een aanbeveling om met mij een relatie te hebben. Mijn bankrekeningen werden opgezegd, vergunningen geweigerd, ik werd uit de speelautomaten brancheorganisatie gezet. Zelfs de Autoriteit Financiële Markten oefende invloed uit met een dringend advies aan mijn accountant om afscheid te nemen van ‘de boekhouder van Holleeder’ als klant. Indien dit advies niet werd opgevolgd, zou het accountantskantoor om de haverklap worden gecontroleerd, waarschuwden de medewerkers van de AFM. Dit resulteerde in een brief van het accountantskantoor dat zogenaamd ‘bij het doornemen van de klantenportefeuille’ was gebleken dat mijn bedrijven na jarenlange dienstverlening plotseling niet meer ‘in het klantenprofiel’ pasten en dat de werkzaamheden daarom niet meer konden worden gecontinueerd.

Schrik
Het interview in Panorama zou pas verschijnen tijdens onze vakantie in Amerika. Uit de eerste stroom sms-jes die wij op 29 juli jl. ontvingen, begrepen wij dat het artikel weliswaar goed was ontvangen maar ook verbazing had opgewekt bij vrienden en bekenden. Vooral de covertekst riep vraagtekens op. Hoewel Priscilla en ik elkaar hadden beloofd om tijdens onze vakantie niet ‘online’ te gaan, verschafte ik mijzelf toegang tot de digitale snelweg bij de eerstvolgende gelegenheid waar ik een computer aantrof (in Death Valley en Yosemite is dat niet zo vanzelfsprekend). Op de site van Panorama zag ik de cover en schrok me een hoedje. Panorama bevestigde op haar voorpagina wat het Openbaar Ministerie de afgelopen 3,5 jaar van mij heeft proberen te maken: HOLLEEDERS BOEKHOUDER.

Geen aanbeveling
Mijn gedachten gingen terug naar de echte boekhouder van Willem Holleeder die in het Kolbak proces op 1 november 2007 als getuige voor de Haarlemse Rechtbank verscheen. Deze merkte tijdens die zitting terecht op: "Sorry dat ik het zeg mijnheer Holleeder, maar het is geen aanbeveling de boekhouder van Holleeder te worden genoemd." Iedereen in de Bunker begreep wat hij bedoelde. Het kantoor van de man was een dag voor zijn getuigenis in het Financieel Dagblad genoemd en het feit dat hij Holleeders financiële administratie verzorgde en zijn belastingaangiften deed, zou hem klanten kosten. Merkwaardig genoeg maar gelukkig voor hem vonden Openbaar Ministerie en de media de getuigenis van de enige echte boekhouder van Holleeder (hij was dit van 1995 t/m 2006) nietszeggend. De man verklaarde namelijk: "In de pers wordt wel gezegd dat Holleeder miljoenen had maar die ben ik niet tegen gekomen". Dus bleef ik voor de media ‘de boekhouder van Holleeder’, waarschijnlijk tot grote opluchting van de getuige en zijn administratiekantoor.

Foute headlines en quotes
Met de foute covertekst had Panorama het tegenovergestelde bereikt dan was bedoeld. Het indringende effect van koppen in kranten en tijdschriften is alom bekend. ‘HOLLEEDERS BOEKHOUDER Marcel Kaatee’ wordt vaker gelezen en blijft daardoor langer in het geheugen geprent dan de kleine letters van het interview zelf.
Ook het onderschift op de voorpagina was bijzonder ongelukkig gekozen en geheel uit zijn verband gehaald. ‘Holleeder verdiende een nieuwe kans. En ik hielp hem daarbij’ heb ik niet letterlijk zo gezegd tijdens het interview. Het is ook niet kenmerkend voor het gepubliceerde verhaal, vond ook Mylene de la Haye, die het interview had afgenomen en de foute headlines en quotes eveneens betreurde. Haar valt echter niets te verwijten omdat zij daar op geen enkele manier verantwoordelijk voor was, zo liet de hoofdredactie van Panorama ons later weten.

Uitgestreken smoel
Ik ben GENAAID door het Openbaar Ministerie’ zijn niet mijn woorden geweest. Dat staat ook niet zo in het interview. Ten onrechte is dit als quote uitgelicht op diverse pagina’s. Dit is niet mijn taalgebruik. Hetzelfde geldt voor ‘zijn uitgestreken smoel’, duidend op het stalen gezicht van officier van justitie Koos Plooij. Dit constateerde Priscilla direct toen zij het terug las. Ik heb de tekst van Mylene vooraf mogen inzien en had dit nog willen meenemen in mijn opmerkingen. Kennelijk heb ik dit niet gedaan en is Plooij’s ‘uitgestreken smoel’ er in blijven staan. Dat is mijn eigen fout geweest.

Excuus
Ondanks mijn ervaringen met journalisten van de Telegraaf, Vrij Nederland, Algemeen Dagblad, Financieel Dagblad, REVU, De Pers, Folia, Crimelink en recent nog Esquire heb ik onvoldoende rekening gehouden met de invloed van een hoofdredacteur. "Er zijn van die dagen dat er wel eens iets tussendoor slipt wat er niet tussendoor zou mogen slippen", liet de hoofdredacteur van Panorama ons weten nadat hij op de hoogte was gebracht van onze klacht. Hij heeft inmiddels zijn welgemeende excuses aangeboden. De covertekst ‘Holleeders boekhouder’ had in ieder geval tussen aanhalingstekens moeten staan. Hier valt nu niets meer aan te doen want de publicatie is een feit. Wij hebben het excuus maar geaccepteerd. We hadden ten slotte ook veel positieve reacties ontvangen ("pittig artikel!", "goed stuk", "wat een super artikel!", etc.). Ik beschouw het Panorama interview als een goede leerschool: headlines worden bedacht door een hoofdredactie en dit gaat zelden of nooit in samenspraak met de journalist(e) die het artikel heeft geschreven.

19 augustus 2009

Las Vegas

Las Vegas Amsterdam topstadDirect na mijn vrijspraak heb ik een vliegreis geboekt naar Las Vegas om deze overwinning te vieren met mijn dierbare gezin. Ik ben vaker in Las Vegas geweest en het is telkens weer een genoegen om deze creatieve en bruisende stad midden in de woestijn van Nevada te bezoeken. Voor weinig geld kun je daar kamers boeken in de meest fantastische hotels. Het geld wordt vooral verdiend in de casino’s met jackpots van miljoenen dollars.

Cultuur
The Venetian, gelegen op de zogenaamde ‘Las Vegas Strip’, is sinds 1999 een van de mooiste hotel-casino’s van de stad. Vroeger was op deze locatie het roemruchte Sands Hotel (1952-1996) gevestigd waar Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis jr. optraden en The Ratpack ontstond.
Oprichter van The Venetian is de steenrijke Sheldon Adelson. Deze was zo onder de indruk van Venetië waar hij zijn huwelijksreis doorbracht, dat hij de architectuur van deze Italiaanse stad op schaal liet nabouwen op Las Vegas Boulevard. De hotelkamers schijnen er 2x zo groot te zijn als in de andere hotels. The Venetian heeft ook een prachtig eigen theater. Wij hebben er een spectaculaire uitvoering van Andrew Lloyd Webber’s ‘The Phantom of the Opera’ gezien. Deze overtrof de Broadway versie die we in 2005 in de Majestic in New York hadden bezocht. Cultuurliefhebbers komen in The Venetian aan hun trekken in het Guggenheim Hermitage Museum, dat eveneens deel uitmaakt van het enorme hotel complex. ‘Hermitage’ duidt op een samenwerkingsverband met het Hermitage Museum in St. Petersburg. Twee tentoonstellingsruimten in het museum zijn ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas.

Openingstentoonstelling
Bij de opening van de Hermitage in Las Vegas in oktober 2001 werden liefst 40 meesterwerken tentoongesteld van onder meer Cezanne, Chagall, Gaugin, Matisse, Rubens, Modigliani, Picasso en Van Gogh. Dat is nog eens een visitekaartje voor een opening.
Our intension has been to use our permanent collections to create a unique cultural experience. The exhibitions we have organized for Las Vegas have also been shown at the Hermitage in St. Petersburg and at the Guggenheim museums in New York, Bilbao and Berlin’ aldus Dr. Piotrovsky, directeur van de Hermitage in St. Petersburg over de samenwerking met andere musea.

Hermitage Amsterdam
Wat een verschil met de Amsterdamse Hermitage. De kersverse directeur Ernst Veen doet in de media voorkomen alsof samenwerking met Hermitage St. Petersburg uniek is, iets wat hij persoonlijk heeft bedacht. Bij de opening in juni 2009 in het tot Hermitage museum verbouwde verpleeghuis Amstelhof kreeg het nieuwsgierige publiek een tentoonstelling voorgeschoteld met allerlei japonnen en kostuums en ‘ontelbare schitterende accessoires’ uit het Romanov tijdperk. Een Rusland promotie programma in Amsterdam met de Russiche president Medvedev als speciale gast bij de opening en een zilveren medaille voor de eerder genoemde Dr. Piotrovsky, onlangs uitgereikt door burgemeester Job Cohen.

Red Light Fashion & Design Tours
Vlak voor mijn vakantie had ik in het Parool gelezen dat de vanwege het verlies van 78 miljoen opgestapte VVD-gedeputeerde Ton Hooijmakers zijn afscheidsfeestje wilde vieren in de Amsterdamse Hermitage. Dit kon goedkoop want de provincie Noord-Holland had behalve in IJslandse beleggingen ook aardig wat geïnvesteerd in de gerenoveerde Hermitage. Persoonlijk zie ik in zo'n museum toch liever meesterwerken van impressionisten dan japonnen of figuren als Ton Hooijmakers. De huidige beleidsbepalers en politici niet. Die hechten meer waarde aan zichzelf en aan kleding en accessoires, getuige ook het beschikbaar stellen van de voormalige prostitutieruimten op de Wallen voor het amateuristisch opgezette Red Light Fashion project. Veel bijzonders wordt er niet getoond. Nog steeds niet constateerde ik vandaag weer. Slechts een enkeling lapt de ramen of vernieuwt bij tijd en wijle zijn of haar etalage. Mensen lopen voorbij zonder de etalages een blik waardig te gunnen, tenzij ze via www.iamsterdam.com een Red Light Fashion & Design tour hebben geboekt. Verveeld luisteren deze groepjes toeristen naar de tourleider als ze voor een van de etalages staan en kijken er dan even naar. Als de groep dan vervolgens mijn speelhal in de Molensteeg passeert roept de tourleider: ‘This casino belongs to the Dutch maffia’. Il Gioiello, Priscilla’s kleinste galerie ter wereld gelegen naast mijn speelhal, wordt volledig genegeerd door de tourleiders.

‘Amsterdam Topstad’
De Gemeente Amsterdam presenteert zichzelf graag als een ‘dynamische metropool die bruist van creativiteit’ zoals op haar website www.topstad.amsterdam.nl is te lezen. Grote woorden die je eerder van een Amerikaanse stad als Las Vegas zou verwachten waar momenteel de laatste hand wordt gelegd aan het indrukwekkende City Center bestaande uit woontorens, hotels en complete entertainmentcenters die onderling met elkaar in verbinding staan door middel van een monorail. Vergelijk dat eens met het geklungel en gefraudeer bij de ontwikkeling van de Amsterdamse zuidas. Amsterdam topstad? Laten we er eerst maar eens voor zorgen dat de hoofdstad competente bestuurders krijgt. Binnenkort zijn er verkiezingen.

24 juli 2009

Niet de boekhouder van Holleeder!

‘Het gaat ons niet om de etiketten zelf (boekhouder, administrateur, stroman, katvanger, boodschapper, loopjongen, handlanger o.i.d.). Het gaat om de grote lijn in de verklaringen: Kaatee krijgt opdrachten van Holleeder en voert ze uit ook.’ Dit stelde het Openbaar Ministerie in haar requisitoir op 20 april 2009. Dat CIE-medewerkers mij ‘hond’, ‘rukker’ en ‘idioot’ noemden liet het OM in haar opsomming maar achterwege. In de repliek maakte het Openbaar Ministerie duidelijk welke kwalificatie zij zelf het beste vond passen: ‘Kaatee, de financiële man van Holleeder.’ Nadat Fred Teeven mij in 2006 de ‘Minister van Financiën van Holleeder’ noemde, heeft er geen voortschrijdend inzicht plaatsgevonden bij het OM.

Journalisten
Gelukkig hebben de meeste journalisten het beeld van mij dat in 2005 en 2006 door politie en Justitie werd gepresenteerd later wel bijgesteld. Peter Elberse, misdaadverslaggever van het ANP, verwoordt die gewaarwording bij het journaille mooi in zijn boek ‘Bekentenissen uit de bunker’: ‘Voordat het proces begon, werd hij veelvuldig afgeschilderd als de financiële man van de Neus, de boekhouder, zelfs ‘de minister van Financiën’. Inmiddels kunnen we vaststellen, denk ik, dat Kaatee daarmee onrecht is aangedaan, want van een dergelijke positie in een criminele organisatie is beslist geen sprake geweest. Nu ploetert hij in procedures die de gemeente tegen hem aanhangig heeft gemaakt, die erin moeten resulteren dat hij zijn twee gokhallen op de Amsterdamse Wallen kwijtraakt. Ik zie het somber voor hem in, het imago van Holleeder heeft grote schaduwen en misschien is zelfs een vrijspraak voor Kaatee nog niet genoeg om het geschetste beeld teniet te doen, althans niet voldoende om onder de knoet van de wet Bibob uit te komen.’

Willem Endstra
Minister van Financiën, de financiële man, boekhouder, stroman, loopjongen, handlanger of iemand die voor Holleeder kaartjes regelt voor een concert van Michael Jackson. De meest uiteenlopende rollen die aan mij werden toebedeeld toonden al aan dat niemand een duidelijk beeld had. Toen Willem Endstra op de achterbank werd gevraagd wie de financiële man was van Holleeder, noemde hij niet mijn naam maar sprak hij over Boon en Guyt. Ook beweerde Endstra dat hij Holleeder zelf het een en ander had geleerd op financieel gebied.
En als Endstra op 29 augustus 2002 met mr. Beckers spreekt over California Properties BV omschrijft hij mij als zijn ‘personeelslid’ en ‘werknemer’ en niet als ‘boekhouder’ of ‘financiële man’ van Holleeder. De term boekhouder wordt Endstra voor het eerst in de mond gelegd door CIE-rechercheur Henk die net als Endstsra alles weet van het Citypeak onderzoek in de jaren 90. Daarin duidt Thomas van der Bijl mij steevast aan als ‘de boekhouder’.

Getuigen
Bram Zeegers, nota bene Endstra’s vertrouwenspersoon, kent mij niet of nauwelijks: ‘Ik herinner mij hem niet zo heel goed, omdat ik zelf niets met hem te maken had en hij ook geen contact met mij zocht. Ik meen dat hij iemand van rond de veertig is, met een modern soort zonnebril. Een donker leren jack en een spijkerbroek. Puck (secretaresse) noemde hem ‘Marcel’ en vertelde mij dat hij in een jazzbandje speelde. In de tweede helft van 2003 heeft zij mij eens gezegd dat Marcel weer geweest was. Dat was volgens haar toen een uitzondering.’
Endstra’s secretaresse Danielle verklaarde: ‘Volgens mij was hij boekhouder, ik denk dat hij mij dat wel eens heeft verteld’. Dat klinkt niet echt overtuigend.
Endstra’s stroman Dennis P. denkt mij wel goed te kennen. P. concludeerde dat ik een boekhouder moest zijn omdat ik het dossier Leijenbergh en Nieuwgraaf door en door kende. En omdat deze vennootschappen te linken waren aan Maike Dijkhuis en Dijkhuis weer de vriendin was van Willem Holleeder kon hij geen andere conclusie trekken dan dat ik voor Holleeder moest werken. Op deze wijze is de beeldvorming ontstaan bij de getuigen die elkaar uiteraard ook nog eens onderling hebben beïnvloed.

Haico Endstra
De enige getuige die mij aanduidt als ‘de financiële man van Holleeder’ is Haico Endstra, want dat had hij nu eenmaal zo begrepen. Een eigen interpretatie dus, niet gebaseerd op feiten. ‘Haico is een zeezeiler, zonder verstand van vastgoedzaken’, verklaarde Dennis P. ‘Haico wist eigenlijk maar weinig van waar Wim allemaal mee bezig was geweest, had volgens mij ook geen verstand van Convoy’, wist Zeegers. Haico is daarom niet bepaald de aangewezen persoon die in de positie verkeerde om uit eigen ervaringen over mij te kunnen oordelen. Wel iemand die als eerste de dagboekaantekeningen leest en naar aanleiding daarvan rond vertelt dat ik voor Holleeder zou werken.

De echte boekhouder van Holleeder
Het etiket ‘boekhouder van Holleeder’ sprak blijkbaar het meest tot de verbeelding want zo werd ik voortdurend omschreven in de media. Zelfs tijdens het hoger beroep, terwijl de enige echter boekhouder van Holleeder in de eerste aanleg van het proces op 1 november 2007 als getuige op een openbare zitting is verschenen. Deze merkte toen terecht op: ‘Sorry dat ik het zeg meneer Holleeder, maar het is geen aanbeveling de boekhouder van Holleeder te worden genoemd.’ Dit was nadat de man had verklaard 12 jaar lang (van 1995 t/m 2006) de financiële administratie van Willem Holleeder en/of diens bedrijven te hebben gedaan, de jaarrekeningen te hebben opgesteld en alle aangiften inkomstenbelasting voor Holleeder te hebben verzorgd. Bovendien was de boekhouder ook bestuurder geweest van een vennootschap van Holleeder; ‘In die BV zat een pand met een verhuurrecht en het ging niet goed met die BV. Dat heb ik gedaan. Holleeder verzocht mij de boekhouding te doen tot dat het pand zou zijn verkocht.’

Officier van Justitie Plooij
Op vragen van mijn toenmalige raadsman mr. Van der Biezen antwoordde de boekhouder:
‘U vraagt mij of het juist is dat bij mij stukken in beslag zijn genomen. Dat is juist, dat is tweemaal gebeurd. (…) Ze stonden om 7 uur met 8 man voor de deur. Mijn dochtertje was toen vijf jaar oud en het had veel impact op ons (…) De eerste keer dat ze kwamen was in juli 2005. De tweede keer zijn geen vragen gesteld. Zij kwamen toen op de dag dat verdachte Holleeder is gearresteerd om nog de laatste, nagekomen stukken in beslag te nemen. (…) In de pers wordt wel gezegd dat Holleeder miljoenen had maar die ben ik niet tegengekomen.’ Ook bij mij vonden op exact dezelfde dagen invallen plaats en daarbij is geen enkel stuk aangetroffen van of in relatie tot Willem Holleeder. Op de vraag waarom de echte boekhouder van Holleeder nooit eerder als getuige was ondervraagd door de Nationale Recherche antwoordde Officier van Justitie Plooij: ‘R. was niet interessant wat ons betreft want hij is niet de boekhouder.’ Het OM had mij nu eenmaal in die rol geperst en kon niet meer terug zonder haar geloofwaardigheid te verliezen.

‘Gewoon een stoffig boekhoudertje’
De eerstvolgende procesdag in november 2007 was ik bij de ingang van de Bunker getuige van een conversatie tussen twee journalisten. Aan de lange slungelachtige verslaggever van BNR-Nieuwsradio werd door een blonde vrouwelijke collega gevraagd hoe het getuigenverhoor van de boekhouder van Holleeder was geweest. De slungel antwoordde: ‘Nou dat stelde niks voor. Gewoon een stoffig boekhoudertje, ook zoals hij praatte. Dat was voor mij wel de bevestiging dat Kaatee de echte boekhouder is van Holleeder.’

20 juli 2009

Vrijspraak definitief!

Een dag na het vonnis van vrijdag 3 juli 2009 schreef de Telegraaf: ‘Champagne buiten de extra beveiligde rechtbank in Amsterdam voor gokhalexploitant Marcel Kaatee en zijn vriendin Priscilla, nadat hij is vrijgesproken als vermeende boekhouder van Willem Holleeder’.

Tot vrijdag 17 juli 2009 17:00u had het Openbaar Ministerie de tijd om in cassatie te gaan tegen mijn vrijspraak. Advocaat-generaal Wesselink had mijn advocaat enkele dagen na het vonnis nog laten weten dat ze daar goed over zouden gaan nadenken. Het Openbaar Ministerie achtte mij immers schuldig aan strafbare feiten en had 18 maanden gevangenisstraf geëist.

Het Openbaar Ministerie blijkt zich nu te kunnen vinden in mijn vrijspraak. Er is namelijk geen cassatie verzoek binnengekomen bij de griffie van het Amsterdamse Gerechtshof. Dat heeft mr. Han Jahae vandaag aan mij medegedeeld. De vrijspraak is daarmee definitief geworden. Het einde van de strafrechtelijke procedure betekent overigens niet het einde van mijn weblog. Integendeel.

14 juli 2009

Bedankt voor jullie reacties!

Telegraaf vrijspraak boekhouder HolleederNa 3,5 jaar lijkt deze nachtmerrie eindelijk voorbij voor mij en mijn gezin, althans voor wat betreft de strafzaak. Bravo Han Jahae, die met hulp van Gwen Jansen en andere medewerkers van Jahae Advocaten met ongelofelijk veel inzet en geduld de vooringenomen en onterechte beschuldigingen van het Openbaar Ministerie heeft weten te weerleggen.

Talloze reacties heb ik ontvangen naar aanleiding van mijn vrijspraak op 3 juli 2009. Uiteraard van familie, vrienden en personeelsleden die mij onvoorwaardelijk hebben gesteund in deze bizarre zaak. Ook waren er felicitaties van advocaten van medeverdachten en van de vele journalisten die de zaak op de voet hebben gevolgd. Voor hen was ik altijd die ‘vreemde eend in de bijt’ in het circus dat gaandeweg ‘het proces van de eeuw’ is gaan heten.
Zakenrelaties belden op of stuurden e-mails en sms-berichten. De gelukwensen van ondernemers op de Wallen gingen veelal gepaard met bloemen en champagne. Het was hartverwarmend. Bedankt!

3 juli 2009

Vrijspraak!

vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces
vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces
vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces
vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces vrijspraak in Holleederproces

30 juni 2009

De wallenpanden volgens Endstra

Amusementscenter Molensteeg Wallen gemeente AmsterdamHet Openbaar Ministerie vermoedde het al jaren en Endstra vertelt het op de achterbank: de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy en de wallenpanden waarin deze zijn gevestigd zijn eigendom van Willem Holleeder. Anonieme getuige D. (ex-Hell’s Angel Diaz?) verklaarde in de Kolbakzaak tegenover Teeven en Plooij ook iets dergelijks over Holleeder: ‘Hij bezit onroerend goed op de Amsterdamse Wallen, zoals de Bananenbar, Casa Rosso en Buddy Buddy.’ Daar klopte niets van en het Openbaar Ministerie vroeg in de eerste aanleg dan ook om vrijspraak voor de aanvankelijk aan mij ten laste gelegde feiten betreffende de overname van de wallenpanden. De geëiste gevangenisstraf van 3 jaar had vooral betrekking op de vermeende deelneming aan een criminele organisatie en op het vermeende witwassen van € 4 miljoen bij de herfinanciering door Wilbury in februari 2003.
Bij het requisitoir tijdens het hoger beroep gooide het OM het roer volledig om. Nu vindt het OM de aankoop van de wallenpanden ineens strafbaar en verzoekt zij het hof om mij vrij te spreken van eventueel verwijtbare betrokkenheid bij de Wilbury lening en van de eerder wel ten laste gelegde Leijenbergh/Nieuwgraaf-deal. Ten slotte is door het OM ook vrijspraak gevraagd voor deelneming aan een criminele organisatie. De strafeis werd dienovereenkomstig gehalveerd van 3 jaar naar 18 maanden. De plotselinge koerswijziging van het OM is ongetwijfeld ingegeven vanuit het Emergo project op de Wallen waarbij strafrechtelijke en bestuursrechtelijke informatie worden samengevoegd. Het strafrechtelijk vervolgen van de aankoop van de wallenpanden is van belang voor de bestuursrechtelijke Bibob-procedure die ongetwijfeld een vervolg zal krijgen, ongeacht de uitspraak op 3 juli.

Endstra’s beweringen over de zogenaamde wallenpanden zijn in de eindfase van het hoger beroep dus opgewaardeerd van onwaarachtig tot geloofwaardig. Maar wat vertelde hij dan precies?

‘Op een gegeven moment…’
Tijdens het Citypeak-onderzoek bleek dat Endstra de wallenpanden vanaf 11 oktober 1996 op zijn naam had staan. Het was slim van Endstra om daar zelf over te beginnen op de achterbank. Met informatie uit politiestukken kon hij vertrouwen wekken bij de rechercheurs zodat zij dachten:' die meneer Endstra vertelt ons geen onzin.' Handig waren de dossierstukken uit Citypeak welke de belastingdienst in 1999 in het geding had gebracht bij een boekenonderzoek bij Endstra. Als de rechercheurs vragen zouden stellen waarvan de antwoorden gevoelig of belastend konden zijn, zou Endstra deze behendig ontwijken. Dat lukte hem bij zijn vriendinnen ook altijd.
Zo begint Endstra tijdens het 2e achterbankgesprek spontaan te vertellen hoe hij aan die speelhallen was gekomen: ‘En op een gegeven moment eh… hij had dus die eh… speelhallen in Amsterdam, die twee speelhallen, weet je wel, die op de Wallen.’
Henk en Carel weten precies waar Endstra op doelt: ‘Ja ja. Molensteeg.’ Volgens Endstra waren die toen van Holleeder. Dit komt echter niet overeen met de oude veronderstelling dat Heineken ontvoerders het Casa Rosso imperium, inclusief de gokhallen, in 1992 hadden overgenomen. Snel herstelt Endstra zich en spreekt hij zijn eerdere bewering tegen. Die speelhallen waren natuurlijk niet van Holleeder maar ‘waren van, hoe heet ie ook weer, die hele dikke bouwvakker Cor van Hout en, dat hele Wallen verhaal.’
Ja, ja, dat verhaal kent Henk uit Citypeak. ‘Weet je, dat was van de Heineken ontvoerders’, vervolgt Endstra, ‘maar dat stond allemaal op naam van die bouwvakker’. Dit klinkt de CIE-ers bekend in de oren. ‘Nou, dus toen heb ik op een gegeven moment van die bouwvakker gekocht die twee speelhallen, ja? Begrijp je wat ik bedoel?’ Henk en Carel begrijpen wat Endstra bedoelt. ‘Die heb ik toen betaald met mijn eigen centjes’, maakt Endstra zijn toehoorders wijs.

Gemeen
Holleeder zou later tegen Endstra hebben gezegd dat die speelhallen eigenlijk van hem waren ‘en die zou hij dan eh… nog eens een keer mettertijd terugkopen. Daar is toen ook weer niet teveel voor betaald. En eh… die speelhallen, die heb ik dus eh… onlangs weer verkocht aan eh…, aan eh…, hoe heet ie eh… Marcel Kaatee. Dat is een heel keurige, nette jongen,’ aldus Endstra. Omdat ik in het Citypeak-onderzoek figureer als ‘de boekhouder’, want zo noemde Thomas van der Bijl mij destijds in zijn verklaringen, heeft Henk wel eens van mij gehoord. Hij duidt mij dan ook onmiddellijk aan als ‘de boekhouder’. Endstra, die mij eind 1993 heeft leren kennen als boekhouder van West End, behorende tot het Grifhorst concern, bevestigt dat Henk op de juiste persoon doelt: ‘De boekhouder. Die zijn dus van hem hè. Hij heeft ze ook betaald. Begrijp je?’ Ook Jan van Looijen begrijpt het. ‘Ze zijn natuurlijk van Willem’, speculeert Endstra en legt uit wat hij bedoelt: ‘Die Willem kwam naar me toe. Hij zegt: Ja, ik word opgelicht. Ik zou die hallen krijgen, hebben ze me beloofd. En ik heb zo lang in de gevangenis gezeten en ik ben nou eerlijk en nou willen ze me dat afpakken.’ Endstra vond dat ‘gemeen’ en heeft toen de speelhallen zelf gekocht. ‘En dat is mijn eerste contact geweest. Toen heb ik die hallen gekocht. Die zaten in een BV. Ik weet niet eens of jullie dat weten. Maar goed ik zeg dat gewoon eerlijk’, acteert Endstra wetende dat de politie al sinds 1997 van deze aankoop op de hoogte is.

‘Dat is allemaal boekhoudkundig’
Endstra zegt de CIE-rechercheurs best te willen helpen om Holleeder te pakken maar dan moeten ze wel met een plan komen, een complotplan. ‘Jullie moeten gewoon een plan bedenken. Ja, ik bedoel ik kan zelf plannen bedenken maar ik zit niet bij de politie.’
Als de CIE een complotplan bedenkt gaat Endstra alles vertellen belooft hij op 16 april 2003. Maar de CIE komt niet met een plan, dus speelt Endstra geen open kaart.
In het 6e gesprek gaat het weer over de eigendomsoverdracht van de gokhallen op de Amsterdamse Wallen. Jan van Looijen wil weten hoe dat precies is gegaan.
J: Staat er dan ergens ook dat er een overdracht plaatsvindt en dat er betaling plaatsvindt? Dat wordt toch ergens verantwoord?
W: Ja, ja.
J: Hoe is dat dan verantwoord?
W: Dat is allemaal boekhoudkundig allemaal eh…
J: Nee, dat begrijp ik, maar hoe dan?
W: Als de FIOD binnen komt rennen, want die zijn nu ontzettend actief bij mij op allerlei fronten. (…) Die kijken ook overal en die zijn bezig. Zitten achter zwart geld, ik weet niet, witwassing, die haven met die boten en zo. Nou is er een eindrapport gekomen van die…


Crombag en Wagenaar
Endstra weigert de vragen van Van Looijen te beantwoorden, “terwijl het antwoord toch tot nader notarieel onderzoek naar die overdracht had kunnen leiden”, merken de hoogleraren Crombag en Wagenaar terecht op in hun rapport van 31 maart 2009. Endstra verschaft op achterbank graag belastende informatie over Holleeder zodat laatstgenoemde “langdurig aan het maatschappelijk verkeer onttrokken zal worden”, maar komt nauwelijks met informatie uit eigen wetenschap op basis waarvan verificatie of nader onderzoek kan plaatsvinden. Behendig ontwijkt Endstra steeds vragen waarin hem juist om déze informatie wordt gevraagd. Dit is een van de conclusies die Crombag en Wagenaar trekken in hun ‘waardering’ van de achterbankgesprekken.

‘Nou ja, toch veel geld’
Van Looijen doet een nieuwe poging om erachter te komen hoe de overdracht is gegaan:
J: Nee maar hoe doen ze dat dan? Er moet toch ergens fictief moet er geld overgedragen zijn.
W: Vorderingen en schulden. Het is niet zo belangrijk. Ik kan het allemaal precies in detail uitleggen.
J: Nee maar het gaat mij erom, kunnen we daar ergens tussenin zo. Kunnen we dat? Nou ik bedoel, nou heb Holleeder iets. Daar heeft ie geen piek voor betaald.
W: Nee.
J: Wat is de waarde van die gokhallen? Voor wat is het verkocht?
W: Tien miljoen.
J: Tien miljoen euro of gulden.
W: Nou, zeg maar samen met eh… zaten ook nog wat panden bij op de Wallen, die ook eh… oorspronkelijk daar in datzelfde clubje zat.
J: Ja.
W: En dat was iets van, uit mijn hoofd, eh… nou, ik kan je de afrekening laten zien.
J: Nee maar goed.
W: Ik geloof, even kijken eh… tien miljoen, twaalf miljoen, in die buurt. Tien miljoen.
J: Nou ja, toch veel geld.
W: Gulden. Eh… en eh… nou goed. Ik weet het zelf ook niet.


Zwart geld
Endstra kan de overdracht in detail uitleggen maar doet net alsof hij het niet meer weet. Hij dacht dat er vroeger zwart geld uit het bedrijf werd gehaald maar vanwege een of ander apparaat zou dat nu niet meer kunnen. ‘Dus ze doen nou ook niet eh… iets zwart of zo.’
Dan bemoeit Henk zich ermee en vraagt: ‘wat levert zo’n ding dan op, zo’n tent?’

ABN-AMRO
volgens Endstra ABN AMRO in gokkastenEndstra antwoordt dat hij de speelhallen heeft verkocht voor 8 miljoen en verzint dan ter plekke dat mannen van de ABN-AMRO, ‘die in de gokkasten zitten’ hem het dubbele hadden geboden. Dat ABN-AMRO actief was in de speelautomatenbranche, was hij niet vergeten. Toen Endstra eind 1999 met de ING onderhandelde over de aankoop van een van de WFC-torens, had de bank ook winkelcentrum Rozenhof in Zaandam in de aanbieding voor ongeveer 30 miljoen gulden. Daarin mocht een speelautomatenhal worden gevestigd met 300 automaten. ‘Dat is maar 100.000 gulden per automaat’, concludeerde Endstra die er wel oren naar had. Alleen wilde zijn zakenpartner Klaas Hummel het Rozenhof niet in de portefeuille. Toen Endstra zich hierover beklaagde, liet ik hem een Telegraaf-publicatie zien van 4 september 1999 waarin stond dat de ABN-AMRO bank had geïnvesteerd in JVH Gaming, een van de grootste gokautomatenbedrijven van Nederland. Als zelfs ABN-AMRO in deze branche investeerde, kon Hummel toch geen bezwaar hebben?! Endstra ging met het artikel naar Hummel om hem alsnog over te halen het Rozenhof erbij te nemen maar deze bleef bij zijn standpunt. Speelhallen zijn slecht voor je imago, legde Hummel uit aan Endstra. Het Rozenhof is kort daarna gekocht door het Haagse speelautomatenbedrijf Hommerson die er thans nog steeds een grote speelhal exploiteert.


Rekening ABN-AMRO opgezegd
Even later, nota bene in hetzelfde achterbankgesprek, zegt Endstra: ‘Nou, ze hebben mijn rekening opgezegd bij de ABN-AMRO’. De bank die eerst met Endstra een zaak wilde doen door zijn speelhallen op de Wallen over te nemen had nu ineens zijn rekening opgezegd. Endstra's verhalen werden alsmaar ongeloofwaardiger.

Marionet
‘Zo’, zei Henk, die 16 miljoen gulden erg veel geld leek voor een exploitatie van 59 speelautomaten op de Wallen. Endstra’s reputatie kennende dacht hij bij het extreem hoge bod van de ABN-AMRO vast aan een witwasoperatie.
H: Hoeveel verdien je aan die gokkasten dan?
W: Ja natuurlijk, ik bedoel eh…, daar komt pakken geld uit.
H: Gaat de hele dag door...
W: Je kan de balansen meenemen. Kan je zien wat eruit komt. De omzet per dag in die kasten is schrikbarend. Ook nu nog. En nu hebben ze van die multispelers met eh…paardenrennen en weet ik het allemaal. Nou eh… dus ik denk, het mooiste is, als je ze de vergunning kan afpakken van eh… Kaatee. Dan wordt ie wel ziek.


‘Dat Maaike koopt is het doel’
Dat paardenracemachines vanwege de enorme afmetingen niet eens in kleine speelhallen als Molensteeg en Buddy Buddy passen, merkt geen van de CIE-rechercheurs op. ‘Wat weet je van die Kaatee?’, wil Van Looijen dan weten. Endstra begint dan te vertellen over de bedrijfsvoering van de speelhallen. Er is camerabewaking, mensen met drugs worden buiten de deur gehouden. Kaatee is lid van de speelautomatenbranchevereniging VAN en heeft een bewijs van goed gedrag. Maar eigenlijk is hij een marionet van Holleeder, zegt Endstra, want ‘als Willem zegt van: nu moet je het aan die en die geven, moet hij het aan die en die geven. En straks als ie dan met Maaike getrouwd is, dan wil hij dat ie dan alles aan Maaike geeft en dan is hij dus mede-eigenaar. Dat Maaike koopt is het doel. En dan gaat ie trouwen in gemeenschap en dan heeft ie de helft, snap je wat ik bedoel?’
Dat Endstra beide speelhallen al in de eerste helft van 2002 aan Maaike Dijkhuis had aangeboden (niet voor lage boekwaarden maar voor de hoofdprijs zo blijkt uit de hiervoor opgestelde accountantsberekeningen in het strafdossier), hield hij wijselijk voor zich. Evenals het feit dat Maaike dit aanbod had afgewezen. Zij wilde helemaal geen speelhallen op de Wallen in haar vennootschap. Endstra zweeg hierover want dit kwam niet overeen met zijn verhaal over de wallenpanden en de rol die hij aan Willem Holleeder had toebedeeld.

18 juni 2009

Wallen niet in handen van onderwereld!

Wallen van Amsterdam niet in handen onderwereldRegelmatig schilderen burgemeester Cohen (PvdA) en wethouder Asscher (PvdA) ons Wallengebied in de media af alsof het een soort Johannesburg zou zijn, waar criminelen de dienst uitmaken. Op deze wijze is getracht draagvlak te creëren voor het coalitieplan 1012, zo heeft recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uitgewezen. Dergelijke manipulatie is afkeurenswaardig. Het politieapparaat is verantwoordelijk voor de opsporing van strafbare feiten, ook als deze worden gepleegd in de rosse buurt. In tegenstelling tot hetgeen de bestuurders met hun uitspraken suggereren, heeft de politie de zaken op de Wallen goed onder controle. De boodschap van Lodewijk Asscher dat de maffia de dienst uitmaakt op de Wallen is pertinent onjuist. Deze verdraaiing van de feiten is bovendien niet goed voor het ondernemersklimaat in de buurt. Niet goed voor de omzet en ook niet goed voor de positie van Amsterdam als toeristenstad. Naar aanleiding van een klacht hierover bij de gemeentelijke ombudsman, stelt deze in het Parool van 11 juni jl. dat ondernemers niet zo moeten zeuren over de gemeente: ‘Bedrijven in 1012 mogen crimineel worden genoemd’.

In een open brief aan het stadsdeel centrum heb ik samen met Wallenondernemers Jan Broers (hoteleigenaar en raamexploitant) en Jan Otten (eigenaar van Casa Rosso, de Bananenbar en het Erotisch Museum) de bestuurders rechtstreeks opgeroepen te stoppen met het criminaliseren van onze buurt.

NV Wallen
Het Parool van 28 mei jl. meldde dat de VVD een voorstel had ingediend om een NV Wallen op te richten zodat crimineel vastgoed in het Wallengebied kan worden bestreden. Met dit gezamenlijk project van overheid, vastgoedbezitters en financiële partijen moeten panden worden onttrokken aan het criminele circuit. Het voorstel werd (uiteraard) gesteund door de Partij van de Arbeid, die als bedenker van deze werkwijze geldt. Het Parool trok enthousiast een vergelijking met de NV Zeedijk, alsof de situatie die heeft geleid tot de oprichting van NV Zeedijk dezelfde is als in het Wallengebied anno 2009.

Wallen weer in negatief daglicht
Het gevolg van het ongetwijfeld goed bedoelde VVD-voorstel was dat de Wallen voor de zoveelste keer in een negatief daglicht werden gezet in de media. De kranten schreven de volgende dag weer over “het criminele vastgoed op de Wallen”. Dat klinkt inmiddels zo vertrouwd dat niet meer wordt getwijfeld aan het waarheidsgehalte van de veronderstelling. Het is er door de jaren heen, mede dankzij de parlementaire enquêtecommissie Van Traa, goed ingepeperd bij de burgers: criminelen hebben miljoenen geïnvesteerd op de Wallen en maken er de dienst uit. De overheid heeft niets te vertellen. Op 7 februari 2008 bij Pauw & Witteman vertelt wethouder Asscher over de Wallen aan het Nederlandse publiek: “Het is gewoon een gebied waar nu de verkeerde mensen, het geboefte de baas is. Dat kun je niet accepteren, dat kan niet meer in het Amsterdam van nu.
In een uitzending van AT-5 op 26 maart jl. roept Asscher: “De maffia d’r uit!” als zijnde het doel dat voor ogen moet worden gehouden, ook al duurt het misschien 10 jaar voordat het is gelukt. Ook burgemeester Cohen heeft zich niet onbetuigd gelaten in zijn uitingen.“Onderwereldfiguren zijn de baas op de Wallen”, stelt de burgemeester in Trouw op 8 december 2008. In hun rapport ‘Macht op de Wallen’ constateerden studenten politicologie van de Universiteit van Amsterdam dat het gemeentebestuur op deze wijze de media manipuleert.

De feiten
Hoe komt de VVD erbij dat de panden die zij door NV Wallen wil laten opkopen werkelijk van criminaliteit afkomstig zijn? Baseert deze partij zich soms op de achterhaalde veronderstellingen van 10 jaar geleden? Want zo klonken de alarmerende verhalen van Wallenmanager Freek Salm eind jaren negentig:

Miljoenen gewit op de Wallen
‘Criminele organisaties hebben de afgelopen jaren voor 150 tot 200 miljoen gulden geïnvesteerd op de Wallen. Ze kopen onroerend goed op om zwart geld wit te wassen.’

(Het Parool d.d. 15-10-1999)

Wallen ‘vuilnisvat’ van de samenleving
‘Criminelen hebben de afgelopen jaren 150 tot 200 miljoen gulden geïnvesteerd in de Amsterdamse Wallen. Zij kochten vele tientallen panden, winkels en horecabedrijven op voor criminele activiteiten en het witwassen van zwart geld. Ook worden 450 woningen die eigenlijk bedoeld zijn voor Amsterdammers met een laag inkomen door criminelen geconfisqueerd. In de woningen zitten vele honderden illegalen, bordelen en opslagruimtes voor bedrijven.’

(De Telegraaf d.d. 15-10-1999)

Volgens Salm (PvdA) zouden figuren als de Hakkelaar, Charles Z, en belastingfraudeur U. zelfs vanuit de gevangenis miljoenen in de opkoop van panden hebben gepompt. Alleen kon Salm zijn veronderstellingen niet onderbouwen met feiten. Dit zal ongetwijfeld de reden zijn geweest waarom er na Citypeak (onderzoek van 1994 tot 1998 o.l.v. Fred Teeven naar investeringen van Heineken-ontvoerders) geen omvangrijk witwasonderzoek meer is verricht op de Wallen. Er was blijkbaar niet eens een aanwijzing op basis waarvan onderzoek kon worden gedaan.
Om in zijn ogen twijfelachtige ondernemers toch een voet dwars te kunnen zetten, bedacht Salm vervolgens de Wet BIBOB. Zonder strafbare feiten vast te hoeven stellen kan een ondernemer hiermee een vergunning worden geweigerd. Het stadsbestuur maakt momenteel dankbaar gebruikt van die mogelijkheid. Ik heb nog steeds geen exploitatievergunning voor mijn speelhallen voor 2007 t/m 2009 terwijl ik in oktober van dit jaar alweer een nieuwe vergunningaanvraag moet indienen voor 2010 t/m 2012.

Slag om de Wallen
Is er echt zoveel crimineel vastgoed op de Wallen? Salm riep het wel maar kwam destijds nooit met bewijzen. Ten behoeve van hun goed onderbouwde publicatie ‘Slag om de Wallen’ in Vrij Nederland van 14 februari 2009 hebben journalisten Harry Lensink en Marian Husken het onroerend goed op de Wallen in kaart gebracht. Hiertoe hebben zij het kadaster geraadpleegd. De journalisten concludeerden dat de 7 partijen uit het gemeentekamp maar liefst 568 kadastrale vermeldingen op de Wallen in handen hebben, tegenover 168 kadastrale vermeldingen van de 13 belangrijkste Wallenondernemers, waaronder Jan Broers, Jan Otten en ik. De VVD zet haar liberale gedachtegoed wel erg gemakkelijk opzij met hun voorstel het gemeentelijke bezit op de Wallen nog groter te maken dan het al is. Als het aan de VVD ligt moeten ondernemers straks hun panden gaan verkopen aan NV Wallen. Een merkwaardige koerswijziging van een partij die het vroeger altijd opnam voor ondernemers.

Ambtenaar in de fout
In Vrij Nederland is ook voormalig Wallen-manager Freek Salm aan het woord. Aan hem wordt gevraagd om één geval van witwassen te noemen in de Wallenbuurt van al die honderden miljoenen die hij destijds had gesuggereerd. Het bleef toen een tijdje stil. En na een korte overweging noemt Salm uiteindelijk een ambtenaar die met zijn modale inkomen voor miljoenen aan vastgoed kocht. Niet de Hakkelaar, niet Charles Z., niet U., maar uitgerekend iemand uit de eigen gemeentelijke kring. En al die criminele investeringen dan van honderden miljoenen waarvoor hij 10 jaar geleden aan de bel trok? Met geen woord sprak Salm hierover in Vrij Nederland. Een herkenbaar beeld doemt op van een PvdA-er die willens en wetens een verkeerde voorstelling van zaken geeft voor politieke doeleinden.

Koffers met zwart geld
Voor hun plannen met het Wallengebied heeft het gemeentebestuur steun gezocht en gevonden bij een paar nette ondernemers. Zo is voorzitter Bakker van de ondernemersvereniging Amsterdam City niet te beroerd om op diverse bijeenkomsten schande te spreken over het witwassen op de Wallen. Criminelen zouden met koffers vol zwart geld bij ondernemers aan de deur komen om panden over te nemen, aldus de heer Bakker. Maar als hem wordt gevraagd welke panden en welke personen het betreft, blijft de directeur van de Beurs van Berlage het antwoord schuldig. In de Strategienota ‘Hart van Amsterdam’ van de Gemeente Amsterdam vinden we een verklaring voor de stilte bij Bakker als hem wordt gevraagd man en paard te noemen: ‘Een fenomeen waar moeilijk de vinger achter te krijgen is zijn de hardnekkige geruchten over overnames die deels met zwart of crimineel geld plaatsvinden (witwassen).’ Het gaat dus niet om feiten maar om geruchten en daar is nu eenmaal moeilijk een vinger achter te krijgen, stelt de gemeente.

Onafhankelijk deskundigenonderzoek
Op 27 mei jl. pleitte een meerderheid van de gemeenteraad voor het oprichten van een NV Wallen om in het kader van de criminaliteitsbestrijding de gemeentelijke onroerend portefeuille nog groter te maken. Waarom vindt er niet eerst een gedegen onafhankelijk onderzoek plaats naar het bestaan van crimineel vastgoed op de Wallen? Dit had natuurlijk al veel eerder moeten gebeuren. Wij durven nu al te voorspellen dat uit dit onderzoek zal blijken dat vastgoed, waarvan feitelijk is vastgesteld dat het in criminele handen of van criminaliteit afkomstig is, op de Wallen niet of nauwelijks voorkomt. Een uitkomst die niet welgevallig is voor de huidige bestuurders, die onder aanvoering van burgemeester Cohen en wethouder Asscher altijd het tegenovergestelde hebben beweerd om draagvlak te creëren voor hun plannen. Gelukkig is deze manipulatie aan het licht gekomen. Zo’n Wet BIBOB zou daarom ook moeten gelden voor bestuurders: Wet Bevordering van Integriteitsbeoordelingen van (en niet ‘door’) het Openbaar Bestuur. Want alleen een gemeentebestuur dat zich eerlijk en transparant opstelt, zonder verborgen agenda’s, verdient het vertrouwen van de kiezer.

12 juni 2009

Amsterdamse PvdA: dom of sluw?

amsterdamse PVDAAls het strafrechtelijk niet lukt om mijn bedrijven stuk te maken, volgt de overheid de bestuursrechtelijke methode. Burgemeester Cohen nam hierop al een voorschot toen hij op 25 januari 2008 aankondigde mij geen vergunningen meer te willen verlenen, gebaseerd op een insinuatie van Willem Endstra dat ik de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy voor Holleeder zou houden. En als deze Bibob-truc niet lukt, kunnen de panden altijd nog onteigend worden in het kader van het Coalitieplan 1012. Die mogelijkheid wordt tenslotte niet zomaar genoemd om de buurt van ‘criminele elementen’ te ontdoen. Ten behoeve van dit project wordt door belanghebbenden en politici, burgemeester Cohen voorop, de beeldvorming gekoesterd en verder ontwikkeld dat de Wallenbuurt in handen zou zijn van de onderwereld en noemt men ‘gokhallen’ laagwaardig en criminogeen die uit de buurt moeten verdwijnen.

‘Ten strijde trekken’
Op 28 april 2009 publiceerde De Telegraaf een artikel ‘Zwarte lijst gokkers’. Het initiatief voor dit artikel kwam van de PvdA, zo liet de betreffende journalist mij weten. Aan het woord is PvdA-raadslid Peggy Burke die meent dat gokverslaving een groot probleem dreigt te worden vanwege de huidige economische crisis: “Juist nu moeten we ten strijde trekken. Tijdens een recessie gaan mensen veel sneller gokken,” klinkt het in oorlogstaal. De behandeling van gokverslaving door Jellinek zou tekort schieten. “Die helpt nauwelijks. Dus moeten we ingrijpen.” Daarom pleit het raadslid voor een overkoepelende zwarte lijst voor gokverslaafden zoals het grote voorbeeld Holland Casino dat heeft.

PvdA-raadslid Burke
In haar eigen kring zegt mevrouw Burke een keer te hebben meegemaakt hoe iemand ten onder ging aan gokverslaving. Haar verontwaardiging doet mij denken aan voormalig PvdA-bestuurder Schaapman, die op basis van haar eigen negatieve ervaringen als prostituee de hele prostitutiebranche in een kwaad daglicht stelde. Dit resulteerde uiteindelijk in de halvering van de raamprostitutie op de Wallen. Kennelijk wordt deze taktiek nu toegepast op de speelhallen. Als het PvdA-raadslid stelt dat ten strijde getrokken moet worden tegen ‘die stomme gokkast’, bedoelt zij immers niet de ‘gokkast’ van Holland Casino maar de automaten die in amusementscentra staan opgesteld. ‘Officiële casino’s’ zouden namelijk met zwarte lijsten werken, beweert het raadslid in het artikel. In werkelijkheid werken amusementscenters wel degelijk met zwarte lijsten ingeval klanten zich misdragen maar ook met zogenaamde witte lijsten waarmee klanten op eigen verzoek voor een periode van 6 maanden de toegang wordt geweigerd.

Holland Casino
De stelling van het raadslid dat mensen tijdens een recessie sneller gaan gokken, was al snel achterhaald toen Holland Casino op 6 mei 2009 haar jaarcijfers bekend maakte. FEM Business schreef de volgende dag: “Volgens Holland Casino zijn de slechte resultaten te wijten aan de economische crisis. Deze beïnvloedt de resultaten zeer negatief vanaf medio 2008. In de laatste drie maanden van het jaar belandde Holland Casino zelfs in de rode cijfers.
Niet alleen Holland Casino maar alle gokpaleizen in de wereld gaan gebukt onder de economische crisis, ‘van Macau tot Dubai en van Las Vegas tot Atlantic City’, aldus de Volkskrant op 7 mei 2009. Het tegenovergestelde van hetgeen PvdA-raadslid Burke beweert.

‘Macht op de Wallen’
Dat bestuurders van de Gemeente Amsterdam doelbewust berichtgeving in de media naar hun hand zetten, was al eerder aangetoond door studenten politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zij deden dit in hun rapport ‘Macht op de Wallen’. Daar heeft het raadslid duidelijk lak aan want de werkwijze is nog steeds dezelfde. Zij nodigde in het onderhavige geval de Telegraaf journalist uit voor een gesprek dat moest leiden tot een negatief artikel over speelhallen. Het PvdA-raadslid is een volksvertegenwoordiger en had natuurlijk eerst informatie moeten inwinnen bij de speelautomatenbranchevereniging VAN of bij KEMA. Laatstgenoemde organisatie controleert periodiek de interne bedrijfsvoering van speelhallen. Op mijn vraag of raadsleden en/of politieke partijen informatie hadden opgevraagd over de branche luidde het antwoord van KEMA: “Wij hebben nog geen vraag hieromtrent vanuit de gemeente Amsterdam ontvangen.

Fabeltjes en feiten
Besluitvorming dient gebaseerd te zijn op feiten en niet op beeldvorming en ongenuanceerde of leugenachtige veronderstellingen. Natuurlijk stijgen de omzetten van speelhallen en casino’s niet vanwege een recessie, zoals het PvdA-raadslid Burke beweert. Wat een onzinnige gedachte. Een ander fabeltje is dat speelautomatenhallen zich lenen voor het witwassen van criminele gelden, zoals burgemeester Cohen (ook PvdA) letterlijk schreef in zijn voornemen tot weigering van mijn vergunningen. De onjuistheid van deze veronderstelling is al in 1998 aangetoond in een onderzoek van professor Bovenkerk in opdracht van het Ministerie van Justitie. Ook was de onderzoekers niet gebleken dat er een relatie was tussen ‘de onderwereld’ en gokhallen zoals vooraf was verondersteld.
De enige strafrechtelijk vastgestelde gevallen van witwassen die verband houden met de gokbranche in Nederland vonden plaats aan de roulettetafels in het gokparadijs van de overheid: Holland Casino. Daar geldt de Wet Bibob dan weer niet.

8 juni 2009

Big Brother aan de Apollolaan

kantoor Endsta Apollolaan 109Waarom zijn er tijdens de achterbankgesprekken geen tactische middelen ingezet? Endstra ging er zelf vanuit dat hij werd getapt, zo stelt hij herhaaldelijk op de achterbank. Het Openbaar Ministerie kon achteraf geen redelijke verklaring geven waarom Endstra, Holleeder en ik in die periode niet zijn getapt. Ook CIE Officier De Haas heeft op zitting niet kunnen uitleggen waarom verificatie of falsificatie van Endstra’s beweringen niet langs deze weg heeft plaatsgevonden.
Hetzelfde geldt voor observatie van de door Endstra in het vooruitzicht gestelde ontmoetingen met mij. Bij het inzetten van dit middel zou Endstra geen enkel gevaar lopen. Waarom is nou niet één keer gekeken of klopte wat Endstra insinueerde? Aan Jan van Looijen heeft het niet gelegen. Die wilde maar al te graag opnamen maken, maar telkens als hij dit voorstelde had Endstra een excuus of begon hij over een ander onderwerp.

‘Die die die die die hond van hem erbij’
Als Endstra zich op 24 juni 2003 weer eens beklaagt over mij (‘en eh… op een gegeven moment kwam er Kaatee, ik uh op komen draven’), heeft Jan van Looijen er genoeg van en roept: ‘Wij nemen het op hè, zo’n verhaal als die rukker komt en wij nemen het op. Dan pakken we hem meteen daar. Dan trekken we hem over het gras heen’.

En even verder:

J: Het mooiste is als het er twee zijn. Die die die die die hond van hem erbij.
W: Nou, hij is altijd eh… Die Willem doet het tegenwoordig alleen.
J: Nee, maar…
W: Die Turk bedoel je?
J: Ja ook, maar dat is een andere zaak. Nee maar, kijk we moeten hem altijd oppakken. We hebben nu die hond van hem. Die die die die die gokhuizen van hem beheert
W: Oh! Ja.
J: Als we die erbij pakken, want die is toch de boodschappenjongen? Nou die pakken we erbij. Maar dan moeten we het opnemen.
W: Nou ik krijg een briefje van hem, dat ik geld moet overmaken.
J: Je zegt gewoon van: Hee eh… wat is dat. Wat bedoel je hiermee man? En eh…Ik begin het een beetje zat te worden. Met je grote bek. En als we dat opnemen, dan zijn we erbij. Dan zijn we er vlak bij hè. Dan kan er weinig gebeuren. En dan gaat hij tegen het gras.
W: Hij vertelde me wel dat er in België, ja er was dan een inval geweest, voor wapens

In plaats dat Endstra onmiddellijk zijn medewerking toezegt, begint hij plotseling over een inval in België. Hij wilde overduidelijk niet dat de CIE onze gesprekken of ontmoetingen zou vastleggen. Als Endstra iets had willen opnemen dan kon hij dat bovendien zelf veel beter met zijn eigen geavanceerde apparatuur op kantoor, want daar vonden al onze gesprekken plaats.

Inkijkoperatie
Vlak nadat zijn secretaresse Danielle hem in 2000 waarschuwde voor een op komst zijnde inkijkoperatie van de politie, had de gewiekste Endstra zijn kantoor voorzien van een camerabewakingssysteem dat 24 uur per dag alle personen en bewegingen registreerde op de begane grond. Zo betrapte hij de stiekeme rechercheurs die met de sleutel van de secretaresse het kantoor binnenkwamen om daar zelf opnameapparatuur te plaatsen. Endstra walgde er vooral van dat de heren lang en verlekkerd bleven kijken naar een foto van zijn vriendin Anita die daar aan de muur hing. Op de achterbank herinnert Endstra de CIE-rechercheurs subtiel aan de inkijkoperatie maar ook aan het vakmanschap van ‘wonderkindje’ en klusjesman Vincent. Endstra was erg blij met de apparatuur op zijn kantoor. Jan van Looijen is er wat minder over te spreken:

Endstra: Ik was er heel erg blij mee toen ie het maakte en alles.
Van Looijen: Ja, het leek heel wat ja.
Endstra: Het is toch, het geeft je een veilig gevoel, dat je uh, geen rare dingen kan gebeuren.

(13e achterbankgesprek d.d. 5 december 2003)

Digitaal beeld en geluid
In juli 2002 liet Endstra zijn videosysteem digitaliseren en sindsdien werd ook het geluid opgenomen. Het was voor de vastgoedhandelaar een koud kunstje om bepaalde gesprekken, die op zijn kantoor plaatsvonden, te bewaren. Niet alleen zijn de onderhandelingen met Endstra die ik eind augustus, begin september 2002 voerde over de speelhallen door het systeem geregistreerd, ook alle bezoeken die ik daarna bracht aan het kantoor, het gesprek over de herfinanciering, de envelop, het zoeken naar de datum in de WFC-akte, afspraken, de voortgang van het boekenonderzoek, de overname van mijn aandeel in Nieuwgraaf, Endstra’s verzoek of ik directeur van Nieuwgraaf wilde blijven, het doornemen van de post etc. Het is allemaal opgenomen. Zowel beeld als geluid! Niet op videobanden zoals voorheen maar gewoon op harddisk op de locatie zelf. Omdat de opnamen 6 dagen werden bewaard alvorens deze werden overschreven, was er voldoende tijd om te kopiëren of fragmenten op de harde schijf op te slaan indien daar naar het idee van Endstra aanleiding voor was.

Operationeel
Endstra maakte dankbaar gebruik van de camera’s op zijn kantoor. Zo bewaarde hij ook de opnamen van Mieremet die hem op zijn kantoor had bedreigd. Het systeem was nog steeds operationeel toen de politie op 17 mei 2004, na de liquidatie, het kantoor onderzocht. In het proces-verbaal van bevindingen dat op ambtsbelofte is opgemaakt lezen wij het volgende:
In de ruimte die door de secretaresse als het kantoor van haar baas werd aangewezen, werd in een van de bureauladen apparatuur aangetroffen dat kennelijk bestemd was om gesprekken op te nemen. Bij het volgen van diverse draden en snoeren vanuit deze lade, werd in de kelderruimte een installatie aangetroffen, bestemd om beelden op te nemen. Op het daarbij horende beeldscherm was te zien dat er vanuit vijf afzonderlijke camerapunten, beelden in diverse ruimten van het kantoor werden opgenomen. Hierbij werd tevens geluid opgenomen. Het beeld en geluid werden digitaal vastgelegd op een in het opnameapparaat aanwezige harddisk. Op het moment van aantreffen bleek het apparaat in werking en werd er beeld en geluid opgenomen en vastgelegd.

2 juni 2009

De prullenbak van John van den Heuvel

John vd Heuvel en Holleederverdachte Marcel KaateeOp mijn weblog kwam op 24 mei jl. een reactie binnen die verwees naar een artikel ‘Prullenbak’ van John van den Heuvel op www.telegraaf.nl. De bezoeker die het bericht had geplaatst meldde dat Van den Heuvel op vrijdag 8 mei 2009 een onderhoud had met Jan van Looijen en een in Amsterdam wonende Officier van Justitie. Dit zou onder meer hebben geleid tot de publicatie 'Prullenbak' waarin het rapport van de hoogleraren Crombag en Wagenaar, geheel in lijn met de visie van het Openbaar Ministerie, opvallend fel werd bekritiseerd.

Crombag en Wagenaar
Verwijzend naar dit rapport lieten de raadslieden van Holleeder zich tijdens hun pleidooi op donderdag 7 mei 2009 kritisch uit over de CIE-medewerkers waaronder Jan van Looijen:
‘In hun rapport tonen Crombag en Wagenaar aan dat de gesprekken met Endstra chaotisch en stuurloos verlopen, omdat de CIE-rechercheurs het initiatief geheel bij Endstra laten en hem onvoldoende kritisch bevragen. Endstra kan steeds wegkomen met vage en ontwijkende mededelingen, veelal zonder zijn redenen van wetenschap te vermelden. De CIE-rechercheurs babbelen vooral mee. Crombag en Wagenaar hebben geteld dat tijdens een van de achterbankgesprekken, waarvan het verslag 23 pagina’s telt, de CIE-medewerkers 383 keer aan het woord komen. Dit resulteert in 95 vragen aan Endstra en 288 mededelingen, aanvullingen en opmerkingen van de CIE-medewerkers. Als zij een vraag stellen, dan doen ze dat 36-maal met een open structuur. Met waarheidsvinding heeft die benadering weinig van doen. De conclusie van Crombag en Wagenaar is dan ook vernietigend.’

Ook mr. Jahae refereerde in ons eigen pleidooi aan de conclusies van de deskundigen:
‘Endstra verklaart op een aantal punten evident niet de waarheid. De rapporteurs oordelen dat het in zo’n geval vanuit wetenschappelijk oogpunt onverantwoord is om stellingen die niet geverifieerd zijn, voor waar aan te nemen.’
Hij citeert de hoogleraren als volgt:‘Wanneer eenmaal met zekerheid is vastgesteld dat een of meer onderdelen van een verklaring gelogen zijn, moet men ervan uitgaan dat in principe ook andere onderdelen of de gehele verklaring gelogen kunnen zijn.’

Prullenbak
John van den Heuvel vindt het rapport van Crombag en Wagenaar ‘schandalig’. Volgens hem hoort het thuis in de prullenbak. De deskundigen hebben zich voor het karretje van de verdediging laten spannen, meende hij. Het onderzoek van de hoogleraren was een doorzichtige poging om de achterbankgesprekken af te schilderen als broddelwerk van de recherche. Van den Heuvel vond de achterbankgesprekken juist geraffineerd opgezet waarbij de recherche Endstra figuurlijk heeft laten leeglopen.

Het Openbaar Ministerie
Na zijn eigen getuigenis tijdens het Hoger Beroep op 10 december 2008 vertoonde John van den Heuvel zich niet meer in de bunker. De totstandkoming van de opdracht aan de deskundigen Crombag en Wagenaar voor het Hof, zoals hierna kort is weergegeven, is geheel aan hem voorbij gegaan.
Genoemde hoogleraren zijn gerespecteerde wetenschappers die vanuit hun vakmanschap en ervaring als geen ander in staat zijn de achterbankgesprekken, die centraal staan in de strafzaak, te beoordelen. Hen is o.a. gevraagd of de rechercheurs tijdens de achterbankgesprekken voldoende hebben gedaan om te controleren of Endstra de waarheid sprak. Endstra kan zelf niet meer worden ondervraagd. Alvorens de opdracht aan Crombag en Wagenaar werd verstrekt, heeft de verdediging het Openbaar Ministerie uitgenodigd zich aan te sluiten bij het onderzoek en hier zelf een bijdrage aan te leveren:
'Wij kunnen ons goed voorstellen dat het openbaar ministerie zich, met het oog op de waarheidsvinding, graag wil aansluiten bij ons verzoek en dat ook het openbaar ministerie concrete suggesties heeft over de aan de deskundigen te stellen vragen en de aan hen voor te leggen stukken. De verdediging gaat er vanuit dat daar in goed overleg met u consensus over te bereiken moet zijn … Ik ben benieuwd naar uw reactie', zo luidde de brief van 16 januari 2009 aan de advocaten-generaal. Maar het OM had geen enkele interesse.
Toen het onderzoek later aan het Hof werd gepresenteerd en de conclusies zeer kritisch bleken voor het Openbaar Ministerie, wilde zij niet dat het rapport deel uitmaakte van de processtukken. ‘Te laat ingediend’, was hun argument. De reden dat de termijn was overschreden was echter dat het OM treuzelde met het verstrekken van de letterlijke verhoren van Van der Bijl, die ook deel uitmaakten van het deskundigenonderzoek.
Tegen de zin van het OM werd het rapport een processtuk, zo besloot het Hof. Van de gelegenheid om Crombag en Wagenaar als getuigen op te roepen maakte het OM vervolgens geen gebruik.

Interviewtechniek
De advocaten-generaal durfden een confrontatie met de deskundigen tijdens een openbare zitting kennelijk niet aan. Pas op 20 mei 2009, bij de repliek, motiveert het OM haar kritiek op het rapport van de hoogleraren. Deze hebben zich in hun onderzoek gebaseerd op een ‘niet-valide toetsing van de gesprekken’, aldus het Openbaar Ministerie, die de deskundigen in de repliek beticht van ‘stemmingmakerij’ en een ‘onwetenschappelijke houding’. De achterbankgesprekken met Endstra waren slechts verkennende gesprekken geweest en dan wordt nu eenmaal een andere ‘interviewtechniek’ gebruikt dan bij verhoren die gericht zijn op waarheidsvinding. Als op de achterbank wel een strakke verhoortechniek was toegepast, had dit tot ongewenste resultaten geleid, ‘te weten dat Endstra het definitief had laten afweten’. Dat was het weerwoord van het OM.

‘Grondig onderbouwd’
Feit is dat Endstra het ook bij de gebruikte interviewtechniek, na 15 ‘verkennende gesprekken', heeft laten afweten en vervolgens om het leven is gebracht. Gedurende een periode van 11 maanden hebben de CIE-rechercheurs talloze uren met Endstra gesproken en hem vragen gesteld zonder dat deze werden beantwoord. In plaats van de ‘geraffineerde’ interviewtechniek van Van Looijen (‘rukker’, ‘idioot’, ‘hond’, ‘we trekken hem over het gras’, 'het moet oorlog zijn') had een andere benadering wellicht meer resultaat opgeleverd. Het doel van de gesprekken, naar eigen zeggen Endstra ertoe bewegen aangifte te doen, heeft men eveneens niet bereikt.
Van een succesvolle operatie was in geen enkel opzicht sprake. De conclusies van beide rechtsgeleerden komen dan ook niet zomaar uit de lucht vallen. Ze waren bovendien heel grondig onderbouwd, vond ook hoogleraar strafrecht Theo de Roos in de uitzending van Netwerk van 18 mei jl. Naar zijn oordeel was het onderzoek van Crombag en Wagenaar uitvoerig opgezet en beargumenteerd aan de hand van criteria die de politie nota bene zelf heeft ontwikkeld om de betrouwbaarheid van getuigen te toetsen.
De hoogleraren beschuldigen van ‘doorzichtig spel’ zoals Van den Heuvel doet, is onterecht en beledigend. Natuurlijk hebben de vooraanstaande rechtspsychologen zich niet voor een karretje laten spannen. Ook professor De Roos niet. Het rapport van Crombag en Wagenaar hoort thuis op de politieopleiding en niet in de prullenbak.

24 mei 2009

Het pleidooi in de zaak Kaatee (2)

Mr. Jahae besteedde tijdens zijn pleidooi de nodige aandacht aan de wijze van verbaliseren naar aanleiding van de bandopnamen van de verhoren. Hij vroeg zich hardop af: ‘Hoe betrouwbaar is datgene wat we lezen? Zijn de getuigen antwoorden in de mond gelegd? Is opgeschreven wat gezegd is of is opgeschreven wat men wilde horen? Van wie wisten de getuigen wat ze zeggen te weten? Zijn ontlastende opmerkingen wel geverbaliseerd? Kortom: wat is de waarde van de relevante verklaringen als men wil weten wat er echt is gebeurd? Bij een goed uitgevoerd politieonderzoek zou daar geen twijfel over mogen bestaan.’
Er kan worden geconcludeerd dat er veel mis is met de wijze van verbaliseren in deze zaak. Veel verbalen zijn pas maanden na de betreffende verhoren opgemaakt, ontlastende opmerkingen zijn niet in verbalen opgenomen en getuigen zijn woorden in de mond gelegd. Deze kwalijke werkwijze is bij toeval aan het licht gekomen. Door de verdediging is ontdekt dat een aantal verhoren waarvan de inhoud werd betwist, op audioband was opgenomen. Dit was niet vermeld in de samenvatting van de verhoren.

Mr. Jahae vervolgt zijn pleidooi:

Van der Bijl
Kenmerkend voor deze gang van zaken is het verhoor van Thomas van der Bijl. De bewering van Van der Bijl dat Kaatee alles wist van de financiële zaken van Holleeder is een eigen leven gaan leiden in het onderzoek. Van der Bijl heeft dat echter nooit gezegd. Het tegendeel blijkt uit de geluidsopnamen, waarvan het nooit de bedoeling was dat deze boven tafel kwamen. Van der Bijl heeft gezegd dat Kaatee niets van die criminele dingen wist. Keihard ontlastend dus, en wat gebeurt er? Dat wordt niet vermeld in het proces-verbaal.

Groenlandsekade
Peter Petersen is op 28 februari 2006 door de politie ondervraagd over een transactie in het jaar 2000, waarbij Kaatee namens Nieuwgraaf optrad als verkoper en Holleeder als bemiddelaar. Het aanvankelijk door de recherche gepresenteerde verslag van het verhoor lijkt een samenvatting, waarbij Petersen uitlegt dat hij samen met Herman S. een stuk grond met een oude opstal heeft gekocht aan de Groenlandsekade in Vinkeveen. Hij kon zich niet meer herinneren hoe hij aan de informatie kwam dat het stuk grond te koop was. Hoe de prijs was vastgesteld wist hij ook niet meer. Of 1.000 gulden per m2 een goede prijs was, wist hij ook niet te beantwoorden. Evenmin kon hij zeggen of hij winst had gemaakt op de transactie.
Als je dit zo leest bekruipt je het gevoel dat het niet goed zit met die transactie. Een onroerendgoedhandelaar zou zogenaamd niet meer weten of hij een goede prijs heeft betaald en of hij winst of verlies heeft gemaakt. Het verschil is schrijnend als je het echte verhoor beluistert vanaf de geluidsband (V=Verbalisant, P=Petersen):

V: Dan wordt er weer een bepaalde persoon naar voren geschoven die weer in contact staat met Willem Holleeder. Groenmanskade kwam meneer Marcel Kaatee naar voren.
P: Ja.

V: Ja. Is weer een stromannetje van Holleeder. Het geeft ons weer te denken van zie je wel…
P: … (onverstaanbaar) directeur van een vennootschap van hem?

V: Zelfde toch of niet?
P: Nou ja, een directeur.

V: Die is voor mij hetzelfde.
P: Nou ja, ligt eraan wat je moet laten doen natuurlijk.

V: Ja, hij (Kaatee) zit ook nog steeds vast hoor.
P: Ja, maar heb die echt dingen gedaan wat het daglicht niet kan verdragen?

V: Ik… wij denken van wel. Kijk, bij Willem zal je het geld niet vinden hoor. Ja een beetje. Maar die heb een heel duur horloge. Maar daar ga je echt het geld niet vinden dus je moet die gasten om hem heen hebben gewoon. De gasten die allemaal dingen voor hem doen of laten.
P: Ja, maar stonden die aandelen niet op zijn eigen naam?

En dan even verderop:
V: Onder ander. Ja. En de naam Marcel Kaatee. En de namen van nog een paar poppetjes. Kijk, en als het jaren zo doorgaat en misschien in bepaalde transacties en misschien uit oude onderzoeken en dat heb jij toen ook gezegd dat jij contact hebt met Willem en vervolgens zien wij Groene kade en vervolgens zien wij dat de spelers die er toen al waren nog steeds met elkaar contact hebben vandaag de dag als ze niet euh dood zijn en dat zij gewoon bepaalde transacties met elkaar gedaan hebben. En dan denken wij als er dan zo’n prijsverschil inzit, dan ja…dat.. dat is toch logisch. Dan gaan wij toch een vermoeden hebben van dat klopt gewoon niet.
P: Ja maar wat voor een prijs dan? Wat heeft hij toen betaald?

V: Ja, weet ik veel, ik ben toch helemaal niet financieel.
P: Ja maar wat heb hij betaald?

V: Weet ik veel. Dat weet ik niet. Maar het zit er wel in. Het zit…
P: Weet je wel. Dat heb je toch onderzocht?

V: Van de … kade? Ik weet.. weet ik niet. Ik heb financieel… Jongen ik kan niet eens mijn bankafschriften op nummer leggen.
P: Als je hoort dat hij voor 100.000 koopt en hij verkoopt mij voor een miljoen…

V: Dat is toch…?
P: Maar eh dat is een heel groot verschil. Maar wat heb ie betaald?

V: De Groenmanskade?
P: Ja.

V: 6,5 ton.
P: Heb hij betaald?

V: Ja.
P: gulden of euro’s?

V: Euh...Wat heb jij betaald?
P: Ik weet niet eens meer wat ik betaald heb.

V: Volgens mij één komma twee
P: Volgens mij waren het guldens toen.

Petersen verkocht het object na enkele maanden alweer voor 1.430.000 gulden en maakte dus een winst van 180.000 gulden. De verbalisant vond het maar vreemd dat er winst werd gemaakt omdat er ‘bepaalde personen’ bij betrokken waren.

V: Maar ik bedoel wij vinden het dan raar dat wij in zo’n transactie bepaalde personen terug zien.
P: Oh.

V: Snap je wat ik bedoel?
P: Maar dat was toevallig hoor dat ik eh.. met dat stukje grond. Ik vond het niet duur wat ik ervoor betaald heb, nog steeds niet.

V: Het is ook volgens mij getaxeerd voor die waarde.
P: Ja. Het is helemaal geen gek bedrag. Kijk, als je zoveel winst maakt of eh. Ik bedoel ik heb ook wel eens met zo’n transactie heel veel geld verdiend dus...

V: Ja?
P: Het is niet ongewoon.

V: Ja oké, maar dan zijn er mensen bij, bij wie wij geen argwaan hebben maar bij Marcel Kaatee hebben wij toevallig net effe argwaan als die ertussen zit, want dan lezen wij Willem Holleeder. En zo hebben wij dat met een aantal dingen want dat hebben wij niet alleen met jou hoor, maar ook met andere transacties.
P: Voor mij was het geen ongewone transactie.

De tekst spreekt voor zich. Ieder commentaar is verder overbodig. Het letterlijk uitgewerkte verhoor kan zo bij de cursus getuigenverhoor worden gebruikt als voorbeeld van ontoelaatbaar sturend verhoren. En wat een verschil met de op ambtseed opgemaakt foute samenvatting.

Schandelijk
Deze opsomming is niet limitatief. De verklaring van Paarlberg's financiele adviseur Van T. waarbij hij er toe wordt verleid te vertellen dat er met de herfinanciering iets mis was, is misschien nog wel een beter voorbeeld. Vrijwel iedere keer dat verhoren met informatie over voor Kaatee relevante feiten zijn uitgeluisterd, bleek het oorspronkelijke verhoor, met name op de wezenlijke onderdelen, helemaal fout. Erna van Dongen verklaarde niet dat Endstra bij Kaatee verantwoording moest afleggen in het bos, Van der Bijl zei juist dat Kaatee niets van criminele zaken van Holleeder wist en Peter Petersen vertelt dat de Groenlandse kade voor hem een goede deal was. We wachten nog op het proces-verbaal van het uitgewerkte verhoor van Arnold Endstra. Ik kan u alvast verklappen dat hij op de vraag of Holleeder hem ooit een baan heeft aangeboden, in werkelijkheid spontaan antwoordt: “Nee”. Ik hoed mij altijd voor het gebruik van grote woorden maar de kwalificatie ‘schandelijk’ kan ik hier niet vermijden.

‘Strekking verklaringen nimmer aangetast’
Het OM laat zich over deze praktijk bij requisitoir als volgt uit: “Bij dat beluisteren is een aantal malen geconstateerd dat in een beperkt aantal gevallen delen van de verhoren niet of onvolledig of onzorgvuldig door de rechercheurs in het ambtsedig proces-verbaal zijn vastgelegd. Dat valt te betreuren. Ons is echter nimmer gebleken dat daardoor de strekking van een verklaring werd aangetast”.
De officier zegt dat volgens Van Dongen Kaatee mede verantwoordelijk was voor het geweld jegens Endstra, maar zij heeft dat helemaal niet gezegd.
De officier stelt ter zitting dat van der Bijl heeft gezegd dat Kaatee alles van de financiële zaken van Holleeder weet. In werkelijkheid zegt Van der Bijl dat Kaatee niets van die criminele dingen weet.
In Nieuwgraaf vinden we volgens de officier het ultieme bewijs voor betrokkenheid van Kaatee bij het wegsluizen van gelden ten behoeve van Holleeder. Peter Petersen, die n.b. volgens het OM zelf wordt afgeperst, legt in extenso uit dat de deal met betrekking tot de Groenlandse kade ‘perfectly allright’ is. Dat schrijft men dus niet op. En dan zeggen deze vertegenwoordigers van het OM, deze magistraten, dat “de strekking van een verklaring” nimmer werd “aangetast” !

Slordig of malicieus?
Het grootste gevaar van de geconstateerde werkwijze is dat we slechts een aantal verbalen hebben kunnen controleren waarvan de inhoud op wezenlijke onderdelen niet correct was. Dat wat als wetenschap vermeld staat, geen eigen wetenschap van de getuige was maar het resultaat is geweest van ofwel overleg tussen betrokkenen na de moord op Endstra ofwel was ingegeven door de verbalisanten. In het ene geval slordig, maar in het andere gewoon op malicieuze wijze verkeerd is genoteerd. De vraag is wat dat betekent voor de overige verhoren die we niet hebben kunnen controleren. Waarom zou de inhoud daarvan wel de juiste weergave bevatten?

19 mei 2009

Het pleidooi in de zaak Kaatee (1)

Mijn pleidooi stond gepland op 6 mei 2009 van 09.00u tot 13.30u in het Paleis van Justitie, de thuisbasis van het Amsterdamse gerechtshof. De zittingszaal was slechts gevuld met 4 belangstellenden: allereerst mijn gezin, Priscilla en Keanu, en tevens twee bekende journalisten. Op de publieke tribune een verdieping hoger zaten onze vrienden Don Clovis, Christina en Dodge. Laatstgenoemde is de bassist van mijn band, die speciaal vanuit Uden naar Amsterdam was gereden om deze zitting bij te wonen. Mevrouw Gonggrijp Van Mourik, de gewraakte raadsheer die tijdens het requisitoir in Rotterdam nog zo fanatiek zat te schrijven toen mijn zaak werd voorgedragen, was in geen velden of wegen te bekennen.

Artikel 311 lid 2 jo. 415 WvSv.
Dat een verdachte zelf het woord voert tijdens het pleidooi, komt zelden voor. Toch hadden mijn advocaat en ik afgesproken dat wij ieder onze eigen pleitnotities zouden voordragen. Mr. Jahae begon zijn pleidooi daarom als volgt:
´Het pleidooi wordt geregeld in artikel 311 lid 2 jo. 415 WvSv. De wetgever vergunt in die bepaling de verdachte het recht om na het requisitoir op de woorden van het OM te antwoorden. De verdachte heeft dat recht, niet de raadsman. Nu is het in de praktijk natuurlijk altijd zo dat de raadsman na het requisitoir zijn pleidooi houdt, vandaag zullen Marcel Kaatee en ik art. 311 lid 2 jo. 415 WvSv in ieder geval letterlijk nemen. Wij zullen samen, elkaar afwisselend en aanvullend pleiten.´

Mijn advocaat:
Officier van justitie Plooij zei in raadkamer op 14 februari 2006: “Kaatee is de financiële spil waar het onderzoek om draait”. Op 11 april van dat zelfde jaar legde mr. Teeven uit waarom Kaatee toch echt langer in voorarrest moest blijven: “deze man kan vermogensbestanddelen wegsluizen die nog niet traceerbaar zijn”. En verder tijdens hetzelfde betoog: “Kaatee verklaart veel maar hij zegt weinig en als wordt doorgevraagd blijft hij hangen in zijn eigen verhaal”. Omstandig legde mr. Teeven uit dat Marcel Kaatee de man was die de financiën voor Holleeder bestierde. Kaatee was volgens mr. Teeven: “de minister van financiën van Holleeder”. Op 11 mei 2006 werd deze krachtige stelling met de van deze officier bekende ferme vastberadenheid herhaald. Kaatee als spil en minister van financiën.

Bij gelegenheid van het requisitoir in eerste aanleg was de benadering al iets genuanceerder. Het was wel duidelijk dat Kaatee uit het centrum was verdwenen. Het hart van de zaak lag nu bij de betalingen van Endstra aan Paarlberg en ja, daar had Kaatee toevallig niks mee te maken. Evenmin bleken er vermogensbestanddelen weggesluisd. Kaatee zou volgens het OM hooguit behulpzaam zijn geweest in de marge door het maken van afspraken, het inzien van een enkele transactie, het aannemen van een geldbedrag ten behoeve van Holleeder en zijn betrokkenheid bij de Wallenpanden kon ook niet kloppen. Allemaal losse verwijten zonder kennelijk verband, een beetje met de haren er bij gesleept, maar toch. Het kon niet zo zijn dat Kaatee ineens helemaal niks meer te verwijten viel. Drie jaar luidde de eis.
De rechtbank oordeelde anders en sprak Kaatee vrij van het leeuwendeel van de feiten en oordeelde enkel dat cliënt voorzichtiger had moeten zijn bij het aannemen van een contant geldbedrag. Bij gelegenheid van het requisitoir op 20 april jl. in hoger beroep, oordeelde het OM anders dan de collega’s uit de eerste lijn, dat Kaatee vrij gesproken zou moeten worden van deelname aan een criminele organisatie, evenmin werd hij nog langer beschouwd als medepleger van afpersing, hooguit als medeplichtige. De motivering is wel een heel bijzondere. Waarom namelijk medeplichtig en geen medepleger? Omdat Kaatee “zich bewust moet zijn geweest van de reële kans dat het daarbij ging om gedwongen betalingen door Endstra met het oogmerk van Holleeder om zich te bevoordelen, ja wederrechtelijk te bevoordelen, juist door de dwangsituatie”. Hij moet zich daar bewust van zijn geweest om twee redenen en wel de volgende:
(1) “Was het immers niet Holleeder die al eerder betrokken was geweest bij de ontvoering van Heineken, ook omwille van het grote geld?
(2) “Is het aannemelijk te achten dat Kaatee, die zulke nauwe contacten had met Holleeder en met Endstra en die ontmoetingen bepaald niet normaal tot stand kwamen, zich niet bewust moest zijn van de dreigementen jegens Endstra?”.
Een retorische vraag, maar dan wel een uit het ongerijmde. Veiligheidshalve voegt het OM er nog aan toe dat niet per sé vereist is dat Kaatee op de hoogte was van de afpersing door Holleeder, zelfs als hij voorwaardelijk opzet zou hebben op het mindere, kan er een veroordeling volgen ter zake medeplichtigheid van afpersing hetgeen dan bij de strafoplegging verdisconteerd kan worden.

Van de centrale, financiële autoriteit, het centrum van waaruit de financiën van het criminele imperium van Holleeder bestierd werd, de minister van financiën, tot iemand die zich bewust moet zijn geweest dat er iets niet klopte in de relatie tussen Holleeder en Endstra. Zie hier de progressie in de gedachtevorming bij het OM. Ik heb sterk de indruk dat als het appèl een paar maanden langer had geduurd en het OM de tijd en gelegenheid had genomen om zich werkelijk te verdiepen in de zaak van Marcel Kaatee, men vanzelf tot vrijspraak geconcludeerd zou hebben.

10 mei 2009

Het requisitoir

De Bunker was niet beschikbaar dus moest voor het requisitoir van 20 april 2009 worden uitgeweken naar de beveiligde rechtbank in Rotterdam. In augustus 2008 vonden daar ook de eerste zittingen plaats in het hoger beroep van het Holleeder-proces. Mijn vriendin Priscilla mocht toen in de zaal plaatsnemen en hoefde de zittingen niet achter glas vanaf de eerste verdieping te volgen. Niet alleen is zij mijn morele steun en toeverlaat maar ook een uitstekend notuliste en idem observator. Geregeld komt het voor dat haar tijdens zittingen dingen opvielen die ik zelf niet had opgemerkt.

Achter het glas
Om op de dag van de zitting niet in de file te hoeven staan hadden wij voor zondag 19 april een kamer gereserveerd in Hotel New York, op loopafstand van de Rotterdamse rechtbank. Toen wij op 20 april ’s ochtends omstreeks half elf bij de rechtbank arriveerden, werden wij vriendelijk welkom geheten en gefouilleerd door het personeel. Nadat alle controles en detectiepoorten waren gepasseerd ontstond er een probleem. In tegenstelling tot de zittingsdagen in augustus 2008, wilde de advocaat-generaal dit keer niet dat mijn vriendin de zitting vanuit de rechtszaal zou bijwonen. Deze was slechts voor de helft gevuld. Desondanks werd zij verwezen naar de publieke tribune. Daar zou zij als enige van het hele gezelschap moeten plaatsnemen. Tot tweemaal toe is de advocaat-generaal door medewerkers van de rechtbank benaderd om hem van gedachte te doen veranderen, maar hij was niet te vermurwen. De vriendin van Kaatee moest maar in haar eentje boven gaan zitten, achter het glas.

Procedure van de Rotterdamse rechtbank
Omdat het Openbaar Ministerie eerder geen bezwaar had tegen Priscilla’s aanwezigheid in de zaal, vond ik dit absurd en liet mijn advocaat weten de zitting niet bij te zullen wonen. Indien mijn vriendin ongewenst was in de zaal dan was ik dat kennelijk ook, althans zo voelde dat. Mr. Jahae vond het begrijpelijk en stelde voor om de kwestie voor te leggen aan de voorzitter van het hof. Die bepaalt immers de gang van zaken tijdens een rechtszitting en niet het Openbaar Ministerie. Om 11.30u kreeg ik een telefoontje van mr. Jahae. Het hof had haar goedkeuring uitgesproken dat mijn vriendin in de zaal mocht plaatsnemen. Toen mijn advocaat het bezwaar van de kant van het O.M. ter sprake bracht, verschuilde de advocaat-generaal zich achter een zogenaamde procedure van de Rotterdamse rechtbank. Het personeel had tijdens de eerstvolgende pauze echter geen goed woord over voor het afschuifgedrag van deze vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie: ’Het komt echt niet van ons hoor! De A-G heeft gezegd: ik wil het niet hebben, ze moet maar op de publieke tribune gaan zitten.’

De Wallenpanden
De inhoud van het requisitoir bevatte voor mij een aantal verassingen. Ik werd niet meer verdacht van strafbare feiten met betrekking tot de herfinanciering door Paarlberg’s Wilbury Ltd. Tevens werd de zaak Nieuwgraaf 114 Holding / Leijenbergh Vastgoed geschrapt van de tenlastelegging.
In het verlengde van mijn Bibob-procedure, zette het Openbaar Ministerie volledig in op de Wallenpanden, terwijl zij daarvoor in de eerste aanleg nog om vrijspraak had gevraagd. Nu achtte men het onwaarschijnlijk dat een ‘gewiekst zakenman’ als Endstra de Wallenpanden onder de taxatiewaarden zou hebben verkocht als hij daartoe niet gedwongen was geweest door Holleeder. In 1998 zou door Holleeder aan Arnold Endstra een baantje zijn aangeboden in de gokhallen en er zou een overeenkomst van een fiscalist zijn geantedateerd, zo beargumenteerde de advocaat-generaal de verdenkingen. Ik citeer verder uit het requisitoir: ‘Kaatee moet op grond van de breedvoerige publicaties in het landelijk dagblad de Telegraaf geweten hebben dat Endstra te boek stond als bankier van de onderwereld. Hij moet zich ervan bewust zijn geweest dat hij vermogensbestanddelen die wij samenvatten als de Wallenpanden heeft verworven en voorhanden heeft gehad die middellijk of onmiddellijk afkomstig waren uit enig misdrijf in de onderwereld. Dat hij zich daar op zijn minst bewust moet zijn geweest blijkt niet alleen uit het gegeven dat de kranten uitvoerig hadden bericht over Endstra en zijn witwasactiviteiten, zijn vastgoed en de rol van Holleeder en Mieremet. Het blijkt ook uit de gedragingen van Kaatee zelf, zoals de haastige aankoop, onder de taxatiewaarden en een geantedateerde vaststellingsovereenkomst.’
Endstra wordt door het Openbaar Ministerie meer en meer afgeschilderd als een grote boef. Men sprak in het requisitoir openlijk over ‘Endstra en zijn witwasactiviteiten’. Dit lijkt me zorgelijk voor familie, vriendinnen en zakenrelaties van Endstra die zich, gezien de motivering van het O.M., kunnen gaan opmaken voor dezelfde strafrechtelijke vervolging die mij ten deel is gevallen.

Mr. Gonggrijp-Van Mourik
Dat mijn vriendin in de zaal mocht plaatsnemen was ook dit maal nuttig. De op 22 oktober 2008 in deze zaak gewraakte raadsheer mr. Gonggrijp-Van Mourik was de gehele zitting in Rotterdam aanwezig. Het leek ons vreemd dat een raadsheer, die vanwege haar familieband met een van de getuigen (Dennis P.) van de zaak was gehaald, op de achtergrond toch een rol vervult in het strafproces. Het was mijn vriendin opgevallen dat mr. Gonggrijp-Van Mourik plaatsnam tussen het clubje mensen van het Openbaar Ministerie. Daarna heeft zij haar goed geobserveerd. De gewraakte raadsheer werd voorzien van alle stukken en zat daarin aandachtig te lezen. Bij de behandeling van de zaak Kaatee begon zij ineens fanatiek te strepen en te schrijven. Wij vonden dit zeer opmerkelijk. Onderweg naar Amsterdam vroegen wij ons af of mr. Gonggrijp-Van Mourik alleen geïnteresseerd was in het verhaal van het Openbaar Ministerie, of dat zij ons pleidooi enkele weken later eveneens zou bijwonen.

25 april 2009

Het complotproject 1012

project 1012 gemeente Amsterdam

Het Amsterdamse Red Light District is bekend over de hele wereld en is van oudsher een uitgaansgebied waar miljoenen mensen vertier zoeken. Bewoners in dit gebied die zich hieraan ergeren en hiervan overlast ondervinden zijn er altijd geweest. Zij trachten de politiek ertoe te bewegen maatregelen te nemen, wat hen veelal ook lukt. Hieronder enkele publicaties uit de jaren tachtig.

Het Parool 17 april 1982:
“De ergernis van de bewoners wordt niet zozeer veroorzaakt door het feit dat zij in het prostitutiecentrum zitten, maar wel doordat het karakter van de wallen aan het veranderen is met als gevolg meer overlast voor de bewoners. Steeds meer bordelen maken plaats voor sexwinkels, sextheaters, gokhuizen en discotheken. Ook de nieuwste aanwinst van wallenkoning Jopie de Vries, een theater voor driehonderd toeschouwers, is door de buurt niet bepaald in dank afgenomen.”

Het Parool 18 november 1982:
“De gemeente Amsterdam gaat een halt toeroepen aan de sex-industrie op de wallen. Het aantal bordelen en sexinrichtingen (sexwinkels, peepshows en dergelijke) mag zich niet verder uitbreiden. De sexindustrie wordt alleen toegelaten op die plekken waar zich nu grote concentraties van deze bedrijven bevinden zoals aan de Geldersekade, rondom het Oudekerksplein, een deel van de Oudezijds Achterburgwal en Voorburgwal en enkele stegen.”

Het Parool 18 april 1985:
“Burgemeester van Thijn en de Amsterdamse hoofdcommissaris Valken willen voor 1 november maatregelen nemen tegen de overlast van drugs en prostitutie in de Burgwallenbuurt. Zo willen ze bekijken of meer nachtelijke surveillances, vaker gerichte acties met inschakeling van de lokale narcoticabrigade en het inzetten van agenten van de uniformdienst die deel uitmaken van de parate eenheid uitkomst kunnen bieden.”

NRC 23 april 1985:
“De vrouwenhandel is in Nederland sinds 1976 sterk toegenomen, blijkt uit het onderzoek dat staatssecretaris Kappeijne van Coppollo (emancipatiezaken) heeft laten instellen. (…) Volgens Wiltink (woordvoerder van de Amsterdamse Politie) houdt zowel de zedenpolitie als de afdeling recherche van het bureau Warmoesstraat de zaak streng in de gaten en zijn er geregeld controles.”

Volkskrant 27 oktober 1988:
“Bewoners en ondernemers van het Amsterdamse Wallengebied demonstreren tegen de overlast die zij van de drugshandel ondervinden.(…) De buurtbewoners eisen van het gemeentebestuur dat er een speciaal projectteam van de politie komt dat de openbare ordeproblemen in de buurt gaat bestrijden.”

Er zijn overeenkomsten maar ook verschillen ten opzichte van de huidige situatie. De demonstraties van bewoners tegen overduidelijke misstanden op de Wallen hebben plaatsgemaakt voor overlegvormen in achterkamertjes waarbij een veronderstelde criminaliteit als witwassen in het Wallengebied eerder kunstmatig bedacht lijkt dan werkelijk aanwezig. Met ludieke zelfbedachte namen proberen sommige bewoners en ondernemers thans invloed uit te oefenen op de gemeentelijke besluitvorming. Mogelijk willen ze op de eerste rang zitten als de grote herverdeling van eigendom plaatsvindt wanneer het Coalitieplan ten uitvoer wordt gebracht. De economische belangen zijn immers groot.

Coalitieproject 1012
Volgens het persbericht van de gemeente Amsterdam en stadsdeel Centrum van 5 december 2008 is het postcodegebied 1012 de afgelopen jaren weer het toneel geworden van georganiseerde criminaliteit. Om deze reden hadden Burgemeester Cohen (PvdA), Wethouder Asscher (PvdA), Stadsdeelvoorzitter Iping (PvdA) en portefeuillehouder Koldenhof (VVD) de handen ineengeslagen om het gebied veiliger, fraaier en leefbaarder te maken. Dit heeft geresulteerd in het zogeheten Coalitieproject 1012. Dat klinkt prachtig maar toch is enige nuancering op zijn plaats.

‘Macht op de Wallen’
Op 28 januari 2009 verscheen een analyse van het Coalitieproject 1012 getiteld ‘Macht op de Wallen’. Studenten politicologie van de Universiteit van Amsterdam concludeerden hierin dat de gemeente een mediastrategie heeft gehanteerd om de publieke opinie te beïnvloeden. De inhoud van de berichtgeving is actief gestuurd om het publiek te overtuigen dat de situatie in het postcodegebied 1012 onhoudbaar is, de prostituees de dupe zijn en de gemeente uiteindelijk de redder in nood is.
Kritiek is onmogelijk gemaakt door voortdurend te stellen: wie tegen het plan is, steunt vrouwenhandel. Uit interviews is gebleken dat bepaalde media primeurs hebben gekregen wanneer de gemeente mocht meebeslissen over de inhoud van de publicatie.

Draagvlak
Een jaar voordat deze analyse verscheen constateerde VVD-leider Mark Rutte al bij Pauw & Witteman dat de Amsterdamse krant Het Parool helemaal achter de plannen van wethouder Lodewijk Asscher stond. Het Parool blijkt een belangrijke bondgenoot van de bestuurders om een maatschappelijk draagvlak te creëren voor hun plannen met het Wallengebied. De krant publiceert met enige regelmaat artikelen waarin de door bestuurders geschetste situatie op de Wallen kritiekloos wordt overgenomen. In het artikel “Van Sodom en Gomorra naar een tweede PC Hooft” van 27 december 2008 schrijft de krant bijvoorbeeld: “Feit is dat het op de Wallen uit de hand is gelopen met 484 ramen, 76 coffeeshops, 38 headshops, 10 speelautomatenhallen, 12 belhuizen, 10 geldwisselkantoren en 19 minisupermarktjes.” Uit de gepresenteerde getallen lijkt er een inventarisatie te zijn gemaakt van aantallen ramen, speelhallen, coffeeshops e.d. De krant deelt niet geheel toevallig de conclusie van de bestuurders dat het allemaal teveel is.
Op 12 september 2007 hield loco-burgemeester Asscher een toespraak “Verhalen uit de praktijk” over de bestuurlijke aanpak in het Wallengebied. Hij noemde toen andere getallen: “Zo omvat de raamprostitutie in dit gebied 143 panden met daarin in totaal 451 ramen. Er zitten 8 grote speelautomatenhallen en maar liefst 85 coffeeshops. Verder zit er uitzonderlijk veel horeca.”
Ten onrechte stelde hij dat er 8 speelhallen op de Wallen waren gevestigd (Het Parool telt er zelfs 10). In werkelijkheid zijn er maar 5 waarvan er niet een als ‘groot’ kan worden aangemerkt. Dit onjuiste beeld sprak ongetwijfeld tot de verbeelding van de toehoorders waaronder de Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst die van 1994 tot 2001 zelf wethouder was in Amsterdam.
Op de Wallen zou een criminele infrastructuur heersen, vervolgde Asscher zijn verhaal. Er moest daarom “op een slimme manier” onroerend goed worden verworven zodat criminogene branches teruggedrongen konden worden en er een economische herontwikkeling kon plaatsvinden. Met “slimme manier” doelde Asscher waarschijnlijk op het toepassen van de Wet BIBOB, waarbij vermoedens voldoende zijn om ondernemers vergunningen te kunnen weigeren.

Pauw & Witteman
Enkele maanden later schoof Asscher gezellig aan bij Pauw & Witteman. Daar vertelde hij de kijkers het volgende: “Sinds het rapport van Van Traa is bekend hoe massaal het daar is. Maar als je je realiseert dat daar 470 ramen zijn, 76 coffeeshops, tientallen smartshops, belwinkels, wisselkantoren, dan is het zo massaal dat het telkens opnieuw verkeerde types en verkeerd geld naar het gebied trekt.” Het verminderen van de criminogene functies was naar zijn idee noodzakelijk voor de criminaliteitsbestrijding in het gebied.“We hebben de rapporten van witwassen, we weten dat daar een infrastructuur is waarbij de verkeerde mensen de baas zijn.” Op welke witwasrapporten de wethouder doelde vertelde hij er niet bij. De algemene rekenkamer schreef op 16 mei 2008 in haar onderzoek over het bestrijden van witwassen dat zij de benodigde informatie zelf had moeten uitzoeken omdat er juist géén informatie over witwassen voorhanden was. Met Asscher’s rapporten over witwassen had de rekenkamer zichzelf dus een hoop werk kunnen besparen.
Bij Pauw & Witteman criminaliseerde Asscher het Wallengebied weer: “Het is gewoon een gebied waar nu de verkeerde mensen, het geboefte de baas is. Dat kun je niet meer accepteren, dat kan niet meer in het Amsterdam van nu.” Asscher verwachtte veel tegenstand om zijn plannen ten uitvoer te kunnen brengen,“niet alleen van u (wijzend naar de Wallenondernemers in de zaal), ook van mensen die belangen hebben in het gebied, die daar hun geld willen witwassen.” Zo bestempelde de sluwe politicus iedere tegenstander als een potentiële witwasverdachte.

Burgemeester Cohen
Twee weken daarvoor had Burgemeester Cohen op AT-5 uitgelegd welke enorme druk er op de Wallen lag,“met prostitutie, met coffeeshops, met een heleboel anderen, met speelhallen, met supermarktjes waar geen bal gebeurt en waarvan je nou echt het gevoel hebt, dat deugt hier niet”.
De Burgemeester benadrukte later tijdens een seminar over de Bibob-wetgeving dat hij samen met het Stadsdeel Centrum tot de conclusie was gekomen dat de balans van wonen, werken en recreëren volledig zoek was in het Wallengebied. De opeenstapeling van criminogene branches in het gebied had naar zijn oordeel een aanzuigende werking op de georganiseerde misdaad. Het zogenaamde 1012-project was bedacht “om de criminele infrastructuur te doorbreken door de criminogene functies en overlastgevende functies te verminderen en tegelijkertijd het gebied op te waarderen naar een meer en divers hoogwaardig aanbod”.

Toen het plan ‘Hart van Amsterdam, Strategienota Coalitieproject 1012’ officieel werd gepresenteerd beweerde de burgemeester op 8 december 2008 in Trouw stellig dat onderwereldfiguren de baas zijn op de Wallen en dat er veel zwart geld circuleert. Cohen:“Het is te toegankelijk geweest voor het vestigen van ondernemingen die criminaliteit aantrekken. Dat zijn bordelen, coffeeshops, smartshops, minisupermarktjes, gokhallen, souvenirwinkeltjes, seksshops- en bioscopen, geldwisselkantoren, sommige horeca en headshops waar gebruiksvoorwerpen voor softdrugsgebruik worden verkocht. Delen van deze branches bieden criminelen een legale manier om hun geld wit te wassen.”

Criminogeen
‘Criminele infrastructuur’, ‘criminogene functies’ zijn termen die bestuurders veelvuldig in de mond nemen. De betekenis van criminogeen is ‘criminaliteit bevorderend’. Dat veronderstelde criminogene factoren bij speelautomatenhallen in de praktijk niet overeenstemmen met de werkelijkheid is al eind 1997 vastgesteld door het Willem Pompe Instituut. De vooroordelen over speelautomaten zijn echter hardnekkig en bestuurders zijn hardleers.

De werkelijke aantallen
Omdat deze onderbelicht zijn gebleven tijdens de inspraakavond op 23 maart 2009 beperk ik mij verder in deze zienswijze tot de speelautomatenhallen op de Wallen, die in verband met het coalitieproject veelvuldig worden aangeduid als criminogene of laagwaardige ondernemingen die aan de onderkant van de markt opereren.
Zoals eerder gemeld bevinden zich in het Wallengebied, in tegenstelling tot hetgeen wethouder Asscher in zijn toespraak beweerde, geen 8 maar 5 speelhallen waarvan er geen enkele voor “groot” zou kunnen doorgaan. Een bestuurder die bewust de beeldvorming beïnvloedt door een onjuiste voorstelling van zaken te geven, diskwalificeert zichzelf. Dat wethouder Asscher zo onzorgvuldig te werk gaat dat hij het werkelijke aantal bedrijven niet kent, is uitgesloten. Het aantal vond hij immers teveel. Een goed bestuurder vergewist zich van betrouwbare onderzoeksgegevens alvorens conclusies te trekken.
In het gehele postcodegebied 1012 bevinden zich in totaal 10 speelhallen waarvan 5 in het Wallen-gebied. In de vijf kleine amusementscenters op de Wallen wordt slechts 19% van het totale aantal in speelhallen opgestelde automaten in het postcodegebied geëxploiteerd. In haar economische visie ‘Etalage van Amsterdam’ van november 2008 trok de Kamer van Koophandel geenszins de conclusie dat dit teveel was. In tegenstelling tot de bestuurders vond zij het huidige aantal hallen (5) blijkbaar wel passen in de buurt.
Verreweg de meeste speelautomaten van het postcodegebied 1012 (81%) staan opgesteld in de vijf speelhallen aan het Damrak en de Nieuwendijk. Deze vijf bedrijven hebben vergunningen voor in totaal 618 automaten. Drie van deze speelhallen hebben een vergunning voor 100 of meer automaten en kunnen als ‘groot’ worden gekwalificeerd. Met een druk op de knop zijn al deze gegevens uit openbare bronnen te halen. Daar kan geen misverstand over bestaan.

‘Gokhallen’
Speelautomatenhallen worden door bestuurders en in de media vaak laagwaardige ondernemingen genoemd die zouden bijdragen aan een verloederd straatbeeld. Dit is ongepast en beledigend. Niet alleen voor de ondernemers in deze branche maar ook voor het personeel dat speciale cursussen moet volgen om de werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten.
In de strategienota worden amusementscenters of speelautomatenhallen steevast aangeduid als ‘gokhallen’ of ‘gokautomatenhallen’. Ook dit draagt bij aan de negatieve beeldvorming evenals de gehanteerde stelling dat ‘gokhallen zich aan de onderkant van de markt bevinden’.
In het verbouwde City-theater bij het Leidseplein opent JVH Gaming binnenkort een splinternieuwe ‘gokhal’ met 150 automaten. Dit zijn er meer dan in alle vijf speelhallen op de Wallen tezamen staan opgesteld. De gemeenteraad verleende haar goedkeuring hiervoor. Het zal wel een KEMA-gecertificeerde automatenhal worden, maar die zijn er ook op de Wallen. Alleen wordt in dat gebied al jaren geen enkele uitbreiding toegestaan waardoor de mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering beperkt blijven tot het behalen van het KEMA-certificaat. Het opheffen van deze rigide beperkingen is niet terug te vinden in de strategienota.

KEMA
Een KEMA certificaat toont aan dat het kwaliteitsbeleid van een speelautomatenhal transparant, betrouwbaar, veilig en deugdelijk is. De criteria om aan het KEMA certificaat te voldoen zijn opgesteld door KEMA Registered Quality BV in samenwerking met de Speelautomatenbranche organisatie VAN, Ministerie van VWS, Ministerie van Justitie, Ministerie van Economische zaken, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Verslavingszorg. Speelhallen die het KEMA certificaat hebben behaald, worden 2x per jaar door middel van audits gecontroleerd of zij nog aan de kwaliteitsnormen voldoen. KEMA-gecertificeerde speelhallen bevinden zich daarom niet ‘aan de onderkant van de markt’ en zijn net zo min laagwaardig als bijvoorbeeld Holland Casino.

Witwassen in speelhallen?
In zijn voornemen tot weigering van de exploitatievergunningen van Amusementscenter Molensteeg en Buddy Buddy schrijft Burgemeester Cohen: “De ondernemingen waarvoor u de vergunningen heeft aangevraagd, lenen zich voor het witwassen van criminele gelden.”
Een toelichting gaf de Burgemeester niet bij deze veronderstelling. De gedachte achter zijn vooroordeel vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in 1993. Toen hebben hooggeplaatste politiechefs waaronder de Amsterdamse commissaris Van Riessen ongenuanceerde uitspraken gedaan die de speelautomatenbranche in een kwaad daglicht stelden. Volgens bevindingen van het zogenaamde Horeca Interventie Team in Amsterdam zouden de speelautomatenhallen Molensteeg en Buddy Buddy samen maar liefst 400 speelautomaten exploiteren die gebruikt zouden worden voor witwaspraktijken. In werkelijkheid exploiteerden beide speelhallen gezamenlijk slechts 59 speelautomaten waarmee normale omzetten werden behaald. Buddy Buddy is met een vergunning voor 19 automaten zelfs een van de kleinste automatenhallen in heel Nederland.
Van Riessen was destijds Hoofd Justitiele Bedrijfsvoering inzake bestrijding van criminele invloeden in de speelautomatenbranche. Naar aanleiding van het zogenaamde HIT-rapport van Van Riessen, publiceerde de Volkskrant op 10 december 1994 een groot artikel met als titel: ‘Hit-team meldt witten miljoenen via gokautomaten’.
De ongefundeerde en onjuiste speculaties van Van Riessen stonden eveneens model voor de bevindingen van de commissie Van Traa over de Wallen. Hierin hebben enkele criminologen hun conclusies gebaseerd op informatie van politiemensen als Van Riessen en geen onderzoek gedaan naar de feiten. Dat gebeurde pas later.
Op 30 januari 1998 werden de resultaten van een diepgaand onderzoek naar criminaliteit in Amusementscenters in opdracht van het Ministerie van Justitie naar de Tweede Kamer gezonden. De vrijwel afwezigheid van witwassen was één van de meest opmerkelijke conclusies van dit onderzoek dat onder leiding stond van de criminoloog Prof. dr. F. Bovenkerk. De reden was eenvoudig te verklaren: indien illegale inkomsten via gokautomaten witgewassen zouden worden, moet daar wel erg veel belasting over worden betaald. Daar bestonden andere en veel goedkopere alternatieven voor, volgens de onderzoekers. Een leider van de ‘Projectgroep speelautomaten’ heeft volgens het rapport van de 3000 onderzoeken slechts één signaal van een vermoeden tot witwassen gevonden. Dit vond hij “verwaarloosbaar”. Met uitzondering van het in de branche aanwezige contante geld, bleken de andere theoretisch geopperde criminogene factoren in de praktijk niet te kloppen;

• Manipulatie van gokautomaten wordt voor een groot deel voorkomen door controles van het NMI, de belastingdienst (verplichte registratie van tellerstanden sinds 1996) en KEMA;
• Er is heel weinig concurrentie op de markt doordat de gemeentebesturen het aantal bedrijven kunstmatig beperken. De enige echte concurrent is de overheid (Holland Casino);
• De regelgeving is duidelijk. Bovendien doet de branche zelf aan imagoverbetering en professionalisering, hetgeen leidt tot nog meer controles bijvoorbeeld ten behoeve van het KEMA-certificaat,
• Amusementscenters hebben computersystemen en bewakingscamera’s aangeschaft om verduistering van gelden door hun personeel te voorkomen;
• Er staat veel op het spel. Ondernemingen riskeren het verlies van een hal- of exploitatievergunning niet.

Gelet op deze conclusie zal dit niet een van de rapporten over witwassen zijn waarover wethouder Asscher sprak bij Pauw & Witteman. Indien de wethouder niet bekend is met het rapport ‘Criminaliteit in de branche van Amusementscenters?’ zou hij eens contact kunnen opnemen met het Ministerie van Justitie in wiens opdracht het onderzoek destijds is verricht.

24 april 2009

Het deskundigenonderzoek

Bij de Haarlemse rechtbank had ik al eens aangedrongen op een deskundigenonderzoek naar de wijze waarop de achterbankgesprekken met Willem Endstra zijn gevoerd door de CIE. Het verzoek werd destijds bekritiseerd door het Openbaar Ministerie en niet gehonoreerd door de rechtbank die zichzelf deskundig genoeg vond om de gesprekken te kunnen beoordelen. Ook tijdens het hoger beroep heb ik bij aanvang aangegeven graag een rechtspsychologisch onderzoek te willen naar de achterbankgesprekken. Opnieuw verzette het Openbaar Ministerie zich hiertegen. Het Amsterdamse Gerechtshof vond een dergelijk onderzoek eveneens niet noodzakelijk.

Verhelderend
Toen de verhoren van Thomas van der Bijl eind januari 2009 voor het eerst letterlijk waren uitgewerkt, bleken deze enorm af te wijken met wat oorspronkelijk was geverbaliseerd. De dominante rol van Officier van Justitie Fred Teeven werd door de verbalisanten bijvoorbeeld opvallend gecamoufleerd.
Uit de letterlijke weergaven bleek dat de wijze waarop de gesprekken met Van der Bijl waren gevoerd opvallend veel gelijkenissen vertoonde met de achterbankgesprekken. Na kennisname van de eerste uitwerkingen van de verhoren van Van der Bijl was de verdediging van Willem Holleeder ook overtuigd van het belang van een deskundigenonderzoek. Een wetenschappelijk oordeel zou verhelderend kunnen werken. Rechtspsychologen zouden de achterbankgesprekken en de gesprekken met Van der Bijl met elkaar kunnen vergelijken. Ook zouden deze tot verhoren gepromoveerde gesprekken getoetst kunnen worden aan de maatstaven waaraan getuigenverhoren moeten voldoen. Op 31 maart 2009 presenteerden de hoogleraren Crombag en Wagenaar hun ‘waardering’ van de gesprekken van politieambtenaren met Willem Endstra en Thomas van der Bijl.

Endstra
Ten aanzien van de achterbankgesprekken concludeert het rapport dat de regie vrijwel geheel in handen is van Endstra. Als de CIE-rechercheurs meer duidelijkheid willen, krijgen zij ontwijkende antwoorden. Endstra kon zo zijn eigen rol minimaliseren en die van Holleeder maximaliseren.
Dat Endstra een eigen agenda had, kan de gesprekspartners niet zijn ontgaan. Endstra’s doel om Holleeder zo lang mogelijk op te laten sluiten herbergt het risico ‘dat hij zich te buiten zal gaan aan verzinsels of in ieder geval overdrijvingen, die zijn doel zouden kunnen dienen.’ In plaats van Endstra hiervoor te waarschuwen, sporen de CIE-rechercheurs hem juist aan om zoveel mogelijk beschuldigingen te uiten.
De hoogleraren stellen vast dat Endstra zijn aandeel in de gokhallentransactie versluiert en dat zijn gesprekspartners dit niet voorkomen door kritische vragen te stellen. ‘Dat is niet de enige keer tijdens de gesprekken dat de CIE-rechercheurs nalaten Endstra te confronteren met voor de hand liggende bedenkingen.’
De deskundigen wijzen in hun rapport op een belangrijke stelregel: ‘wanneer eenmaal met zekerheid is vastgesteld dat een of meer onderdelen van een verklaring gelogen zijn, moet men ervan uitgaan dat in principe ook andere onderdelen of de gehele verklaring gelogen kunnen zijn.’ De hoogleraren zien bij alle niet geverifieerde onderdelen van Endstra’s verklaringen dan ook een ernstig probleem. Immers, als de verhoorde eenmaal op een kennelijke leugen is betrapt, kun je alleen nog strikt geverifieerde details van zijn verklaring veilig geloven. ‘Endstra zegt meer dan eens dat hem zelf niets strafbaars te verwijten valt, m.a.w. hij zou in zijn zaken goudeerlijk zijn. Wij weten dat dit een leugen is en weten bovendien maar al te goed wat zijn motief daarvoor is.’

Van der Bijl
Over de verklaringen van Thomas van der Bijl stellen de deskundigen vast dat de processen verbaal slechts een beperkte selectie was van de geluidsregistratie. De transcripties tonen aan dat een groot aantal elementen uit de verhoren zijn weggelaten, bijvoorbeeld wat Officier van Justitie Fred Teeven kwam doen.
‘Hij kwam blijkens de transcriptie uitleggen dat Van der Bijl alleen met de Nationale Recherche moest praten en niet met de CID te Haarlem of de CIE te Amsterdam, want die zijn niet te vertrouwen. (…) Het vreemde aan deze interventie is, dat het kennelijk aan Van der Bijl is om te beslissen met welke justitiele instanties hij contact heeft. Teeven is kennelijk niet in staat die instanties te coördineren. Er is blijkbaar rivaliteit tussen de verschillende politieafdelingen, die allemaal op Holleeder azen en elkaar de eer niet gunnen. De officier heeft geen zeggenschap over de CIE/CID en wil zijn positie versterken door Van der Bijl daar weg te houden. Bovendien is er het vermoeden dat er bij de politie gelekt wordt. Door exclusief met deze verhoorders te praten wordt Van der Bijl’s veiligheid echter niet gewaarborgd, want Teeven weet niet waar het lek zit, als het er is. Het zou net zo goed in Teeven’s eigen organisatie kunnen zitten.’
Het rapport vindt dat Van der Bijl hier tot een pion is gemaakt in de zoektocht naar de lekkende politiefunctionaris. Zowel de competentiestrijd in de rechercheorganisatie als het risico dat Van der Bijl daardoor loopt, kunnen motieven zijn geweest om de aard van de interventie van Teeven te verzwijgen, stellen de deskundigen.
Uit de transcripties blijkt verder dat de verhoorders van Van der Bijl zich weinig aantrekken van de richtlijnen voor getuigenverhoren, zoals aan de hand van de ‘Handleiding voor verhoor’ wordt gedoceerd aan de Politieacademie. ‘Het was meer in het bijzonder Officier van Justitie Teeven die met die richtlijnen onbekend leek. Hij leek zich er zelfs niet van bewust dat het om formele verhoren ging.’
De manier waarop de verhoren van Van der Bijl als processen-verbaal zijn opgemaakt lijken superieur aan wat de achterbankgesprekken met Endstra hebben opgeleverd. Maar in de vorm van de transcripties onderscheiden zij zich nauwelijks van de achterbankgesprekken, schrijven de hoogleraren in hun conclusie.

14 april 2009

De getuigenis van Fred Teeven (2)

In een samenvatting van alle contacten met drie anonieme bedreigde getuigen A, B en C in de Kolbak-zaak, beweert Officier van Justitie Koos Plooij dat deze destijds op dezelfde dag zijn gehoord door de rechter-commissaris. 'Niet in elkaars aanwezigheid’, benadrukte hij nog in zijn brief van 19 maart 2009. Twee rechercheurs zouden op 27 maart 2006 afzonderlijk vervoer hebben geregeld voor de drie getuigen, waaronder Thomas van der Bijl.
Nog dezelfde dag keurde de Haarlemse rechter-commissaris de anonieme status van de getuigen goed, ondanks de bezwaren van de verdediging. Het Openbaar Ministerie was tevreden. De volgende dag (28 maart 2006) was Thomas al vroeg uit de veren om met zijn Fiat Ducato twee partijen hasj op te halen. Vlak nadat hij het busje voor de loods van zijn bedrijf had geparkeerd werd Van der Bijl gearresteerd in de zogenaamde Artemis-zaak. In dit onderzoek werd ruim 30.000 kilo hasj in beslag genomen met een straatwaarde van 100 miljoen euro.

Geen contact meer
Fred Teeven verklaarde op 23 maart 2009 bij het Amsterdamse Gerechtshof dat hij geen contact meer heeft gehad met Van der Bijl nadat deze in verzekering was gesteld. Voordat hij zijn collega Van IJzendoorn benaderde om Van der Bijl vrij te krijgen had Teeven mogelijk nog wel overleg gehad met Koos Plooij. Het gesprekje met Van IJzendoorn was in ieder geval voldoende om de voorlopige hechtenis van Van der Bijl niet te verlengen. Kort na zijn vrijlating maakte Thomas op 18 april 2006 samen met getuige C afspraken met twee rechercheurs over ‘het aanstaande getuigenverhoor door de rechter-commissaris’ in de Kolbak-zaak. Er zou niet over de inhoud van de verklaringen zijn gesproken. Twee dagen later werd Van der Bijl om het leven gebracht in café De Hallen.

Media
In het Nederlands Dagblad van 25 april 2006 had mr. Jan-Hein Kuijpers als ‘advocaat van een vermeende handlanger van Holleeder’ gezegd dat de vermoordde Van der Bijl best eens een van de bedreigde getuigen geweest kon zijn. Dit werd hem tijdens de eerste Pro Forma zitting op 11 mei 2006 door het Openbaar Ministerie bijzonder kwalijk genomen. Zij ging er echter volledig aan voorbij dat er in de media al vele namen circuleerden sinds de aankondiging van drie anonieme bedreigde getuigen in februari 2006.
Doordat het Openbaar Ministerie alle bedreigde getuigen ook van toepassing achtte in mijn zaak, bracht zij mij in verband met zeer ernstige delicten. Terecht dat mr. Kuijpers hiertegen bezwaar maakte. Een ‘bedreigde’ status wordt immers niet zomaar verleend. Het Parool zou later publiceren dat een van de anonieme bedreigde getuigen mij had beschuldigd van moord. Dit was een onjuiste en zeer kwalijke suggestie van deze Amsterdamse krant, die toch al niet uitblonk in zorgvuldige berichtgeving over het onderzoek.

‘Is die boom met die M gevonden?’
Hoewel hij al op 30 september 2006 afscheid nam als Officier van Justitie, duidde Teeven het Openbaar Ministerie veelvuldig aan als ‘wij’ tijdens zijn getuigenis. Dit deed hij ook toen het nieuwe onderzoek naar de verdwenen Heineken-miljoenen ter sprake kwam. Van der Bijl had beweerd het grootste deel van het losgeld in een homofielenbos in Frankrijk te hebben opgegraven bij een boom met de letter M. Als jonge FIOD-rechercheur was Teeven in 1984 nog betrokken geweest bij het onderzoek naar de Heineken-ontvoering. Hij was toen bij de grenswisselkantoren gaan kijken of daar losgeld was omgewisseld, zo verklaarde hij op 23 maart 2009. Teeven was blij dat het onderzoek weer was opgepakt en deed op de zitting voorkomen alsof de zaak door de verklaring van Van der Bijl eindelijk was opgelost waarop de voorzitter van het Hof opmerkte: ‘O ja? Is die boom met die M gevonden?’ Deze retorische vraag deed de voormalig crimefighter weer met beide benen op de grond belanden.

‘Je kon er tactisch niks mee’
Tijdens het getuigenverhoor haperde het geheugen van Teeven wel eens bij lastige vragen. Dan antwoordde hij: ‘Dat zou ik moeten nakijken. Ik weet dat niet uit mijn hoofd’ of ‘Dat weet ik echt niet meer, u vraagt mij naar dingen van jaren geleden.’
De voormalige Officier van Justitie deed zijn best om de verklaringen die Thomas bij Van der Valk langs de A4 had afgelegd te bagatelliseren: ‘De verklaringen van 26 januari 2005 en 14 maart 2005 waren operationeel niet bruikbaar. Je kon er tactisch niks mee. Daarom is geen nader onderzoek gedaan naar de uitlatingen van Van der Bijl. (…) Ik weet niet meer of ik nog heb meegemaakt dat de verklaringen aan het dossier zijn toegevoegd. Volgens mij was ik toen al weg bij het Landelijk Parket.’
Teeven erkende wel op de hoogte te zijn geweest dat de gesprekken met Van der Bijl werden opgenomen. Of Van der Bijl het ook wist? Teeven sloot het niet uit.

Mijn vragen
Aan het einde van de zitting van 23 maart 2009 kreeg ik zelf de gelegenheid om mijn vragen te stellen aan de getuige.

V: U heeft eerder vandaag verklaard dat u wist dat uw gesprekken met Van der Bijl werden opgenomen. Wist u dit vooraf of achteraf?
A: Ik weet niet meer wanneer ik hiervan in kennis ben gesteld.

V: Wie nam het initiatief om de gesprekken met Thomas op te nemen?
A: Dat weet ik niet meer. Ik neem aan dat de Nationale Recherche in dit geval het initiatief heeft genomen.

V: Heeft u de opnamen nadien nog beluisterd?
A: Nee.

V: Ik heb diverse getuigenverhoren gelezen waar aan het begin keurig stond vermeld dat het verhoor ook werd opgenomen. Waarom is in het proces-verbaal van bevindingen van de gesprekken met Van der Bijl geen melding gemaakt van de opnamen?
A: Soms worden gesprekken opgenomen en soms niet.

V: U geeft geen antwoord op mijn vraag.
A: Er was geen vast beleid om verhoren wel of niet op te nemen.


Het Hof constateerde ook al dat de getuige mijn vraag bleef ontwijken. Net als ik was zij blijkbaar nieuwsgierig waarom het bestaan van de opnamen uit het proces-verbaal zijn gehouden. Duidelijk geïrriteerd door deze bijval van het Hof gaf Teeven uiteindelijk toe dat dit slordig was geweest. Het had natuurlijk in het proces-verbaal vermeld moeten worden. Ik vervolgde mijn verhoor.

V: Wanneer heeft u voor het eerst kennis genomen van de processen-verbaal van de verhoren van Van der Bijl?
A: Dat weet ik niet meer precies.

V: Aangezien u zelf heeft deelgenomen aan de verhoren neem ik aan dat u nieuwsgierig was naar de schriftelijke uitwerking. Of het overeenstemde met hetgeen is gezegd. Kon u zich volledig conformeren met de inhoud of heeft u onjuistheden bemerkt?
A: In grote lijnen klopte het. Ik heb geen onjuistheden kunnen ontdekken.

V: Op het moment dat de verklaringen aan het dossier zijn toegevoegd, werden ze toen ‘operationeel’?
A: Ja, dat klopt.

V: U heeft vandaag gezegd dat u niet meer wist of de processen-verbaal met de verklaringen van Van der Bijl zijn ingebracht toen u nog als zaaks-Officier betrokken was. Ik wil graag uw geheugen even opfrissen. De verklaringen zijn in juli 2006 aan het Kolbak-dossier toegevoegd. Als Officier van Justitie heeft u op 18 juli 2006 tijdens de tweede pro-formazitting nota bene zelf de volgende passage voorgedragen. Ik citeer nu uit uw eigen toelichting:
‘Over Marcel Kaatee verklaarde hij (Van der Bijl) spontaan dat die -naast anderen- van alle financiële zaken van Holleeder afweet.’
Inmiddels zijn de gesprekken met Van der Bijl letterlijk uitgewerkt en blijkt dat hij in werkelijkheid niet eens op mijn naam kon komen. Die wordt hem in de mond gelegd door een verbalisant. Als deze vervolgens zegt: ‘Maar die Marcel die weet wel van de hoed en de rand want die zit natuurlijk euh…’, antwoordt Thomas: ‘Nee, niet van de criminele euh…, dat weet ie niet.’
Waarom is deze essentiële toevoeging uit het proces-verbaal gelaten?
A: De gesprekken waren toen nog niet letterlijk uitgewerkt.

V: Maar u heeft er zelf bij gezeten. U was niet eens geïnteresseerd waarom Thomas verklaarde dat ik niet op de hoogte ben van criminele zaken. In plaats daarvan begint u tijdens het verhoor ineens vragen te stellen over Herman Schipper.

Teeven kon geen fatsoenlijke verklaring geven voor zijn handelswijze.