Mijn foto

Laatste reacties

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad

Wallen

1 maart 2010

Criminogeen

Wallen_bij_nachtEindelijk is aan de prostituees zelf gevraagd wat ze vinden van de gemeentelijke aanpak van hun werkgebied, terwijl het Wallenplan toch vooral hen aangaat. Niet in opdracht van de gemeente of van een van de gevestigde partijen is een enquête gehouden onder prostituees, maar Amsterdam Sociaal heeft het initiatief hiertoe genomen, een nieuwe politieke beweging die meedoet aan de gemeenteraadsverkiezingen van 3 maart maar van Het Parool en andere media niet of nauwelijks een podium krijgt om haar standpunten uit te dragen. Tot er een klein stukje over het onderzoek in de krant en op AT-5 verscheen. De dames blijken massaal tegen de Wallenaanpak te zijn zo lieten zij weten aan studenten van de Universiteit van Amsterdam. Die uitkomst was te verwachten, zegt Metje Blaak van belangenvereniging ‘De Rode Draad’, aan wie het rapport werd aangeboden.

Spookverhalen
Docent politicologie en sociologie aan de Universiteit van Amsterdam Laurens Buijs stelt in het voorwoord dat de politieke discussie over de prostitutie in Amsterdam wordt gedomineerd door spookverhalen:

“Ongefundeerde en onrealistisch sombere uitspraken als dat het aantal onvrijwillige sekswerkers in de hoofdstad “in de duizenden” loopt en dat een nette vergunde raamsector een “illusie” is, voeren de boventoon. Het Amsterdamse College van B&W onderneemt geen enkele actie om dit soort spookverhalen uit de wereld te helpen. Integendeel, zij gooit olie op het vuur door de gehele Amsterdamse prostitutiesector in beleidsstukken en in de media weg te zetten als ‘criminogeen’, waardoor de gruwelijkheden van het criminele Turkse netwerk onterecht ook de vele Wallenondernemers die zich wel aan alle regels houden besmetten. Het werk van de prostituees wordt keer op keer weggezet als ‘economisch laagwaardig’, en regelmatig zeggen politici dat de stad beter af is als de vrouwen achter de ramen zijn vervangen voor luxe sushirestaurants en hippe modeateliers.”

‘Hardnekkige geruchten’
Niet alleen over prostitutie verkondigt de gemeente spookverhalen maar ook als het gaat over criminaliteit in het algemeen, crimineel vastgoed en veronderstelde maffia op de Wallen. Een oproep aan bestuurders om de aanwezigheid van maffia te onderbouwen met feiten wordt genegeerd. Bestuurders hebben de mond vol over witwaspraktijken in de rosse buurt maar zijn niet in staat om voorbeelden te noemen van strafrechtelijk vastgestelde witwasfeiten op de Wallen. Gemeentelijke rapporten als “Grenzen aan de handhaving” (2007) en “Hart van Amsterdam” (2008) spreken over een criminogene infrastructuur en diep gewortelde criminaliteit in het Wallengebied maar veel concreter dan 'fenomenen waar moeilijk een vinger achter te krijgen is' en 'hardnekkige geruchten' worden de rapporten niet.

Criminogeen
Onafhankelijk van de gemeente wordt ook wel eens onderzoek verricht naar de fenomenen uit bovengenoemde rapportages. Dan zie je hele andere uitkomsten. Zo hebben wetenschappers van de Vrije Universiteit in juni 2008 de ‘criminogene’ buurten van Amsterdam in kaart gebracht. De top 5 van meest criminogene buurten van Amsterdam bestond uit Bijlmer centrum (+71% boven het Amsterdamse gemiddelde), Overtoomse veld (+71%), De Kolenkitbuurt (+61%), Bijlmer oost (+58%) en Geuzenveld (+51%).
Een uitkomst die je kunt verwachten als je dagelijks de krant openslaat. Ergens onderaan de lijst treffen we op de 60-ste plaats: ‘Burgwallen, Oude Zijde’ oftewel het Wallengebied met een criminaliteitsdreiging van 32% onder het Amsterdamse gemiddelde. Ook dat is geen verrassing voor degenen die de rosse buurt echt kennen.

‘Aan de slag’
Deze ‘weerkaart van de criminaliteit’ moest volgens onderzoeksleider professor Hans Boutellier een richtsnoer worden voor het veiligheidsbeleid van de stad, thans een belangrijk thema bij de gemeenteraadsverkiezingen.
Burgemeester Cohen was enthousiast en riep dat de stadsdelen meteen ‘aan de slag moesten’ met de conclusies van het onderzoek maar over de lage ‘criminogene’ klassering van de rosse buurt hield hij wijselijk zijn mond. Dat de Wallen volgens een onafhankelijk onderzoek een van de minst criminogene gebieden is van Amsterdam, kon beter niet aan de grote klok worden gehangen. Dit zou de opgeklopte verhalen en de miljoenenverslindende plannen van zijn partijgenoot Lodewijk Asscher in een heel ander daglicht plaatsen.



26 februari 2010

'Miljoenen verspild door geflopt project Asscher'

Paroolkop_25210_miljoenen_verspild

Gisteren schrok ik van de berichtgeving op de website van Het Parool. De Amsterdamse krant leverde zowaar kritiek op PvdA-wethouder Lodewijk Asscher, en nog wel in niet mis te verstane woorden: 'Miljoenen verspild door geflopt project Asscher'. Het bedoelde project ‘Amsterdam Topstad’, waartoe ook Red Light Fashion op de Wallen behoort, schijnt volgens een onderzoeksbureau een enorme flop te zijn, wat geen verrassing mag heten. Liefst 50 miljoen is uitgegeven aan wat leuke ideetjes van de wethouder zoals het transformeren van de Wallen tot 'hotspot voor de internationale modeliefhebber'.

Aanpassen dat bericht!
Het artikel moet heel wat woede teweeg hebben gebracht bij Felix Rottenberg, de ‘spindoktor’ van de PvdA die nota bene zelf als columnist aan Het Parool verbonden is. Volgens GeenStijl is hij de grote man achter de ‘massieve socialistische SPIN op de publieke omroep’ die momenteel gaande is. Getergd zal Rottenberg naar de redactie hebben gebeld. Wat bezielde Het Parool om zomaar een negatief artikel te schrijven over zijn protegé, de linkse knuffelpopulist Asscher! Dat was niet de afspraak en zeker niet in verkiezingstijd. “Onmiddellijk aanpassen dat bericht Barbara, en denk erom dat je daarbij ook successen meldt van het project!”, sommeert Rottenberg.

De grote verdwijntruc
“Natuurlijk meneer Rottenberg”, stamelt Barbara. Ze had even niet opgelet maar belooft plechtig de fout snel te zullen herstellen. Het artikel krijgt allereerst een softe kop: 'Kritiek project ‘Topstad’’ en de inhoud wordt volledig herschreven. Er komen ook successen in te staan zoals een suggestie dat Amsterdam dankzij het project weer terug is in de top 5 van Europese vestigingssteden.

Paroolkop_25210_kritiek_topstad


Het nieuwe stuk wordt op dezelfde dag 25-02-2010 en zogenaamd op precies hetzelfde tijdstip 08:38 op de plek van het oorspronkelijke artikel gezet dat geheel van de aardbodem verdwijnt. “Ik denk dat niemand onze verwisseling heeft opgemerkt”, zegt Barbara even later tegen Felix om hem wat te kalmeren.

17 februari 2010

PvdA wethouder opnieuw aangeklaagd

Geerts

AT-5 nieuws meldt op haar website dat seksbaas Charles Geerts aangifte heeft gedaan tegen wethouder Lodewijk Asscher wegens belediging en laster. In een interview met De Telegraaf op 23 januari jl. had de PvdA-wethouder de seksbaas namelijk aangeduid als een ‘fout mens’.

‘Het liefst pak je alles af’
Waar Geerts kennelijk aanstoot aan neemt is deze passage in het interview:

Vraag: “In uw aanval op de Wallen werd seksbaas Charles Geerts voor 25 miljoen euro uitgekocht. U maakt zo iemand steenrijk. Hoe voelt dat?”

Antwoord: “Dat is geen fijn gevoel. Maar je moet je niet vergissen: deze mensen waren al rijk. Ze bezaten die panden, en die vertegenwoordigen een waarde. Wat slecht voelt is dat je met goed geld, foute mensen uitkoopt. Dat was een dilemma dat we ook met de gemeenteraad wilden bespreken. Iedereen was unaniem voor, omdat we het gebied willen veranderen. Er moest iets gebeuren. Het liefst pak je alles af.”

Vrijbrief van het O.M.
Asscher reageerde tegenover AT-5 nonchalant op de aangifte: “Blijkbaar voelt Geerts zich aangesproken”. Nogal wiedes dat de seksbaas zich aangesproken voelt gezien de vraagstelling. Wie zou de wethouder anders hebben bedoeld in zijn antwoord?!

De PvdA-lijsttrekker maakt zich geen zorgen want de vorige keer dat Geerts hem aanklaagde liep het ook goed voor hem af. Toen had Asscher de seksbaas in een interview ‘een crimineel of crimineel persoon‘ genoemd en nam het Openbaar Ministerie de aangifte van Geerts niet eens in behandeling.
In zijn nieuwe boek ‘De ontsluierde stad’ schrijft de wethouder hierover: ‘De officier schreef me dat ik gezien het verleden van Geerts hem rustig een ‘crimineel of criminogeen persoon’ mocht noemen’. Met andere woorden: Asscher kreeg een vrijbrief van het O.M. om Geerts te criminaliseren en te beledigen.

Wet Bibob
Hoe fout is Geerts eigenlijk volgens de wethouder? Behalve in 1995, toen hij een boete kreeg van 750 gulden en twee weken voorwaardelijke gevangenisstraf wegens verboden wapenbezit (naar verluidt ging het om een antiek geweer), is Geerts nooit strafrechtelijk veroordeeld. De gemeente Amsterdam deed jarenlang goede zaken met hem hetgeen tot gevolg had dat de seksbaas kon uitgroeien tot een grote speler op de Wallen.

In 2006 wordt plotseling de wet Bibob in stelling gebracht tegen 'Dikke Charles'. Met deze wet, die daarvoor nauwelijks werd toegepast, hoeft de gemeente niet te bewijzen maar slechts aannemelijk te maken dat iemand betrokken is (geweest) bij criminele activiteiten om de bedrijven van die persoon te kunnen sluiten. Bij Geerts lukte dat niet. Sterker nog, nadat de rechter in januari 2007 een snelle sluiting verbood, durfde de gemeente niet eens meer verder te procederen. Zo fout, crimineel of criminogeen is Geerts blijkbaar niet.

‘Fout mens’
De gemeente besloot toen maar de prostitutiepanden van Geerts te kopen en schoof hiervoor NV Stadsgoed naar voren waar de PvdA’er Felix Rottenberg als een soort denktank fungeert. Zijn rol bij de aankoop van de sekspanden staat beschreven in het nieuwe boekje van Asscher.

Met de aankoop van 18 sekspanden in september 2007 was 25 miljoen euro gemoeid waarbij de gemeente met 15 miljoen aan financiële ondersteuning 'een dikke financiële vinger in de pap’ had. Burgemeester Cohen en wethouder Asscher suggereerden dat Geerts met deze deal geheel van de Wallen zou zijn verdwenen, maar niets bleek minder waar. Het NRC ontdekte een jaar later dat de seksbaas nog steeds 11 panden op de Wallen bezit waarin diverse seksondernemingen zijn gevestigd. Tevens financiert de seksbaas een raamexploitant op de Wallen. Maar dat alles maakt van Charles Geerts nog geen ‘fout mens’ zoals wethouder Asscher in de Telegraaf stelt.

11 februari 2010

De gemanipuleerde stad

Dat PvdA-wethouder Lodewijk Asscher de waarheid wel eens verdraait en veronderstellingen als feiten presenteert wisten we al. Nieuw is dat de loco-burgemeester van Amsterdam ook niet vies lijkt te zijn van plagiaat. Het NRC ontdekte dat Asscher voor zijn nieuwe boek ‘De ontsluierde stad’ zonder bronvermelding teksten van anderen heeft gebruikt.
'Asschers nieuwe boek is handig knip- en plakwerk’, berichtte Elsevier 10 februari op haar website. De letterlijk overgenomen passages hielden verband met de afgeblazen beursgang van Schiphol en waren afkomstig van het opgeheven FEM Business. Dat valt niemand op, zal Asscher hebben gedacht toen hij de tekst kopieerde.

Vrouwenhandel
Het hoofdstuk over de Wallen heeft de PvdA-lijsttrekker zelf geschreven. In zijn vorige boek ‘Nieuw Amsterdam’ van december 2005, constateerde Asscher dat vrouwenhandel op de Wallen werd gedoogd. Hij vond dat ‘uit den boze’. Kennelijk beschikte hij over informatie dat de gemeente Amsterdam strafbare feiten gericht tegen prostituees oogluikend toeliet. In plaats van burgemeester Cohen en de politie te confronteren met hun nalatigheid, leek het Asscher beter om de raamprostitutie op de Wallen actief te gaan ontmoedigen. ‘Liever een toeristenattractie minder dan medeplichtigheid aan vrouwenhandel’. Je zou als bestuurder ook voor een betere en effectievere inzet van politie kunnen pleiten maar Asscher heeft politie en justitie helemaal niet nodig in zijn ‘ontsluierde stad’. Hij zoekt de oplossing liever op de vastgoedmarkt met een nogal kortzichtige redenering: door prostitutiepanden op te kopen en er een andere bestemming aan te geven zou het misbruik van vrouwen vanzelf afnemen, want als er minder ramen zijn, is er automatisch minder sprake van vrouwenhandel.

Mannen met koffertjes
In zijn nieuwe boek openbaart Asscher hoe tijdens het Bethaniënoverleg op 12 december 2006 het besluit tot het opkopen van prostitutiepanden tot stand is gekomen en wat daarbij de ‘onnavolgbare rol’ van Parool columnist Felix Rottenberg (PvdA) is geweest. Het verhaal gaat als volgt:

Internationale criminele organisaties, ‘Joegoslaven, Turken en Israeli’s’, stonden op het punt om met bedreiging en geweld prostitutiepanden over te nemen van de ‘oude penoze’, die inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt. ‘Er werden grove bedragen geboden die niets te maken hadden met marktprijzen.’ Dit zou blijken uit een uitzending van AT-5 en verhalen in de pers over mannen die ‘met koffertjes geld en een mes’ panden wilden overnemen. ‘De oude garde’ moest daarom worden verleid om hun panden aan de gemeente te verkopen want als die panden ‘in bonafide handen’ kwamen, had de veronderstelde maffia geen kans meer. Als de prostitutiebestemming daarna van de verworven panden was gehaald, konden andere ondernemers ‘een eerlijke kans’ krijgen op de Wallen en op die manier kon het gebied weer aan de Amsterdammers worden teruggegeven.

Forse klappen
Asscher vervolgt: ‘Sinds 2000 was de gemeente voorzichtig bezig met het aankopen van pandjes in het Wallengebied. Het Van Traa-team was speciaal opgericht om de criminele infrastructuur op de Wallen te bestrijden. Maar tot meer dan een pandje hier en daar, een paar per jaar, had de aanpak tot dat moment nooit geleid. Na de presentatie van de Bethaniënclub zouden we kunnen proberen een paar forse klappen te maken.’

Voorzichtig? Een pandje hier en daar? Een paar per jaar? Het Van Traa-team meldt in haar rapport ‘Grenzen aan de handhaving’ dat er sinds 1998 liefst 80 panden zijn aangekocht met een ‘Van Traa-bijdrage’ en dat hiermee ‘spectaculaire resultaten’ zijn bereikt. Er is dus al vele jaren sprake van gemeentelijke vastgoedpolitiek op de Wallen en niet sinds eind 2006, zoals Asscher zijn lezers wil doen geloven. Maar goed, we weten dat de wethouder moeite heeft met de feiten en zijn daarom alert.

NV Stadsgoed
In september 2007 kocht NV Stadsgoed uiteindelijk 18 panden van Charles Geerts voor 25 miljoen euro en bracht daarmee het totaal op 98. De snelheid waarmee deze deal rondkwam verbaasde Asscher en was naar zijn idee te danken aan de onderhandelingskwaliteiten van Ronald Wiggers van NV Stadsgoed, ‘een echte vastgoedman die nog met de duivel kan onderhandelen’. Deze Wiggers zou tijdens het ontbijt aan Rottenberg en Asscher hebben gevraagd of zij de deal met Geerts wel echt aandurfden. Opmerkelijk is dat de Parool columnist hierin een stem had. Nou en of, dachten de PvdA‘ers. De gemeente zou voor 15 miljoen euro garant staan, ‘voor het geval de waarde van de prostitutiepanden zou dalen wanneer zij een andere bestemming zouden krijgen.’ En die andere bestemming moest er komen, anders zou de vrouwenhandel volgens de theorie van Asscher niet afnemen.

Einde van een toeristische trekpleister
Het Van Traa-team kwam toen met het lumineuze idee om de voormalige peeskamers van Geerts beschikbaar te stellen aan kunstenaars. Philips was enthousiast en sponsorde de verlichting van de etalages en op 19 januari 2008 was ‘Red Light Fashion’ geboren. Voor modeontwerper Bas Kosters kwam het project ‘als geroepen’, want hij stond op dat moment ‘weer eens op straat’, zegt hij in Het Parool van 24 december 2009. De ontwerpers hoefden voor hun atelier en bijbehorende etalage gelukkig alleen de energierekening te betalen. Blijkbaar is dit wat Asscher bedoelde met ‘het gebied teruggeven aan de Amsterdammers’.
Uiteraard is Kosters zeer te spreken over het project: “Red Light Fashion Amsterdam heeft ongelofelijk veel gedaan voor de stad. Het heeft de hele wereld hiernaartoe gebracht. Zelfs America’s next topmodel kwam filmen.” Het is spijtig voor Kosters maar toeristen vinden de slecht onderhouden etalages met modepoppen helemaal niks en blijven massaal weg, zoals door veel Engelse, Duitse, Franse en Amerikaanse kranten al was voorspeld. Talloze goedwillende wallenondernemers die wel gewoon de huur moeten betalen ondervinden daar nu de dramatische gevolgen van. ‘De gemanipuleerde stad’ was denk ik een betere titel geweest voor het boekje van Lodewijk Asscher.

21 januari 2010

PvdA pakt prostitutie aan

Je kon erop wachten dat de Wallen in de aanloop van de gemeenteraadsverkiezingen door de PvdA misbruikt zouden worden om te scoren bij de kiezers. Partijvoorzitter Ploumen had dit vorig jaar in een interview met Het Parool al aangekondigd. De Wallen als ‘vuilnisvat van de samenleving’ en Lodewijk Asscher als de reddende engel.

Pauw & Witteman
‘Wallen op slot’ schreeuwde de Telegraaf dinsdag 19 januari 2010 op de voorpagina. ‘Asscher wil Wallen van 4 tot 8 dicht’, riep Het Parool. Vrijdag 15 januari zat de PvdA-lijsttrekker aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk in het VARA programma De Wereld Draait Door en dinsdagavond 19 januari mocht hij zijn nieuwe hersenspinsels over de Wallen toelichten bij Pauw & Witteman. “Omdat je op de Wallen verschrikkelijke vormen van criminaliteit ziet” wil Asscher van 4.00u ’s nachts tot 8.00u ’s ochtends geen prostitutie meer in de rosse buurt en de minimumleeftijd voor prostituees moet omhoog van 18 naar 23 jaar. Raamexploitant Jan Broers, eveneens te gast bij Pauw & Witteman, vond het discriminatie: “De dames zijn zelfstandig. Vanaf 18 jaar mogen ze werken en nu opeens moet het naar 23…”, waarop Asscher hem fel attaqueerde: “Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. Als mannen houden van meisjes van 14 gaan we de leeftijdsgrens toch niet verlagen, hou toch op!”

Kerkhoertjes in de Bijlmer
Asscher’s krampachtige houding ten aanzien van prostitutie is wel te verklaren. Het is nu eenmaal een moeilijk onderwerp binnen de PvdA. Voormalig wethouder Karina Schaapman (inmiddels ex-PvdA) was zelf prostituee en schreef er een boek over. Oud PvdA-wethouder Rob Oudkerk was een fervent liefhebber van prostituees. Hij bezocht regelmatig de tippelzone aan de Theemsweg waar drugsverslaafden, minderjarigen en slachtoffers van vrouwenhandel werkten.
En dan is er nog die Nigeriaanse vrouwenhandelaar die actief was binnen de PvdA in Amsterdam Zuid-Oost. "Als partijgenoten die bij de overheid zaten zijn bedrijf kwamen controleren, zette hij een paar meiden achter computerschermen die verder nooit werden gebruikt. Hij leverde een boel stemmen op en werd dus gedoogd. Totdat een veroordeling volgde, in 2001. Nu is hij allang weer opnieuw begonnen. Hij is een grote jongen, regelt zelfs meisjes die in Spanje en Italië gaan werken."

Schone Schijn
Asscher’s mededogen met de slachtoffers van vrouwenhandel zag er oprecht uit toen de PvdA-lijsttrekker bij Pauw & Witteman zijn afschuw uitte over de wreedheden die Saban B. en zijn bende met de prostituees hadden uitgehaald. Maar raamexploitant Broers had een punt toen hij zich afvroeg waarom Wallenondernemers daarop werden afgerekend: “Meneer Saban B. was in 1998 al op de gracht en wij hebben de politie in 1998 gewaarschuwd voor die Turkse groep. Waarom laat u iets lopen van 1998 tot 2007? Wat heeft u al die jaren gedaan om het op te lossen?” Volgens Asscher waren die meisjes bang en durfden ze niks te zeggen, maar wie het rapport ‘Schone Schijn: De signalering van mensenhandel in de vergunde prostitutiesector’ leest, weet wel beter. Er waren tal van aangiftes tegen de vrouwenhandelaren, maar die zijn 'door verschillende factoren' gewoon ‘op de plank’ gelegd door de politie. Het had van hogerhand geen prioriteit.
Het door de PvdA gedomineerde gemeentebestuur is dus als wettelijk toezichthouder van de legale prostitutie op de Wallen jarenlang ernstig tekort geschoten met alle gevolgen van dien.

16 december 2009

De macht op de Wallen

Wallenfoto CrimesiteIn een reactie op mijn oproep aan het ‘PvdA-bestuur’ om namen te noemen van de door hen veronderstelde maffiafiguren op de Wallen en te duiden welke panden zij bezitten, wijst gemeenteraadslid De Wolf (PvdA) in Het Parool van 7 december jl. naar enkele Turkse pooiers die veroordeeld zijn voor vrouwenhandel. Maar die hadden helemaal geen bezittingen op de Wallen, beschikten over geen enkele vergunning en waren in heel Nederland actief. De rechtszaak tegen hen diende in Almelo.

Vrouwenhandel
Mensenhandel is strafbaar en dient hard te worden aangepakt. Dat gebeurt ook regelmatig. Niet door het stadsbestuur onder leiding van Job Cohen en Lodewijk Asscher zoals partijlid De Wolf suggereert, maar door politie en Justitie. Dat hebben we uitgebreid in Het Parool kunnen lezen. Het opkopen van een hele stadswijk met gemeenschapsgeld om vrouwenhandel te bestrijden, zoals thans op initiatief van de PvdA gebeurt, schiet zijn doel ver voorbij. Raamprostitutie is de meest transparante en controleerbare vorm van prostitutie die er bestaat leerden we in het Parooltheater van ex-Wallenmanager Freek Salm. Als dat verdwijnt wordt het 'onzichtbaar' en 'oncontroleerbaar'.

Van Traa
Het gemeentebestuur associeert de Wallen ook met witwassen en maffia. Omdat de bestuurders geen man en paard noemen, worden Wallenondernemers en vastgoedbezitters hierop aangekeken en voelen zij zich gecriminaliseerd. Een onafhankelijk onderzoek naar witwaspraktijken en onderwereldbezittingen op de Wallen maakt een einde aan alle speculaties. De Wolf vindt zo’n onderzoek onzin want dat had een commissie onder leiding van Maarten van Traa (PvdA) in 1995 al gedaan meende hij. Afgezien van de eenzijdigheid en onzorgvuldigheid van dat rapport, is de houdbaarheidsdatum ervan geruime tijd verstreken. Het Van Traa rapport beschreef immers de situatie op de Wallen begin jaren negentig. Wallenkenner en voormalig PvdA-lid Freek Salm verklaarde onlangs nog in het Parooltheater dat er weinig meer over was van die 16 vermeende criminele organisaties die in het Van Traa rapport werden omschreven als degenen die de dienst zouden uitmaken in het Wallengebied.

Belangenverstrengeling
Desondanks begint de gemeentelijke PvdA in 2007 te verkondigen dat de maffia de baas is in het Wallengebied alsof de tijd 15 jaar heeft stilgestaan. Zogenaamd om de onderwereld te verjagen ontwikkelde zij haar paradepaardje: het Wallenplan. Nog meer panden moesten naar Stadsgenoot, waar een PvdA’er directeur is en waar miljoenen aan garantstellingen in verband met de aankoop van de Geerts-panden uiteindelijk terecht komen. De directeur van Stadsgenoot staat overigens hoog op de PvdA-kieslijst in stadsdeel Centrum. Misschien moet de PvdA eens nadenken over een intern onderzoek naar belangenverstrengeling.

Emergo
De vraag of de maffia daadwerkelijk is geïnfiltreerd op de Wallen kan pas in 2011 worden beantwoord als het eindrapport verschijnt van het Emergo-project, het gezamenlijke onderzoek op de Wallen van politie, Justitie, gemeente en de belastingdienst. Dat verklaarde de projectleider van het Wallenplan Pierre van Rossum op dinsdag 8 december 2009 tijdens een bijeenkomst van de vereniging van raambordeelhouders. Tegen die tijd is de uitvoerder van het Wallenplan al ver gevorderd, en is de overheid misschien al begonnen met de in het vooruitzicht gestelde onteigening van panden van ondernemers die niet willen meewerken. Met andere woorden: er worden eerst vergaande maatregelen getroffen, en pas naderhand wordt gekeken of er daadwerkelijk iets aan de hand was. Waar zagen we nog meer dat jaren later bleek dat informatie waarmee Gemeentelijke plannen werden doorgedrukt niet klopte? Nu zijn met het Wallenplan andere bedragen gemoeid dan met de Noord-Zuid lijn, maar er tekent zich wel een patroon af binnen de Amsterdamse bestuurscultuur, waar bestuurders er niet vies van zijn om onderzoeken in hun voordeel te beïnvloeden.

En als uit het Emergo-rapport blijkt dat het wel meevalt met die onderwereld op de Wallen?”, vroeg een van de exploitanten. “Het kan ook erger zijn dan we al dachten”, waarschuwde Van Rossum. Het Wallenplan wordt hoe dan ook gerealiseerd, benadrukte hij. Voor wie er nog aan twijfelt: De Macht op de Wallen is in handen van de overheid. Dat was op 31 maart 1996 ook al het geval toen politiewoordvoerder Klaas Wilting op het NOS journaal na een grootscheepse politieactie op de Wallen riep: “We hebben laten zien wie hier de baas is!

8 december 2009

De maakbare samenleving van Freek Salm

Wallenmanager Freek SalmEen Wallenbewoner wees mij op het programma in het Parooltheater van 2 december waar ex-Wallenmanager Freek Salm zou spreken ‘over de onder- en bovenwereld en rechte ruggen’. Dat kon best interessant worden meende de bewoner die zelf wel eens stukjes schrijft voor de buurtkrant d’Oude Binnenstad. Op een regenachtige woensdagavond wandelde ik samen met enkele andere Wallenondernemers naar het Parooltheater in de St. Pieterspoortsteeg, gelegen tussen de Oudezijds Voorburgwal en de Nes. Een vriendelijke gastheer liet ons binnen en vertelde dat journalisten van Het Parool het intieme theatertje begin jaren 2000 van de ondergang hebben gered en dat er sindsdien interviews en publieke debatten plaatsvinden voor maximaal 40 toeschouwers. Zoveel klapstoeltjes zijn er ongeveer.

‘Wie zijn die maffiafiguren op de Wallen dan?’
Freek Salm arriveerde keurig op tijd. Onderweg naar het piepkleine podium gaf hij me een hand en zei: ”Dag meneer Kaatee, we hebben samen nog gesproken over de Molensteeg op de zolder van het oude bureau Warmoesstraat.” Dat was in november 1999. Salm begroette daarna raamexploitant Jan Broers, waar hij als Wallenmanager veel vaker contact mee had.
Gespreksleider Paul van Liempt (Het Parool, BNR Nieuwsradio) had mijn ingezonden brief “Wie zijn die maffiafiguren op de Wallen dan?” gelezen in Het Parool en vond het een goede vraag om aan Salm te stellen. Net als Asscher en Cohen weigerde Salm namen te noemen van ‘maffiafiguren’ die volgens de overheid bezittingen hadden op de Wallen. Hij legde ook uit waarom hij dat niet deed. In de Telegraaf had hij ooit beweerd dat ‘bepaalde personen’ miljoenen hadden geïnvesteerd in de rosse buurt. Meteen kreeg hij processen aan zijn broek die hij verloor omdat hij zijn uitspraken niet kon staven met feiten. Sindsdien noemt hij geen namen meer.
In het Van Traa rapport werden de 16 ‘criminele ondernemers’ die het zogenaamd op de Wallen voor het zeggen hadden ook niet bij naam genoemd. Zij werden bijvoorbeeld omschreven als ‘een Irakees die als vluchteling zonder schoenen de buurt in kwam,’ stelde Salm. Journalisten als Bart Middelburg en Jos Verlaan hebben er daarna zelf namen aan verbonden. Van die oorspronkelijke 16 zijn er overigens weinig meer over, vertelde de voormalig Wallenmanager. In tegenstelling tot hetgeen in het Van Traa rapport werd beweerd, bevestigde Salm dat de overheid altijd de baas is geweest op de Wallen.

Maakbare samenleving
Tijdens de discussie verdedigde Salm de wet Bibob en zijn beleid van destijds. De domineeszoon en oud-leraar maatschappij was en is nog steeds fervent voorstander van de omgekeerde bewijslast en de ‘maakbare samenleving’. Het massaal opkopen van panden door de gemeente eind jaren negentig vond Salm goed voor de stad, want "anders zouden die panden in handen van de onderwereld zijn geraakt." Hij noemde enkele voorbeelden van succesvolle aankopen uit zijn tijd zoals het Oibibio-pand aan de Prins Hendrikkade en het pand Oudezijds Achterburgwal 99 waar nu het restaurant ‘Blauw aan de Wal’ is gevestigd.

Niet zeuren
Wallenondernemers moeten niet zo zeuren, vindt Salm. Prostitutie en coffeeshops mogen best wat minder. In plaats daarvan ziet hij liever goede restaurants en een luxe nachtclub. Op het Oudekerksplein fantaseert Salm graag over ambachtslieden en edelsmeden in de sfeer van Anton Pieck. Dat leek hem prachtig.
Raamprostitutie is volgens de oud-Wallenmanager de meest transparante vorm van prostitutie die er bestaat. Dat is eenvoudig te controleren, mits de gemeente zelf ook haar verantwoordelijkheid neemt en bijvoorbeeld d.m.v. een pasjessysteem contacten gaat onderhouden met de prostituees. Daar ontbreekt het nu aan. Nu moeten raamexploitanten verplicht paspoortcontroles uitvoeren terwijl het gemeentelijk apparaat daar veel beter toe in staat is. Dit geluid klonk als muziek in de oren van de raambordeelhouders die al jaren pleiten voor het verstrekken van gemeentepassen aan prostituees.

Weblog
Salm had mijn weblog gelezen en zei lachend vereerd te zijn dat ik hem als bedenker van de wet Bibob had bestempeld. Overigens ben ik lang niet de enige die hem die rol heeft toebedeeld. De voormalig Wallenmanager legde uit dat het idee voor de wet Bibob was ontstaan binnen PvdA kringen maar daar hadden veel meer mensen aan bijgedragen. Bij de totstandkoming van de wet zelf was Salm alleen in de laatste fase nauw betrokken.

Aalgladde PvdA’ers
De functie Wallenmanager was ooit bedacht door toenmalig wethouder Eberhard van der Laan (PvdA). Daar kon Salm het goed mee vinden maar van de huidige locale PvdA-bestuurders heeft hij geen hoge pet op. Vooral de wijze waarop deze PvdA’ers zich in het openbaar presenteren stoort hem. Dat Asscher Charles Geerts ‘een crimineel persoon’ had genoemd in de media kon niet door de beugel. Jan Broers merkte op dat de Wallenmanager na zijn aantreden gesprekken aanging met ondernemers en voor hen een open oor had. Maar zo’n Asscher stelt zich hooghartig op, daar is geen fatsoenlijk gesprek mee te voeren. Aalgladde PvdA’ers als Lodewijk Asscher maar ook landelijke politici als Wouter Bos kunnen op weinig waardering rekenen van Salm. Van Els Iping en haar regeldrift moet hij helemaal niets hebben. De ex-Wallenmanager was meer van de lijn Jan Schaefer, maar de geest van de in 1994 overleden wethouder die de taal van ‘het volk’ sprak, is al lang uit de PvdA verdwenen. Salm heeft zijn lidmaatschap inmiddels opgezegd.

Borrel
Toen ik hem tijdens het debat confronteerde met zijn plotselinge verdwijning als Wallenmanager beweerde Salm uit zichzelf te zijn opgestapt: “in mijn rol moet je nooit ergens lang blijven zitten.” Maar uit de publicaties over het ontslag komt duidelijk naar voren dat het college van burgemeester en wethouders niet langer met hem verder wilde terwijl de Wallenmanager volgens eigen zeggen nog lang niet klaar was met zijn werk.
Na de interessante discussie in het Parool-theater nodigde Salm ons uit voor een borrel. Die hebben we met hem gedronken bij Kerkwijk in de Nes, op zijn kosten. In het café erkende hij helemaal niet vrijwillig te zijn vertrokken. Als Wallenmanager raakte hij wel eens in gesprek met mensen als Charles Geerts terwijl zijn superieuren dit uitdrukkelijk hadden verboden. Dat hij zich niet aan die instructie hield, werd hem zeer kwalijk genomen. “Cohen en Asscher zouden ervan gruwelen als zij wisten dat ik hier met jullie zat,” vertrouwde Salm ons toe.

We hebben ook nog gesproken over zijn succesvolle kruistocht tegen de illegale gokhuizen in de buurt. Het onderzoek van professor Frank Bovenkerk naar georganiseerde criminaliteit in de legale speelautomatenbranche kende Salm uiteraard. De conclusie van dit rapport uit 1998 luidde: “De omvang van de ondernemerscriminaliteit en de betrokkenheid bij georganiseerde misdaad in de branche van amusementscenters is veel minder dan zou kunnen worden opgemaakt uit uitlatingen in het openbaar door onder andere politiefunctionarissen.” Twee jaar eerder had de commissie Van Traa haar bevindingen over de Wallen gepubliceerd. Daarin werden conclusies getrokken die gebaseerd waren op ongenuanceerde veronderstellingen van dezelfde politiefunctionarissen. Van een evaluatie van die veronderstellingen is het nooit gekomen. Teveel belangen en reputaties zouden daardoor beschadigd raken.
Toen wij buiten afscheid namen gaf Salm mij zijn kaartje. Ik mocht hem altijd bellen voor advies.

24 november 2009

De Wallenmaffia

The GodfatherIn een recent interview met het Parool vond PvdA-partijvoorzitter Lilian Ploumen dat het aanpakken van ‘de Wallenmaffia’ nadrukkelijk in de verkiezingscampagne moest worden betrokken. Dit plan is bedacht door de PvdA en Ploumen wil de credits gaan opeisen bij de gemeenteraadsverkiezingen.

Prem
Lodewijk Asscher geldt als de bedenker van het offensief tegen ‘de Wallenmaffia’. Hij heeft de boodschap van Ploumen goed begrepen en bracht deze al dagelijks in de praktijk. Onlangs sprak hij voormalig PvdA-lid Prem Radhakishun aan omdat de Parool-columnist zich in de krant nogal kritisch had uitgelaten over de PvdA. Asscher stuurde hem onmiddellijk een sms-bericht. Prem had de keiharde aanpak van de Wallenmaffia moeten noemen in zijn stuk, vond Asscher, want dat was óók PvdA-beleid. Op 17 november jl. rectificeerde Prem zichzelf en schreef braaf in zijn column dat hij het volstrekt eens was met wethouder Asscher en gaf hem alsnog een Ploum voor zijn ‘fantastische aanpak van de rotzooi op de Wallen’. Precies zoals het politburo van Ploumen het graag ziet.

De waan van de dag
Stel nu dat er helemaal geen Wallenmaffia bestaat en dat Asscher in de waan van de dag oude verhalen uit de jaren negentig over maffia, crimineel vastgoed en witwassen in een nieuw jasje heeft gestoken en vervolgens heeft opgeblazen. De Wallen zijn immers al decennia de boeman van de overheid. Dit heeft zelfs geleid tot de komst van een heuse anti-maffia wet: BIBOB. Die wet bestond al in 2002 maar komt in het ‘Wallenplan’ van Asscher mooi van pas als drukmiddel zodat het PvdA bolwerk ‘Stadgenoot’ met behulp van gemeenschapsgeld kan uitgroeien tot een grote vastgoedspeler op de Wallen.

‘Het monsterverbond op de Wallen’
Zo kan het gegaan zijn nadat het Parool op 27 augustus 2005 publiceerde over ‘Het monsterverbond op de Wallen’. Enkele maanden daarna volgde de arrestatie van Willem Holleeder en werd beslag gelegd op diverse panden op de Wallen waarvan hij eigenaar zou zijn. In het artikel ‘Stroman Marcel Kaatee ook vast’ stelde het Parool op 30 januari 2006 zonder enig voorbehoud:

Via Kaatee beheerde Holleeder zijn grote onroerendgoedbelangen, onder meer op de Amsterdamse Wallen. (…) Marcel Kaatee speelde een sleutelrol in de grote financiële belangen die Holleeder er in stilte op nahield op de Wallen. Het draaide daarbij voornamelijk om flink wat vastgoed uit het voormalige Casa Rosso-imperium, waarvan de automatenhallen aan de Molensteeg 1 en de Buddy Buddy aan de Oudezijds Achterburgwal onderdeel uitmaakten.

Het Parool was zo stellig in haar berichtgeving dat Asscher in zijn dromen zijn naam al in de geschiedenisboeken zag staan als degene die Willem Holleeder van de Wallen heeft verjaagd.

Lef
Keihard optreden tegen de maffia klinkt stoer en wordt gezien als een toonbeeld van lef. Met dit geluid wil de PvdA stemmen werven bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. In Italië wordt ook opgetreden tegen de maffia. Met naam en toenaam worden daar de kopstukken van de Siciliaanse Cosa Nostra, de Napolitaanse Camorra en de Zuid-Italiaanse d’Nrangheta door bestuurders in de media genoemd. Ook van degenen die nog op het ‘verlanglijstje’ staan van de Italiaanse overheid.
Over de Wallenmaffia wordt daarentegen nogal geheimzinnig gedaan. Wie zijn die maffiafiguren dan op de Wallen? Welke panden hebben zij in hun bezit? Wie zijn de kopstukken? Asscher en Cohen hullen zich in stilzwijgen maar kopen ondertussen samen met NV Stadsgoed (een dochter van ‘Stadsgenoot’) het ene na het andere pand in het Wallengebied. Gevolg van die zwijgzaamheid is dat ondernemers en vastgoedbezitters op de Wallen door de publieke opinie over één kam worden geschoren en voor ‘Wallenmaffia’ of 'onderwereld' worden versleten. De PvdA vindt dit kennelijk prima want van een onafhankelijk onderzoek wil zij niets weten terwijl er toch voldoende redenen zijn om te twijfelen aan het bestaan van die vermeende onderwereldbelangen. Feiten draagt de gemeente niet aan. Het gemeentebestuur kan haar vermoedens van dergelijke criminaliteit op de Wallen niet eens aannemelijk maken. Na jarenlange Bibob-onderzoeken bij vele bedrijven op de Wallen verleent de burgemeester alsnog schoorvoetend de exploitatievergunningen. Er is blijkbaar veel minder aan de hand in het Wallengebied dan door Iping, Asscher en Cohen is gepresenteerd. De vraag is of deze PvdA-bestuurders ooit het lef hebben dit te erkennen.

17 november 2009

Crimineel vastgoed op de Wallen?

De WallenOp 16 juni 2009 hebben Wallenondernemers Jan Otten, Jan Broers en ik een open brief gestuurd naar de raadsleden van het stadsdeel Centrum. Wij deden een oproep aan het bestuur om uitspraken over maffia, criminele investeringen in vastgoed en witwassen in het Wallengebied te onderbouwen met feiten of anders te stoppen met het op dergelijke wijze criminaliseren van onze buurt.

NV Wallen
Stadsdeelvoorzitter Els Iping (PvdA) blijkt oostindisch doof voor onze oproep. Zij schrijft op 22 september jl. in haar reactie op onze brief: “U vraagt in uw brief om een gedegen en onafhankelijk onderzoek naar de criminaliteit op de Wallen,” waarop zij verwijst naar de jaarlijkse rapportage van de eigen bestuursdienst over het 1012-project aan de deelraad en aan de gemeenteraad.
Wij hadden echter gevraagd om een feitenonderzoek naar de veronderstelde criminele miljoenen die in vastgoed op de Wallen zouden zijn geïnvesteerd. Dat is iets anders dan de gekleurde analyses van de gemeente over criminaliteit op de Wallen in algemene zin. De VVD lanceerde onlangs een plan om een NV Wallen op te richten die net als NV Stadsgoed, NV Zeedijk, NV Stadsherstel en allerlei woningcorporaties, panden uit het zogenaamde criminele circuit moet gaan opkopen. Welke criminele panden de VVD voor ogen heeft, vertelden de liberalen er niet bij. De gemeente is momenteel met haar partners verreweg de grootste vastgoedbezitter op de Wallen.

Criminele inmenging in de rosse buurt?
Stevige uitspraken van bestuurders over het aanpakken van de maffia en onderwereld op de Wallen doen het goed bij de kiezer en leveren stemmen op. Maar als er werkelijk sprake is van criminele inmenging in de rosse buurt, waarom treden politie en justitie daar dan niet tegen op? Zelfs met de wet Bibob heeft de gemeente nog geen bedrijf op de Wallen kunnen sluiten. Het heeft er alle schijn van dat de bestuurders er flink naast zitten met hun veronderstellingen en ondernemers ten onrechte bestempelen als ‘crimineel’.

De Geerts-panden
Zonder aan te tonen dat die panden van misdaad afkomstig zijn heeft de gemeente NV Stadsgoed met tientallen miljoenen aan garantstellingen in staat gesteld de Wallenpanden van Charles Geerts over te nemen. Geerts moest uit de buurt verdwijnen omdat hij volgens wethouder Lodewijk Asscher ‘een crimineel of criminogeen persoon’ zou zijn. In de voormalige prostitutiepanden zijn tegenwoordig modeateliers gevestigd. Mevrouw Hoitink, de projectleidster van ‘Red Light Fashion’, beweert dat elke ontwerper voor het gebruik van zo’n Geerts-pand 600 euro per maand betaalt. Maar het stadsdeel stelt dat hen alleen de energierekening in rekening wordt gebracht. Wie moeten we nou geloven? In ieder geval wordt er fors verlies geleden op deze vastgoedinvestering.

Universiteit van Amsterdam
Omdat mevrouw Iping de strekking van onze brief van 16 juni niet heeft willen begrijpen, hebben wij de bestuurders nogmaals opgeroepen een onafhankelijk onderzoek naar ‘criminele Wallenpanden’ te laten verrichten. Wij hebben geopperd de Universiteit van Amsterdam hiervoor te benaderen. Het aantal strafrechtelijk vastgestelde witwasfeiten in relatie tot specifieke adressen op de Wallen is waarschijnlijk op één hand te tellen dus conclusies kunnen snel getrokken worden. Professor Bovenkerk zou het onderzoek kunnen leiden. Hij heeft destijds meegewerkt aan het Van Traa rapport en is bekend met de buurt. Inmiddels is hij gepensioneerd en verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, die door The Times wordt gerekend tot de vijftig beste universiteiten van de wereld. De hoge positie wordt verklaard omdat “op de UvA uitstekende onderzoekers actief zijn,” meldde de woordvoerder van de universiteit in het Parool van 8 oktober 2009.
De goede onderzoekskwaliteiten van UvA zagen wij al terug in het rapport ‘Macht op de Wallen’ dat begin dit jaar verscheen. Studenten politicologie concludeerden daarin dat ondernemers door de gemeente zijn genegeerd bij de totstandkoming van het Wallenplan, dat vervolgens op een sluwe wijze aan de bewoners is gepresenteerd (“wie tegen ons plan is, steunt vrouwenhandel!”).

Stadsdeel centrum
Op 11 november 2009 heb ik tijdens de commissie vergadering Algemene Zaken van het stadsdeel Centrum onze nieuwe brief voorgelezen en verspreid onder de raadsleden. Ons verzoek om een feitenonderzoek was nu onderbouwd met het arrest van 3 juli 2009 over de Wallenpanden, artikelen uit het NRC en de aanbeveling de Universiteit van Amsterdam het onderzoek te laten doen.

De manieren van de PvdA
Toen mijn naam werd afgeroepen begaf ik mij naar het spreekgestoelte. De tijd bedroeg slechts 3 minuten. Stadsdeelvoorzitter Els Iping bleek geen interesse te hebben in ons verhaal. Zuchtend keek ze om zich heen toen ik refereerde aan de gebrekkige wijze waarop ze had gereageerd op onze brief. Direct daarna ging ze luid door mijn toespraak heen praten met haar buurman, een brildragende PvdA-er die de commissievergadering leidde en alleen aandacht had voor de klok. “U heeft nog een halve minuut!”, klonk het middenin mijn betoog. Even daarvoor wapperde de vrouwelijke griffier met de ingebrachte stukken om aandacht te trekken. Was die brief nou officieel ingediend of niet, wilde zij weten. Alsof dat niet even kon wachten.
Nadat de 3 minuten voorbij waren vroeg de PvdA-bril of ik van het bestuur een antwoord verwachtte op de voorgedragen brief die nota bene eindigde met: ‘in afwachting van uw reactie’. “Ja natuurlijk”, riep ik na deze onluisterende ervaring en nam weer plaats op de publieke tribune. Even later werden de raadsleden van de SP en D’66 afgesnauwd door de hooghartige stadsdeelvoorzitter, terwijl de andere PvdA-raadsleden gniffelend toekeken. Zo wordt de Amsterdamse binnenstad dus bestuurd.

5 november 2009

Vergunning Casa Rosso ‘voorlopig’?

Casa RossoCasa Rosso heeft eindelijk de vergunning gekregen om het bedrijf van 2007 t/m 2009 te mogen exploiteren. Dat heeft de gemeente op dinsdag 3 november 2009 bekend gemaakt, terwijl de termijn waarvoor de vergunning is bedoeld alweer in januari 2010 afloopt.
Bijna 3 jaar heeft eigenaar Jan Otten moeten wachten op deze beslissing. Zo lang heeft de gemeente hem in het ongewisse gelaten of hij zijn bedrijf mocht voortzetten. Burgemeester Cohen verklaarde op de locale zender AT-5 dat het vooral aan Jan Otten zelf lag dat het zo lang heeft geduurd. Pas in september jl. kwam de eigenaar van Casa Rosso met informatie op de proppen waaruit bleek dat er minder gevaar was dan gedacht dat de vergunning zou worden misbruikt, aldus Cohen. De gemeente blijft de financiering en de bedrijfsvoering van de onderneming niettemin in de gaten houden.

Geruchten
De nieuwe vergunningaanvragen moeten alweer de deur uit voor de periode 2010 t/m 2012. De gemeente zal de exploitant toch niet weer met een Bibob-procedure opzadelen? Sommige media denken van wel want zij publiceerden: ‘Casa Rosso mag voorlopig open blijven’ (AT-5) en ‘Het Amsterdamse sextheater Casa Rosso op de Wallen hoeft de deuren voorlopig niet te sluiten’ (Metro). Hoezo voorlopig? Weten zij soms meer? Heeft dit soms te maken met de geruchten dat de gemeente (lees Lodewijk Asscher), in de euforie dat het sekstheater met de wet Bibob kon worden gesloten, het Casa Rosso pand al heeft toegezegd aan NV Stadsgoed en Paul Hermanides om er een café-restaurant van te maken? De buit zou als het ware al verdeeld zijn onder de pleitbezorgers en belanghebbenden van de zogenaamde 'opschoning' van de Wallen.

Asscher en Hermadines
De voorzitter van de Amsterdamse afdeling van Koninklijke Horeca Nederland en Lodewijk Asscher treffen elkaar vaak en kunnen het goed met elkaar vinden. Sindsdien opende Hermadines café-restaurant Stanislavski in de Stadsschouwburg en restaurant Neva in de Hermitage. Hij was al uitbater van David & Goliath in het Amsterdams Historisch Museum.
Na een verbouwing van zijn hotel Arena kreeg Hermanides eerder dit jaar een ‘4-sterren plakkaat’ uitgereikt door Lodewijk Asscher die daarbij vermeldde: “De stad is vol van mooie initiatieven, van mensen die nieuw leven blazen in oude gebouwen in instellingen. Hotel Arena is daar een voorbeeld van, en dat is wat Amsterdam nodig heeft. Het imago van de stad verandert van sex, drugs en rock & roll naar cultuur en gastvrijheid.

Vriendjespolitiek
Als de geruchten kloppen is het alsnog verlenen van een exploitatievergunning aan Casa Rosso dus een flinke streep door de rekening voor Asscher en Hermanides die nu gedwongen worden hun snode plannen ‘voorlopig’ op te schorten.
Het Casa Rosso theater is een uniek Amsterdams instituut met een rijke historie. Miljoenen mensen, waaronder vele internationale artiesten en filmsterren, bezochten de shows van deze grote toeristische trekpleister op de Wallen. Het zou een gotspe zijn als het succesvolle theater door vriendjespolitiek en dubieuze wetgeving versjacherd zou worden aan de voorzitter van de Amsterdamse Horecabranchevereniging.

31 oktober 2009

Het gevecht van Lodewijk Asscher

Lodewijk Asscher - Nieuw AmsterdamBehalve in de columns van Theodor Holman wordt PvdA-burgemeester Job Cohen door Het Parool gepresenteerd als de beste burgemeester die Amsterdam ooit heeft gehad. De lezers lopen met hem weg zo blijkt uit de vele steunbetuigingen voor Cohen die de krant regelmatig publiceert.
Met de landelijke PvdA gaat het slecht en de roep om Cohen om als reddende engel in Den Haag te verschijnen wordt alsmaar sterker. De Amsterdammers willen hun burgemeester niet kwijt, denkt Het Parool. De krant gooide er daarom maar een onderzoekje tegenaan, verricht door Jeroen Slot (PvdA) van de gemeentelijke onderzoeksdienst O + S. Het zijn de bekende onderonsjes, zoals Bureau Berenschot rapporten mag schrijven over de successen van de wet Bibob.
De uitkomsten liggen altijd keurig in lijn met de visie van de PvdA. Dit in tegenstelling tot rapporten van de Amsterdamse Rekenkamer en de Universiteit van Amsterdam. Daar heeft de PvdA geen grote vinger in de pap. Als het PvdA-beleid wordt bekritiseerd in zo’n onafhankelijk onderzoek, zoeken PvdA-politici de oorzaak nooit bij zichzelf maar worden ze boos op de onderzoekers. Een grote verontwaardiging volgde na de conclusies van de rekenkamer over de kunstsubsidie en het corrupte PvdA-bestuur in Zuid-Oost.

Stokpaardje
‘AMSTERDAM WIL DAT COHEN BLIJFT’, is op 21 oktober jl. de weinig verrassende kop op de voorpagina van Het Parool. Het onderzoek wees uit dat 63% van de ondervraagden Cohen liever niet naar Den Haag ziet vertrekken. De theedrinkende burgemeester die beweert dat de onderwereld de baas is in het Wallengebied, is nog steeds populair in de hoofdstad volgens de krant. Dat schietpartijen en andere criminaliteit juist niet op de Wallen maar in andere stadsdelen plaatsvinden, lijkt niemand zich te realiseren. ‘De criminelen op de Wallen’ moeten worden aangepakt. Dat is een stokpaardje waarmee bestuurders electoraal kunnen scoren. De panden van Charles Geerts en anderen zijn al voor tientallen miljoenen gekocht. Een weg terug is er niet.

‘Vechten tegen de criminelen op de Wallen’
Het Parool heeft ook laten onderzoeken wat de Amsterdammers een geschikte opvolger vinden van Cohen. ‘Een kwart van de ondervraagden kon spontaan een naam noemen. Daarbij viel die van loco-burgemeester Asscher het vaakst: bij 11 procent,’ schrijft de krant. Waarschijnlijk 11% van degenen die spontaan een naam noemden maar de indruk wordt gewekt dat het om 11% van alle ondervraagden zou gaan. PvdA-onderzoeker Slot vond 11% ‘heel veel’ want wethouders en raadsleden zijn doorgaans niet zo bekend. De PvdA-lijsttrekker voor de aankomende gemeenteraadsverkiezingen vindt de uitkomst zelf een geweldig compliment. Asscher gaat er al vanuit dat de PvdA de stad na de verkiezingen blijft besturen: “Het motiveert extra om de komende vier jaar door te vechten voor beter onderwijs, door te vechten tegen de criminelen op de Wallen…”
Gek dat journalisten nooit aan Asscher of Cohen vragen welke criminelen of ‘geboefte’ op de Wallen zij precies bedoelen als dit populaire duo het Wallengebied voor de zoveelste keer criminaliseert. Geen journalist die tijdens een interview opmerkt: Criminelen op de Wallen? Waar zitten die dan? Is er geen politie in die buurt? Over schietpartijen in Zuid-Oost of in de Baarsjes lees ik wel eens in de krant, maar op de Wallen?

Linkse populist
In tegenstelling tot de boel bij elkaar houdende burgemeester spreekt de linkse populist Asscher ferme taal. Op de voorpagina van zijn boek ‘Nieuw Amsterdam’ neemt de loco-burgemeester de pose in van het Christusbeeld in de wereldsteden Lissabon en Rio de Janeiro. In zijn boek schrijft hij:
“Als we weten dat de raamprostitutie in Amsterdam in handen is van een klein aantal criminelen, (…) Wat mij betreft wordt de raamprostitutie in Amsterdam actief ontmoedigd. Liever een toeristenattractie minder dan medeplichtigheid aan misbruik van vrouwen.”
en
“De Amsterdamse vastgoedmarkt is nu zozeer verweven met het criminele circuit dat veel nette investeerders wel drie keer uitkijken voor ze in de stad investeren. Het is belangrijk dat verdacht vastgoed op een slimme manier in handen van de gemeenschap komt en dat de markt langzaam weer teruggewonnen wordt. Zo moeten we de penoze dwingen elders hun geld wit te wassen.”

Gered door het Openbaar Ministerie
Ook in Penthouse nam Asscher geen blad voor de mond. In een interview over de Wallen in 2008 noemde hij Charles Geerts ‘een crimineel of criminogeen persoon’. Dit leverde hem meteen een klacht op wegens smaad. Asscher ontkende weliswaar de uitspraak te hebben gedaan maar de tekst van het interview had hij nota bene zelf geautoriseerd. Lodewijk werd gered door het Openbaar Ministerie die weigerde de klacht van Geerts in behandeling te nemen. Het Parool kraaide triomfantelijk: “HET IS NU OFFICIEEL: GEERTS IS CRIMINEEL”. Maar Asscher en het Parool juichen te vroeg want de zaak ligt nu voor bij het Amsterdamse gerechtshof. Indien Geerts in het gelijk wordt gesteld is dit een ernstige smet op het blazoen van de loco- en mogelijk toekomstige burgemeester.

De boel opstoken
In april 2008 wandelt Lodewijk Asscher met de locale televisiezender AT-5 over de Wallen waar hij wordt aangesproken door een stilstaande motorrijder.

Motorrijder: Hallo meneer Asscher, wilt u mij fouilleren?
Asscher: Pardon?

Motorrijder: Wilt u mij fouilleren?
Asscher: Nee.

Motorrijder: U heeft het in de krant laten zetten, in een interview.
Asscher: Dat ik u wil fouilleren?

Motorrijder: ‘Je moest eens weten wat je vindt als je elke Hell’s Angel preventief fouilleert’.
Asscher: Ik was niet van plan u te gaan fouilleren.

Motorrijder: Nee maar zo stook je natuurlijk wel een beetje de boel op hè.
Asscher: Dat is mijn werk.

Het werk van de loco-burgemeester van Amsterdam bestaat dus uit opstoken ofwel de boel ophitsen. Het is maar dat u het weet. Deze verborgen agenda van Asscher werd niet aan het licht gebracht door een journalist maar door een motorrijder wiens laatste vraag aan Asscher luidde:

"Ben je nou zo dom of…?"

Het antwoord van de PvdA-lijsttrekker verdween in de ronkende motor van een startende Harley-Davidson.

28 september 2009

Aanstootgevend

Priscilla Jourdan Las vegasDat de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (PvdA) in juni 2009 pleitte voor meer overheidsbemoeienis met kunst werd door partijgenoten als Lodewijk Asscher met gejuich begroet. Dat is immers waar de PvdA traditioneel voor staat: een overheid die zich overal mee bemoeit. Columnist Theodor Holman schreef in het Parool van 9 juni 2009 een aardig stukje over de 'Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie'.

‘Dat willen wij niet'
Aanstootgevende gokkast mag geen kunstwerk zijn in De Pijp’, stond op 18 september jl. met vette letters in de krant. Wat was er aan de hand? Het kunstproject ‘Dichter in de buurt’ in De Pijp dat op 19 september jl. werd geopend door burgemeester Cohen (PvdA), bestond o.a. uit een gedicht van Menno Wigman waar de kunstenaar een fruitautomaat naast wilde plaatsen. Het gedicht ging namelijk over hoe het leven geldvretend toeval is. Een ‘gokkast’ leek de kunstenaar wel aardig om dit uit te beelden. Maar de ‘Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’ verbood de gokkast. Volgens de politiewoordvoerder was het gedicht niet zo’n probleem maar wel de ‘opgepimpte gokkast’, want 'die is net als naakt, aanstootgevend'. En daar wilde de overheid de burgers voor beschermen. ‘De burger ziet natuurlijk alleen die gokkast en niet dat gedicht en dat willen wij niet’, aldus de woordvoerder van de 'Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’.

Draadstaal
Ik moest denken aan een aflevering van Draadstaal, het satirische programma van de VPRO, opgenomen in de kleinste speelhal van Amsterdam: Buddy Buddy op de Wallen. Dennis van de Ven zit daar als vrouw verkleed achter zo’n ‘aanstootgevende’ gokkast en demonstreert een speelmethode die helemaal geen geld kost. In De Wereld Draait Door noemde André van Duin dit een van de leukste Draadstaal-sketches die hij had gezien. Holland Casino was ooit sponsor van zijn theater shows. De gokkastendecors van die revue dienden daarna als flitsend decor bij de optredens van mijn band Seven Eleven. De ‘Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’ was toen nog niet actief. Die had de ‘aanstootgevende gokkasten’ op het podium vast afgekeurd.

‘Verkeerde uitstraling’
Wat kunnen we nog meer verwachten van deze overheid? Een verbod op fruitautomaten als decor van kunst en theater? Mogen films als ‘Casino’, ‘Ocean’s Eleven’, ‘Rain man’, ‘Fear and loathing in Las Vegas’ e.d. niet meer worden vertoond van de ‘Carolien Gehrels Overheids Kunst Politie’, vanwege de 'aanstootgevende' en 'verkeerde uitstraling’ van de gokkasten die erin voorkomen?

Meer gokkasten in Amsterdam
Toch lijken burgemeester en wethouders stapelgek op ‘gokkasten’ want het aantal wordt binnenkort fors uitgebreid in de Amsterdamse binnenstad. Eind 2009 opent het Tilburgse gokbedrijf JVH Gaming een speelhal in het City-theater aan het Leidseplein. Die is nu nog met 50 automaten gevestigd in de Reguliersbreestraat en mag straks als bonus voor de verhuizing zomaar 100 automaten extra neerzetten van de gemeente, in totaal dus 150 gokkasten (met een veelvoud aan spelersplaatsen).
In een raadsvoordracht, vraagt Job Cohen op 30 september 2009 de gemeenteraad in te stemmen om een ‘gokhal’ aan het Rembrandtsplein van het Duitse bedrijf Merkur te verplaatsen naar het Cineacgebouw, tegenover Tuschinski. Het aantal automaten ‘wordt gewijzigd van 88 in 200’. Die 200 gokkasten, waar Cohen al in 2004 zonder blikken of blozen zijn handtekening onder had gezet, passen bij lange na niet in het huidige pand maar wel in het Cineacgebouw. ‘Daarbij is het handhaven van de monumentale waarden van het Cineacgebouw zeker niet de minst belangrijke. De plaatsing op de lijst van de Unesco als erfgoed van wereldbelang van het gebied waarin dit topmonument is gelegen, ondersteunt het gebruik van het pand in de amusementsfeer’, schrijft Els Iping in haar aanbeveling voor het plan. Dat er een gokhal komt in ‘één van Nederlands topmonumenten’ is ook goed voor het gebied, meent de stadsdeelvoorzitter, want ‘de totale oppervlakte aan horeca neemt af, omdat de gehele Cineac haar horecabestemming verliest.’ Iping beschouwt het verdwijnen van horeca uit de binnenstad als een zege.

Buddy Buddy
Alle uitbreidings- en verhuisplannen van amusementscenter Buddy Buddy zijn daarentegen onbespreekbaar voor de gemeente. Op de huidige locatie aan de Oudezijds Achterburgwal mag het Amsterdamse bedrijf slechts 19 automaten plaatsen. Er kunnen er ook niet meer staan. Om rendabel te kunnen draaien zit het bedrijf al jaren te springen om meer oppervlakte en een groter aantal automaten maar de gemeente weigert steevast hieraan mee te werken.
In 2001 is het doorbreken naar het naastgelegen pand een slecht idee omdat ‘het algemeen beleid ten aanzien van automaten/speelhallen is dat uitbreiding niet gewenst is. Een eventuele hiertoe strekkende bouwaanvraag is derhalve niet bespreekbaar’. Kort nadat Buddy Buddy in 2004 door de Bibob-screening kwam, verzette burgemeester Cohen zich tegen een verhuizing naar een groter pand aan de Oudezijds Voorburgwal, waar jarenlang gokactiviteiten hadden plaatsgevonden. De reden die Cohen in zijn brief noemde was opmerkelijk: ‘Het horecabeleid voor het betreffende gebied is erop gericht verdere uitbreiding van horeca te voorkomen. Het stadsdeel werkt daarom niet mee aan een eventuele aanvraag tot wijziging van het bestemmingsplan, waardoor een speelautomatenhal in dit pand wel mogelijk zou worden.’ Om de verhuizing te frustreren stelde de burgemeester de speelhal opeens gelijk aan een horecabedrijf. Maar als het Duitse Merkur haar intrek wil nemen in het Cineacgebouw moet de horecabestemming daar nota bene vanaf worden gehaald om dit mogelijk te maken. Het is blijkbaar maar net hoe het de bestuurders uitkomt. Er wordt duidelijk met twee maten gemeten.

‘Laagwaardig’ en ‘criminogeen’
Het is haast niet voor te stellen maar Buddy Buddy mag van de gemeente niet eens de beschikbare 30m2 boven haar eigen speelhal gebruiken als kantoor. Daar is een vergunning voor nodig en ‘deze vergunning zal worden geweigerd’, stelt het stadsdeel zonder enige motivering in haar brief van 29 juli 2009. Buddy Buddy is nu eenmaal geen filiaal van een groot Tilburg’s of Duits bedrijf en tot overmaat van ramp ook nog eens gevestigd op de Wallen. In dat gebied hebben speelhallen de status ‘laagwaardig’ en ‘criminogeen’ gekregen in het coalitieplan 1012. Dát is pas aanstootgevend.

9 september 2009

Bericht van het stadhuis

Cohen bibob AmsterdamEen dag na mijn publicatie ‘Stadhuis blij na arrest Holleeder?’, waarin ik mij afvroeg waarom het in de Stopera zo stil bleef na mijn vrijspraak, heeft de Burgemeester van Amsterdam een brief gestuurd naar mijn speelhallen. In deze brief van 4 september 2009 kondigt de Burgemeester aan een nieuw Bibob-advies aan te gaan vragen bij het Landelijk Bureau Bibob, onder meer vanwege ‘de nieuwe feiten en omstandigheden’, waarmee hij ongetwijfeld doelt op mijn volledige vrijspraak in het Holleeder-proces. Daarnaast achtte hij een nieuw advies wenselijk omdat het bestaande advies, luidend ‘ernstig gevaar’, dateert van 4 december 2007 en slechts een geldigheidstermijn heeft van twee jaar. De drie nog resterende maanden vond hij kennelijk te kort om een beslissing te kunnen nemen over de exploitatievergunningen van twee speelhallen op de Wallen voor de periode van 1 januari 2007 t/m 31 december 2009 waarvan de vergunningenaanvragen al op 4 december 2006 zijn ingediend.

3 september 2009

Stadhuis blij na arrest Holleeder?

Yab Yum Bibob StadhuisGejuich op stadhuis na vonnis Yab Yum’, las ik boven een Parool artikel van 8 juli jl. De Raad van State had een dag eerder geoordeeld dat de sluiting van Yab Yum door de gemeente terecht was. Deze uitspraak kan op het Amsterdamse stadhuis ‘in een lijstje aan de muur’ oordeelde de krant. De wet Bibob, waarbij zelfs anonieme CIE-informatie kan bijdragen tot sluiting van bedrijven, had voor de hoogste gerechtelijke instantie stand gehouden. ‘De familie Barazani, die een trits zaken aan het Damrak bezit, en eigenaar Marcel Kaatee van twee speelautomatenhallen op de Wallen zullen zich extra zorgen maken aangezien zij ook in grote Bibobzaken zijn verwikkeld’, speculeerde het Parool aan het slot van het stuk. Waarom extra zorgen? Mijn vrijspraak in het Holleeder-poces enkele dagen daarvoor had de krant blijkbaar gemist.

Van Traa
Criminelen bezitten vastgoed op de Amsterdamse Wallen en maken er de dienst uit, stellen burgemeester Cohen, wethouder Asscher en andere beleidsbepalers met enige regelmaat. Zij verwijzen daarbij naar het Van Traa rapport uit 1996 waarin aan de hand van gesprekken met de politie werd gesteld dat 16 ondernemers met criminele antecedenten actief waren in het gebied. De geïnterviewde politie- en justitieambtenaren doelden hierbij o.a. op de Heineken-ontvoerders. Hoewel aan deze voorbarige conclusie geen gedegen onderzoek ten grondslag lag, werd in het rapport als feit gepresenteerd dat Willem Holleeder en Cor van Hout het Casa Rosso imperium in hun bezit hadden. Een van de bewoners van de Wallen meende het ook te weten. Het gaat hier om ‘Piet Leeghwater’ die al veertig jaar woonachtig is in het Wallen-gebied en toen actief betrokken was bij het overleg tussen politie, justitie en de gemeente. Een vooraanstaande bewoner dus.

Nieuw Amsterdams Peil
Op 22 februari 2008 kreeg ‘Piet’ van Nieuw Amsterdams Peil (het electronische weekblad van de studenten Journalistiek aan de UvA) een podium om het Van Traa rapport nog eens aan te prijzen: ‘Zestien criminele groeperingen telde de commissie Van Traa. De meeste zitten er nu nog steeds. Het blijft raar. Het is het oudste stukje Amsterdam en dat geef je zó uit handen.
‘Piet’, die onder een gefingeerde naam zijn uitspraken deed, vertelde dat Holleeder vijf panden had op de Wallen. ‘Dat was hier al jaren bekend, maar er gebeurde niks. Politie, justitie of de fiscus zag je niet in de buurt. Er liepen wel agenten op straat maar dat was niet genoeg. Jullie moeten ook achter de gevels kijken, riepen we jarenlang.’ De wet Bibob kwam voor ‘Piet’ als een geschenk uit de hemel. ‘Eindelijk gerechtigheid. Ik ben zo blij’, beweerde de vooraanstaande bewoner met de gefingeerde naam. ‘Dat het zo lang duurde met die Bibob wet, daar kijk ik niet van op. Dat kost jaren. Nu pas sneuvelen de eerste criminelen. Die zijn nu boos dat hun panden worden afgepakt. Maar het criminele volk heeft zijn hand overspeeld. Geen wonder dat de overheid op een gegeven moment zegt: zo kan het niet langer. Ze hadden het allemaal kunnen weten. Als ze wat minder gejat, geroofd en gestolen hadden, dan hadden ze nou de gemeente ook niet achter zich aan gehad.’ Als het aan gefingeerde Piet ligt mogen alle ramen op de Wallen worden gesloten. ‘Het mikken is nu op een ander soort toeristen die van een hapje en een drankje houden en kunst en cultuur kunnen waarderen’, aldus vooraanstaande Piet.

Onderzoeken
In tegenstelling tot wat ‘Piet Leeghwater’ dacht, is vanaf 1994 wel degelijk uitvoerig onderzoek gedaan naar vermeende bezittingen van Holleeder c.s. op de Wallen. Merkwaardig dat ‘Leeghwater’ daar geen weet van heeft als vooraanstaande bewoner en trouwe bondgenoot van de politie, justitie en de gemeente, want het Wallen-gebied is net een dorp. Binnen een uur wist iedere ondernemer en bewoner op de Wallen van de politie-invallen die in april 1996, oktober 1997 en juli 2005 in de Molensteeg en aan de Oudezijds Achterburgwal plaatsvonden. Nou ja, iedereen behalve de onnozele ‘Piet Leeghwater’. Dit waren echte onderzoeken die niet bestonden uit het houden van gesprekjes met politiemensen, zoals bij Van Traa het geval was, maar waar jarenlang observeren en afluisteren van verdachten aan vooraf was gegaan, resulterend in complete inbeslagnames van administraties die minutieus werden gecontroleerd door specialisten van de FIOD. Strafrechtelijke zaken die werden geleid door crimefighters als Fred Teeven en Koos Plooij. Niet de minsten dus. De officieren van justitie moesten uiteindelijk constateren dat het hardnekkige gerucht over crimineel vastgoed op de Wallen slechts gebaseerd was op ‘verhalen’ die werden verspreid door voorname mensen als ‘Piet Leeghwater’. In 2003 en 2005 werden de oude verhalen over Heineken-ontvoerders op de Wallen opnieuw opgerakeld door respectievelijk Willem Endstra en Thomas van der Bijl, overigens zonder dat zij daarbij enig verifieerbaar feit noemden.
Vanwege bepaalde uitspraken van deze ‘getuigen’ werd aan het einde van het Hoger Beroep van het Holleeder-proces door de advocaten-generaal nog een ultieme poging gedaan om de zogenaamde ‘Wallenpanden’ te relateren aan criminaliteit door deze aan de tenlastelegging toe te voegen. Misschien wilden zij hiermee de gemeente Amsterdam behulpzaam zijn in hun Bibob-procedure tegen mij.

Het arrest
Het Amsterdamse Gerechtshof vond de verklaringen van Endstra en Van der Bijl over de Wallenpanden niet geloofwaardig en stelde in hun arrest het volgende:
Voor zover de advocaten-generaal aan hun vordering ten grondslag hebben gelegd dat de Wallenpanden afkomstig waren uit afpersing, stelt het hof dat daarvoor onvoldoende bewijs voor handen is. Die afpersing is ook niet aan de verdachte ten laste gelegd. Wat betreft de stelling van de advocaten-generaal dat die panden afkomstig waren uit enig ander misdrijf dan afpersing, geldt eveneens dat dit niet kan worden bewezen. De advocaten-generaal hebben geen bewijsmiddelen genoemd die erop duiden dat Endstra in 1996 de Wallenpanden met crimineel vermogen heeft gekocht. Het hof heeft zodanig bewijs in het Kolbakdossier niet aangetroffen en kan ook overigens niet vaststellen dat de Wallenpanden uit enig misdrijf afkomstig waren. De verdachte moet daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken’.

Gejuich op het stadhuis?
Met de uitspraak dat zij niet heeft kunnen vaststellen dat de Wallenpanden ‘uit enig misdrijf afkomstig’ waren, verwijst het hof alle speculaties dat losgeld van de Heineken-ontvoering op de Amsterdamse Wallen zou zijn geïnvesteerd naar de prullenbak. Wat een opluchting moet dit ook voor Jan Otten en Casa Rosso zijn geweest. Eindelijk een einde aan jarenlange geruchten die alsmaar maar bleven hangen in de buurt. ‘Wallenpanden geen crimineel vastgoed’ is een conclusie die tevens door de burgemeester van Amsterdam en zijn wethouders met gejuich zal zijn begroet. Zij verkeerden immers in de veronderstelling dat de Wallen in handen waren van de onderwereld zo lieten zij de wereld weten. Wat een enorme opsteker voor de stad Amsterdam die zo vaak in verband wordt gebracht met criminaliteit, ook door niet-bestuurders. In gedachte zag ik de burgemeester al in een polonaise achter Lodewijk Asscher aan lopen met voorop stadsdeelvoorzitter Els Iping, u weet wel die mevrouw van al die regeltjes waar ondernemers aan moeten voldoen om bewoners als 'Piet Leeghwater' te behagen. Door de feeststemming zijn ze vast vergeten mij te feliciteren met mijn vrijspraak dacht ik nog de eerste week na het arrest. Maar nu felicitaties van het stadsbestuur zo lang uitblijven vraag ik mij af of het stadhuis wel blij is met het oordeel dat de Wallenpanden geen crimineel vastgoed zijn. Zou ik me daarom ‘extra’ zorgen moeten maken zoals het Parool op 8 juli jl. schreef?

19 augustus 2009

Viva Las Vegas

Las Vegas Amsterdam topstadDirect na mijn vrijspraak heb ik een vliegreis geboekt naar Las Vegas om deze overwinning te vieren met mijn dierbare gezin. Ik ben vaker in Las Vegas geweest en het is telkens weer een genoegen om deze creatieve en bruisende stad midden in de woestijn van Nevada te bezoeken. Voor weinig geld kun je daar kamers boeken in de meest fantastische hotels. Het geld wordt vooral verdiend in de casino’s met jackpots van miljoenen dollars.

Cultuur
The Venetian, gelegen op de zogenaamde ‘Las Vegas Strip’, is sinds 1999 een van de mooiste hotel-casino’s van de stad. Vroeger was op deze locatie het roemruchte Sands Hotel (1952-1996) gevestigd waar Frank Sinatra, Dean Martin en Sammy Davis jr. optraden en The Ratpack ontstond.
Oprichter van The Venetian is de steenrijke Sheldon Adelson. Deze was zo onder de indruk van Venetië waar hij zijn huwelijksreis doorbracht, dat hij de architectuur van deze Italiaanse stad op schaal liet nabouwen op Las Vegas Boulevard. De hotelkamers schijnen er 2x zo groot te zijn als in de andere hotels. The Venetian heeft ook een prachtig eigen theater. Wij hebben er een spectaculaire uitvoering van Andrew Lloyd Webber’s ‘The Phantom of the Opera’ gezien. Deze overtrof de Broadway versie die we in 2005 in de Majestic in New York hadden bezocht. Cultuurliefhebbers komen in The Venetian aan hun trekken in het Guggenheim Hermitage Museum, dat eveneens deel uitmaakt van het enorme hotel complex. ‘Hermitage’ duidt op een samenwerkingsverband met het Hermitage Museum in St. Petersburg. Twee tentoonstellingsruimten in het museum zijn ontworpen door de Nederlandse architect Rem Koolhaas.

Openingstentoonstelling
Bij de opening van de Hermitage in Las Vegas in oktober 2001 werden liefst 40 meesterwerken tentoongesteld van onder meer Cezanne, Chagall, Gaugin, Matisse, Rubens, Modigliani, Picasso en Van Gogh. Dat is nog eens een visitekaartje voor een opening.
Our intension has been to use our permanent collections to create a unique cultural experience. The exhibitions we have organized for Las Vegas have also been shown at the Hermitage in St. Petersburg and at the Guggenheim museums in New York, Bilbao and Berlin’ aldus Dr. Piotrovsky, directeur van de Hermitage in St. Petersburg over de samenwerking met andere musea.

Hermitage Amsterdam
Wat een verschil met de Amsterdamse Hermitage. De kersverse directeur Ernst Veen doet in de media voorkomen alsof samenwerking met Hermitage St. Petersburg uniek is, iets wat hij persoonlijk heeft bedacht. Bij de opening in juni 2009 in het tot Hermitage museum verbouwde verpleeghuis Amstelhof kreeg het nieuwsgierige publiek een tentoonstelling voorgeschoteld met allerlei japonnen en kostuums en ‘ontelbare schitterende accessoires’ uit het Romanov tijdperk. Een Rusland promotie programma in Amsterdam met de Russiche president Medvedev als speciale gast bij de opening en een zilveren medaille voor de eerder genoemde Dr. Piotrovsky, onlangs uitgereikt door burgemeester Job Cohen.

Red Light Fashion & Design Tours
Vlak voor mijn vakantie had ik in Het Parool gelezen dat de vanwege het provinciale verlies van 78 miljoen euro opgestapte VVD-gedeputeerde Ton Hooijmakers zijn afscheidsfeestje wilde vieren in de Amsterdamse Hermitage. Dit kon goedkoop want de provincie Noord-Holland had behalve in IJslandse beleggingen ook aardig wat geïnvesteerd in de gerenoveerde Hermitage. Persoonlijk zie ik in zo'n museum toch liever meesterwerken van impressionisten dan japonnen of figuren als Ton Hooijmakers. De huidige beleidsbepalers en politici niet. Die hechten meer waarde aan zichzelf en aan kleding en accessoires, getuige ook het beschikbaar stellen van de voormalige prostitutieruimten op de Wallen voor het amateuristisch opgezette Red Light Fashion project. Veel bijzonders wordt er niet getoond. Nog steeds niet constateerde ik vandaag weer. Slechts een enkeling lapt de ramen of vernieuwt bij tijd en wijle zijn of haar etalage. Mensen lopen voorbij zonder de etalages een blik waardig te gunnen, tenzij ze via www.iamsterdam.com een Red Light Fashion & Design tour hebben geboekt. Verveeld luisteren deze groepjes toeristen naar de tourleider als ze voor een van de etalages staan en kijken er dan even naar. Als de groep dan vervolgens mijn speelhal in de Molensteeg passeert roept de tourleider: ‘This casino belongs to the Dutch maffia’. Il Gioiello, de kleinste galerie ter wereld, naast mijn speelhal wordt geen blik waardig gegund door de tourleiders van Red Light Fasion & Design.

‘Amsterdam Topstad’
De Gemeente Amsterdam presenteert zichzelf graag als een ‘dynamische metropool die bruist van creativiteit’ zoals op haar website www.topstad.amsterdam.nl is te lezen. Grote woorden die je eerder van een Amerikaanse stad als Las Vegas zou verwachten waar momenteel de laatste hand wordt gelegd aan het indrukwekkende City Center bestaande uit woontorens, hotels en complete entertainmentcenters die onderling met elkaar in verbinding staan door middel van een monorail. Vergelijk dat eens met het geklungel en gefraudeer bij de ontwikkeling van de Amsterdamse zuidas. Amsterdam topstad? Laten we er eerst maar eens voor zorgen dat de hoofdstad competente bestuurders krijgt. Binnenkort zijn er verkiezingen.

30 juni 2009

De wallenpanden volgens Endstra

Amusementscenter Molensteeg Wallen gemeente AmsterdamHet Openbaar Ministerie vermoedde het al jaren en Endstra vertelt het op de achterbank: de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy en de wallenpanden waarin deze zijn gevestigd zijn eigendom van Willem Holleeder. Anonieme getuige D. (ex-Hell’s Angel Diaz?) verklaarde in de Kolbakzaak tegenover Teeven en Plooij ook iets dergelijks over Holleeder: ‘Hij bezit onroerend goed op de Amsterdamse Wallen, zoals de Bananenbar, Casa Rosso en Buddy Buddy.’ Daar klopte niets van en het Openbaar Ministerie vroeg in de eerste aanleg dan ook om vrijspraak voor de aanvankelijk aan mij ten laste gelegde feiten betreffende de overname van de wallenpanden. De geëiste gevangenisstraf van 3 jaar had vooral betrekking op de vermeende deelneming aan een criminele organisatie en op het vermeende witwassen van € 4 miljoen bij de herfinanciering door Wilbury in februari 2003.
Bij het requisitoir tijdens het hoger beroep gooide het OM het roer volledig om. Nu vindt het OM de aankoop van de wallenpanden ineens strafbaar en verzoekt zij het hof om mij vrij te spreken van eventueel verwijtbare betrokkenheid bij de Wilbury lening en van de eerder wel ten laste gelegde Leijenbergh/Nieuwgraaf-deal. Ten slotte is door het OM ook vrijspraak gevraagd voor deelneming aan een criminele organisatie. De strafeis werd dienovereenkomstig gehalveerd van 3 jaar naar 18 maanden. De plotselinge koerswijziging van het OM is ongetwijfeld ingegeven vanuit het Emergo project op de Wallen waarbij strafrechtelijke en bestuursrechtelijke informatie worden samengevoegd. Het strafrechtelijk vervolgen van de aankoop van de wallenpanden is van belang voor de bestuursrechtelijke Bibob-procedure die ongetwijfeld een vervolg zal krijgen, ongeacht de uitspraak op 3 juli.

Endstra’s beweringen over de zogenaamde wallenpanden zijn in de eindfase van het hoger beroep dus opgewaardeerd van onwaarachtig tot geloofwaardig. Maar wat vertelde hij dan precies?

‘Op een gegeven moment…’
Tijdens het Citypeak-onderzoek bleek dat Endstra de wallenpanden vanaf 11 oktober 1996 op zijn naam had staan. Het was slim van Endstra om daar zelf over te beginnen op de achterbank. Met informatie uit politiestukken kon hij vertrouwen wekken bij de rechercheurs zodat zij dachten:' die meneer Endstra vertelt ons geen onzin.' Handig waren de dossierstukken uit Citypeak welke de belastingdienst in 1999 in het geding had gebracht bij een boekenonderzoek bij Endstra. Als de rechercheurs vragen zouden stellen waarvan de antwoorden gevoelig of belastend konden zijn, zou Endstra deze behendig ontwijken. Dat lukte hem bij zijn vriendinnen ook altijd.
Zo begint Endstra tijdens het 2e achterbankgesprek spontaan te vertellen hoe hij aan die speelhallen was gekomen: ‘En op een gegeven moment eh… hij had dus die eh… speelhallen in Amsterdam, die twee speelhallen, weet je wel, die op de Wallen.’
Henk en Carel weten precies waar Endstra op doelt: ‘Ja ja. Molensteeg.’ Volgens Endstra waren die toen van Holleeder. Dit komt echter niet overeen met de oude veronderstelling dat Heineken ontvoerders het Casa Rosso imperium, inclusief de gokhallen, in 1992 hadden overgenomen. Snel herstelt Endstra zich en spreekt hij zijn eerdere bewering tegen. Die speelhallen waren natuurlijk niet van Holleeder maar ‘waren van, hoe heet ie ook weer, die hele dikke bouwvakker Cor van Hout en, dat hele Wallen verhaal.’
Ja, ja, dat verhaal kent Henk uit Citypeak. ‘Weet je, dat was van de Heineken ontvoerders’, vervolgt Endstra, ‘maar dat stond allemaal op naam van die bouwvakker’. Dit klinkt de CIE-ers bekend in de oren. ‘Nou, dus toen heb ik op een gegeven moment van die bouwvakker gekocht die twee speelhallen, ja? Begrijp je wat ik bedoel?’ Henk en Carel begrijpen wat Endstra bedoelt. ‘Die heb ik toen betaald met mijn eigen centjes’, maakt Endstra zijn toehoorders wijs.

Gemeen
Holleeder zou later tegen Endstra hebben gezegd dat die speelhallen eigenlijk van hem waren ‘en die zou hij dan eh… nog eens een keer mettertijd terugkopen. Daar is toen ook weer niet teveel voor betaald. En eh… die speelhallen, die heb ik dus eh… onlangs weer verkocht aan eh…, aan eh…, hoe heet ie eh… Marcel Kaatee. Dat is een heel keurige, nette jongen,’ aldus Endstra. Omdat ik in het Citypeak-onderzoek figureer als ‘de boekhouder’, want zo noemde Thomas van der Bijl mij destijds in zijn verklaringen, heeft Henk wel eens van mij gehoord. Hij duidt mij dan ook onmiddellijk aan als ‘de boekhouder’. Endstra, die mij eind 1993 heeft leren kennen als boekhouder van West End, behorende tot het Grifhorst concern, bevestigt dat Henk op de juiste persoon doelt: ‘De boekhouder. Die zijn dus van hem hè. Hij heeft ze ook betaald. Begrijp je?’ Ook Jan van Looijen begrijpt het. ‘Ze zijn natuurlijk van Willem’, speculeert Endstra en legt uit wat hij bedoelt: ‘Die Willem kwam naar me toe. Hij zegt: Ja, ik word opgelicht. Ik zou die hallen krijgen, hebben ze me beloofd. En ik heb zo lang in de gevangenis gezeten en ik ben nou eerlijk en nou willen ze me dat afpakken.’ Endstra vond dat ‘gemeen’ en heeft toen de speelhallen zelf gekocht. ‘En dat is mijn eerste contact geweest. Toen heb ik die hallen gekocht. Die zaten in een BV. Ik weet niet eens of jullie dat weten. Maar goed ik zeg dat gewoon eerlijk’, acteert Endstra wetende dat de politie al sinds 1997 van deze aankoop op de hoogte is.

‘Dat is allemaal boekhoudkundig’
Endstra zegt de CIE-rechercheurs best te willen helpen om Holleeder te pakken maar dan moeten ze wel met een plan komen, een complotplan. ‘Jullie moeten gewoon een plan bedenken. Ja, ik bedoel ik kan zelf plannen bedenken maar ik zit niet bij de politie.’
Als de CIE een complotplan bedenkt gaat Endstra alles vertellen belooft hij op 16 april 2003. Maar de CIE komt niet met een plan, dus speelt Endstra geen open kaart.
In het 6e gesprek gaat het weer over de eigendomsoverdracht van de gokhallen op de Amsterdamse Wallen. Jan van Looijen wil weten hoe dat precies is gegaan.
J: Staat er dan ergens ook dat er een overdracht plaatsvindt en dat er betaling plaatsvindt? Dat wordt toch ergens verantwoord?
W: Ja, ja.
J: Hoe is dat dan verantwoord?
W: Dat is allemaal boekhoudkundig allemaal eh…
J: Nee, dat begrijp ik, maar hoe dan?
W: Als de FIOD binnen komt rennen, want die zijn nu ontzettend actief bij mij op allerlei fronten. (…) Die kijken ook overal en die zijn bezig. Zitten achter zwart geld, ik weet niet, witwassing, die haven met die boten en zo. Nou is er een eindrapport gekomen van die…


Crombag en Wagenaar
Endstra weigert de vragen van Van Looijen te beantwoorden, “terwijl het antwoord toch tot nader notarieel onderzoek naar die overdracht had kunnen leiden”, merken de hoogleraren Crombag en Wagenaar terecht op in hun rapport van 31 maart 2009. Endstra verschaft op achterbank graag belastende informatie over Holleeder zodat laatstgenoemde “langdurig aan het maatschappelijk verkeer onttrokken zal worden”, maar komt nauwelijks met informatie uit eigen wetenschap op basis waarvan verificatie of nader onderzoek kan plaatsvinden. Behendig ontwijkt Endstra steeds vragen waarin hem juist om déze informatie wordt gevraagd. Dit is een van de conclusies die Crombag en Wagenaar trekken in hun ‘waardering’ van de achterbankgesprekken.

‘Nou ja, toch veel geld’
Van Looijen doet een nieuwe poging om erachter te komen hoe de overdracht is gegaan:
J: Nee maar hoe doen ze dat dan? Er moet toch ergens fictief moet er geld overgedragen zijn.
W: Vorderingen en schulden. Het is niet zo belangrijk. Ik kan het allemaal precies in detail uitleggen.
J: Nee maar het gaat mij erom, kunnen we daar ergens tussenin zo. Kunnen we dat? Nou ik bedoel, nou heb Holleeder iets. Daar heeft ie geen piek voor betaald.
W: Nee.
J: Wat is de waarde van die gokhallen? Voor wat is het verkocht?
W: Tien miljoen.
J: Tien miljoen euro of gulden.
W: Nou, zeg maar samen met eh… zaten ook nog wat panden bij op de Wallen, die ook eh… oorspronkelijk daar in datzelfde clubje zat.
J: Ja.
W: En dat was iets van, uit mijn hoofd, eh… nou, ik kan je de afrekening laten zien.
J: Nee maar goed.
W: Ik geloof, even kijken eh… tien miljoen, twaalf miljoen, in die buurt. Tien miljoen.
J: Nou ja, toch veel geld.
W: Gulden. Eh… en eh… nou goed. Ik weet het zelf ook niet.


Zwart geld
Endstra kan de overdracht in detail uitleggen maar doet net alsof hij het niet meer weet. Hij dacht dat er vroeger zwart geld uit het bedrijf werd gehaald maar vanwege een of ander apparaat zou dat nu niet meer kunnen. ‘Dus ze doen nou ook niet eh… iets zwart of zo.’
Dan bemoeit Henk zich ermee en vraagt: ‘wat levert zo’n ding dan op, zo’n tent?’

ABN-AMRO
volgens Endstra ABN AMRO in gokkastenEndstra antwoordt dat hij de speelhallen heeft verkocht voor 8 miljoen en verzint dan ter plekke dat mannen van de ABN-AMRO, ‘die in de gokkasten zitten’ hem het dubbele hadden geboden. Dat ABN-AMRO actief was in de speelautomatenbranche, was hij niet vergeten. Toen Endstra eind 1999 met de ING onderhandelde over de aankoop van een van de WFC-torens, had de bank ook winkelcentrum Rozenhof in Zaandam in de aanbieding voor ongeveer 30 miljoen gulden. Daarin mocht een speelautomatenhal worden gevestigd met 300 automaten. ‘Dat is maar 100.000 gulden per automaat’, concludeerde Endstra die er wel oren naar had. Alleen wilde zijn zakenpartner Klaas Hummel het Rozenhof niet in de portefeuille. Toen Endstra zich hierover beklaagde, liet ik hem een Telegraaf-publicatie zien van 4 september 1999 waarin stond dat de ABN-AMRO bank had geïnvesteerd in JVH Gaming, een van de grootste gokautomatenbedrijven van Nederland. Als zelfs ABN-AMRO in deze branche investeerde, kon Hummel toch geen bezwaar hebben?! Endstra ging met het artikel naar Hummel om hem alsnog over te halen het Rozenhof erbij te nemen maar deze bleef bij zijn standpunt. Speelhallen zijn slecht voor je imago, legde Hummel uit aan Endstra. Het Rozenhof is kort daarna gekocht door het Haagse speelautomatenbedrijf Hommerson die er thans nog steeds een grote speelhal exploiteert.


Rekening ABN-AMRO opgezegd
Even later, nota bene in hetzelfde achterbankgesprek, zegt Endstra: ‘Nou, ze hebben mijn rekening opgezegd bij de ABN-AMRO’. De bank die eerst met Endstra een zaak wilde doen door zijn speelhallen op de Wallen over te nemen had nu ineens zijn rekening opgezegd. Endstra's verhalen werden alsmaar ongeloofwaardiger.

Marionet
‘Zo’, zei Henk, die 16 miljoen gulden erg veel geld leek voor een exploitatie van 59 speelautomaten op de Wallen. Endstra’s reputatie kennende dacht hij bij het extreem hoge bod van de ABN-AMRO vast aan een witwasoperatie.
H: Hoeveel verdien je aan die gokkasten dan?
W: Ja natuurlijk, ik bedoel eh…, daar komt pakken geld uit.
H: Gaat de hele dag door...
W: Je kan de balansen meenemen. Kan je zien wat eruit komt. De omzet per dag in die kasten is schrikbarend. Ook nu nog. En nu hebben ze van die multispelers met eh…paardenrennen en weet ik het allemaal. Nou eh… dus ik denk, het mooiste is, als je ze de vergunning kan afpakken van eh… Kaatee. Dan wordt ie wel ziek.


‘Dat Maaike koopt is het doel’
Dat paardenracemachines vanwege de enorme afmetingen niet eens in kleine speelhallen als Molensteeg en Buddy Buddy passen, merkt geen van de CIE-rechercheurs op. ‘Wat weet je van die Kaatee?’, wil Van Looijen dan weten. Endstra begint dan te vertellen over de bedrijfsvoering van de speelhallen. Er is camerabewaking, mensen met drugs worden buiten de deur gehouden. Kaatee is lid van de speelautomatenbranchevereniging VAN en heeft een bewijs van goed gedrag. Maar eigenlijk is hij een marionet van Holleeder, zegt Endstra, want ‘als Willem zegt van: nu moet je het aan die en die geven, moet hij het aan die en die geven. En straks als ie dan met Maaike getrouwd is, dan wil hij dat ie dan alles aan Maaike geeft en dan is hij dus mede-eigenaar. Dat Maaike koopt is het doel. En dan gaat ie trouwen in gemeenschap en dan heeft ie de helft, snap je wat ik bedoel?’
Dat Endstra beide speelhallen al in de eerste helft van 2002 aan Maaike Dijkhuis had aangeboden (niet voor lage boekwaarden maar voor de hoofdprijs zo blijkt uit de hiervoor opgestelde accountantsberekeningen in het strafdossier), hield hij wijselijk voor zich. Evenals het feit dat Maaike dit aanbod had afgewezen. Zij wilde helemaal geen speelhallen op de Wallen in haar vennootschap. Endstra zweeg hierover want dit kwam niet overeen met zijn verhaal over de wallenpanden en de rol die hij aan Willem Holleeder had toebedeeld.

18 juni 2009

Wallen niet in handen van onderwereld!

Wallen van Amsterdam niet in handen onderwereldRegelmatig schilderen burgemeester Cohen (PvdA) en wethouder Asscher (PvdA) ons Wallengebied in de media af alsof het een soort Johannesburg zou zijn, waar criminelen de dienst uitmaken. Op deze wijze is getracht draagvlak te creëren voor het coalitieplan 1012, zo heeft recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam uitgewezen. Dergelijke manipulatie is afkeurenswaardig. Het politieapparaat is verantwoordelijk voor de opsporing van strafbare feiten, ook als deze worden gepleegd in de rosse buurt. In tegenstelling tot hetgeen de bestuurders met hun uitspraken suggereren, heeft de politie de zaken op de Wallen goed onder controle. De boodschap van Lodewijk Asscher dat de maffia de dienst uitmaakt op de Wallen is pertinent onjuist. Deze verdraaiing van de feiten is bovendien niet goed voor het ondernemersklimaat in de buurt. Niet goed voor de omzet en ook niet goed voor de positie van Amsterdam als toeristenstad. Naar aanleiding van een klacht hierover bij de gemeentelijke ombudsman, stelt deze in het Parool van 11 juni jl. dat ondernemers niet zo moeten zeuren over de gemeente: ‘Bedrijven in 1012 mogen crimineel worden genoemd’.

In een open brief aan het stadsdeel centrum heb ik samen met Wallenondernemers Jan Broers (hoteleigenaar en raamexploitant) en Jan Otten (eigenaar van Casa Rosso, de Bananenbar en het Erotisch Museum) de bestuurders rechtstreeks opgeroepen te stoppen met het criminaliseren van onze buurt.

NV Wallen
Het Parool van 28 mei jl. meldde dat de VVD een voorstel had ingediend om een NV Wallen op te richten zodat crimineel vastgoed in het Wallengebied kan worden bestreden. Met dit gezamenlijk project van overheid, vastgoedbezitters en financiële partijen moeten panden worden onttrokken aan het criminele circuit. Het voorstel werd (uiteraard) gesteund door de Partij van de Arbeid, die als bedenker van deze werkwijze geldt. Het Parool trok enthousiast een vergelijking met de NV Zeedijk, alsof de situatie die heeft geleid tot de oprichting van NV Zeedijk dezelfde is als in het Wallengebied anno 2009.

Wallen weer in negatief daglicht
Het gevolg van het ongetwijfeld goed bedoelde VVD-voorstel was dat de Wallen voor de zoveelste keer in een negatief daglicht werden gezet in de media. De kranten schreven de volgende dag weer over “het criminele vastgoed op de Wallen”. Dat klinkt inmiddels zo vertrouwd dat niet meer wordt getwijfeld aan het waarheidsgehalte van de veronderstelling. Het is er door de jaren heen, mede dankzij de parlementaire enquêtecommissie Van Traa, goed ingepeperd bij de burgers: criminelen hebben miljoenen geïnvesteerd op de Wallen en maken er de dienst uit. De overheid heeft niets te vertellen. Op 7 februari 2008 bij Pauw & Witteman vertelt wethouder Asscher over de Wallen aan het Nederlandse publiek: “Het is gewoon een gebied waar nu de verkeerde mensen, het geboefte de baas is. Dat kun je niet accepteren, dat kan niet meer in het Amsterdam van nu.
In een uitzending van AT-5 op 26 maart jl. roept Asscher: “De maffia d’r uit!” als zijnde het doel dat voor ogen moet worden gehouden, ook al duurt het misschien 10 jaar voordat het is gelukt. Ook burgemeester Cohen heeft zich niet onbetuigd gelaten in zijn uitingen.“Onderwereldfiguren zijn de baas op de Wallen”, stelt de burgemeester in Trouw op 8 december 2008. In hun rapport ‘Macht op de Wallen’ constateerden studenten politicologie van de Universiteit van Amsterdam dat het gemeentebestuur op deze wijze de media manipuleert.

De feiten
Hoe komt de VVD erbij dat de panden die zij door NV Wallen wil laten opkopen werkelijk van criminaliteit afkomstig zijn? Baseert deze partij zich soms op de achterhaalde veronderstellingen van 10 jaar geleden? Want zo klonken de alarmerende verhalen van Wallenmanager Freek Salm eind jaren negentig:

Miljoenen gewit op de Wallen
‘Criminele organisaties hebben de afgelopen jaren voor 150 tot 200 miljoen gulden geïnvesteerd op de Wallen. Ze kopen onroerend goed op om zwart geld wit te wassen.’

(Het Parool d.d. 15-10-1999)

Wallen ‘vuilnisvat’ van de samenleving
‘Criminelen hebben de afgelopen jaren 150 tot 200 miljoen gulden geïnvesteerd in de Amsterdamse Wallen. Zij kochten vele tientallen panden, winkels en horecabedrijven op voor criminele activiteiten en het witwassen van zwart geld. Ook worden 450 woningen die eigenlijk bedoeld zijn voor Amsterdammers met een laag inkomen door criminelen geconfisqueerd. In de woningen zitten vele honderden illegalen, bordelen en opslagruimtes voor bedrijven.’

(De Telegraaf d.d. 15-10-1999)

Volgens Salm (PvdA) zouden figuren als de Hakkelaar, Charles Z, en belastingfraudeur U. zelfs vanuit de gevangenis miljoenen in de opkoop van panden hebben gepompt. Alleen kon Salm zijn veronderstellingen niet onderbouwen met feiten. Dit zal ongetwijfeld de reden zijn geweest waarom er na Citypeak (onderzoek van 1994 tot 1998 o.l.v. Fred Teeven naar investeringen van Heineken-ontvoerders) geen omvangrijk witwasonderzoek meer is verricht op de Wallen. Er was blijkbaar niet eens een aanwijzing op basis waarvan onderzoek kon worden gedaan.
Om in zijn ogen twijfelachtige ondernemers toch een voet dwars te kunnen zetten, bedacht Salm vervolgens de Wet BIBOB. Zonder strafbare feiten vast te hoeven stellen kan een ondernemer hiermee een vergunning worden geweigerd. Het stadsbestuur maakt momenteel dankbaar gebruikt van die mogelijkheid. Ik heb nog steeds geen exploitatievergunning voor mijn speelhallen voor 2007 t/m 2009 terwijl ik in oktober van dit jaar alweer een nieuwe vergunningaanvraag moet indienen voor 2010 t/m 2012.

Slag om de Wallen
Is er echt zoveel crimineel vastgoed op de Wallen? Salm riep het wel maar kwam destijds nooit met bewijzen. Ten behoeve van hun goed onderbouwde publicatie ‘Slag om de Wallen’ in Vrij Nederland van 14 februari 2009 hebben journalisten Harry Lensink en Marian Husken het onroerend goed op de Wallen in kaart gebracht. Hiertoe hebben zij het kadaster geraadpleegd. De journalisten concludeerden dat de 7 partijen uit het gemeentekamp maar liefst 568 kadastrale vermeldingen op de Wallen in handen hebben, tegenover 168 kadastrale vermeldingen van de 13 belangrijkste Wallenondernemers, waaronder Jan Broers, Jan Otten en ik. De VVD zet haar liberale gedachtegoed wel erg gemakkelijk opzij met hun voorstel het gemeentelijke bezit op de Wallen nog groter te maken dan het al is. Als het aan de VVD ligt moeten ondernemers straks hun panden gaan verkopen aan NV Wallen. Een merkwaardige koerswijziging van een partij die het vroeger altijd opnam voor ondernemers.

Ambtenaar in de fout
In Vrij Nederland is ook voormalig Wallen-manager Freek Salm aan het woord. Aan hem wordt gevraagd om één geval van witwassen te noemen in de Wallenbuurt van al die honderden miljoenen die hij destijds had gesuggereerd. Het bleef toen een tijdje stil. En na een korte overweging noemt Salm uiteindelijk een ambtenaar die met zijn modale inkomen voor miljoenen aan vastgoed kocht. Niet de Hakkelaar, niet Charles Z., niet U., maar uitgerekend iemand uit de eigen gemeentelijke kring. En al die criminele investeringen dan van honderden miljoenen waarvoor hij 10 jaar geleden aan de bel trok? Met geen woord sprak Salm hierover in Vrij Nederland. Een herkenbaar beeld doemt op van een PvdA-er die willens en wetens een verkeerde voorstelling van zaken geeft voor politieke doeleinden.

Koffers met zwart geld
Voor hun plannen met het Wallengebied heeft het gemeentebestuur steun gezocht en gevonden bij een paar nette ondernemers. Zo is voorzitter Bakker van de ondernemersvereniging Amsterdam City niet te beroerd om op diverse bijeenkomsten schande te spreken over het witwassen op de Wallen. Criminelen zouden met koffers vol zwart geld bij ondernemers aan de deur komen om panden over te nemen, aldus de heer Bakker. Maar als hem wordt gevraagd welke panden en welke personen het betreft, blijft de directeur van de Beurs van Berlage het antwoord schuldig. In de Strategienota ‘Hart van Amsterdam’ van de Gemeente Amsterdam vinden we een verklaring voor de stilte bij Bakker als hem wordt gevraagd man en paard te noemen: ‘Een fenomeen waar moeilijk de vinger achter te krijgen is zijn de hardnekkige geruchten over overnames die deels met zwart of crimineel geld plaatsvinden (witwassen).’ Het gaat dus niet om feiten maar om geruchten en daar is nu eenmaal moeilijk een vinger achter te krijgen, stelt de gemeente.

Onafhankelijk deskundigenonderzoek
Op 27 mei jl. pleitte een meerderheid van de gemeenteraad voor het oprichten van een NV Wallen om in het kader van de criminaliteitsbestrijding de gemeentelijke onroerend portefeuille nog groter te maken. Waarom vindt er niet eerst een gedegen onafhankelijk onderzoek plaats naar het bestaan van crimineel vastgoed op de Wallen? Dit had natuurlijk al veel eerder moeten gebeuren. Wij durven nu al te voorspellen dat uit dit onderzoek zal blijken dat vastgoed, waarvan feitelijk is vastgesteld dat het in criminele handen of van criminaliteit afkomstig is, op de Wallen niet of nauwelijks voorkomt. Een uitkomst die niet welgevallig is voor de huidige bestuurders, die onder aanvoering van burgemeester Cohen en wethouder Asscher altijd het tegenovergestelde hebben beweerd om draagvlak te creëren voor hun plannen. Gelukkig is deze manipulatie aan het licht gekomen. Zo’n Wet BIBOB zou daarom ook moeten gelden voor bestuurders: Wet Bevordering van Integriteitsbeoordelingen van (en niet ‘door’) het Openbaar Bestuur. Want alleen een gemeentebestuur dat zich eerlijk en transparant opstelt, zonder verborgen agenda’s, verdient het vertrouwen van de kiezer.

12 juni 2009

Amsterdamse PvdA: dom of sluw?

amsterdamse PVDAAls het strafrechtelijk niet lukt om mijn bedrijven stuk te maken, volgt de overheid de bestuursrechtelijke methode. Burgemeester Cohen nam hierop al een voorschot toen hij op 25 januari 2008 aankondigde mij geen vergunningen meer te willen verlenen, gebaseerd op een insinuatie van Willem Endstra dat ik de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy voor Holleeder zou houden. En als deze Bibob-truc niet lukt, kunnen de panden altijd nog onteigend worden in het kader van het Coalitieplan 1012. Die mogelijkheid wordt tenslotte niet zomaar genoemd om de buurt van ‘criminele elementen’ te ontdoen. Ten behoeve van dit project wordt door belanghebbenden en politici, burgemeester Cohen voorop, de beeldvorming gekoesterd en verder ontwikkeld dat de Wallenbuurt in handen zou zijn van de onderwereld en noemt men ‘gokhallen’ laagwaardig en criminogeen die uit de buurt moeten verdwijnen.

‘Ten strijde trekken’
Op 28 april 2009 publiceerde De Telegraaf een artikel ‘Zwarte lijst gokkers’. Het initiatief voor dit artikel kwam van de PvdA, zo liet de betreffende journalist mij weten. Aan het woord is PvdA-raadslid Peggy Burke die meent dat gokverslaving een groot probleem dreigt te worden vanwege de huidige economische crisis: “Juist nu moeten we ten strijde trekken. Tijdens een recessie gaan mensen veel sneller gokken,” klinkt het in oorlogstaal. De behandeling van gokverslaving door Jellinek zou tekort schieten. “Die helpt nauwelijks. Dus moeten we ingrijpen.” Daarom pleit het raadslid voor een overkoepelende zwarte lijst voor gokverslaafden zoals het grote voorbeeld Holland Casino dat heeft.

PvdA-raadslid Burke
In haar eigen kring zegt mevrouw Burke een keer te hebben meegemaakt hoe iemand ten onder ging aan gokverslaving. Haar verontwaardiging doet mij denken aan voormalig PvdA-bestuurder Schaapman, die op basis van haar eigen negatieve ervaringen als prostituee de hele prostitutiebranche in een kwaad daglicht stelde. Dit resulteerde uiteindelijk in de halvering van de raamprostitutie op de Wallen. Kennelijk wordt deze taktiek nu toegepast op speelhallen. Als het PvdA-raadslid stelt dat ten strijde getrokken moet worden tegen ‘die stomme gokkast’, bedoelt zij immers niet de ‘gokkast’ van Holland Casino maar de automaten die in amusementscentra staan opgesteld. ‘Officiële casino’s’ zouden namelijk met zwarte lijsten werken, beweert het raadslid in het artikel. In werkelijkheid werken amusementscenters wel degelijk met zwarte lijsten ingeval klanten zich misdragen maar ook met zogenaamde witte lijsten waarmee klanten op eigen verzoek voor een periode van 6 maanden de toegang wordt geweigerd.

Holland Casino
De stelling van het raadslid dat mensen tijdens een recessie sneller gaan gokken, was snel achterhaald toen Holland Casino op 6 mei 2009 haar jaarcijfers bekend maakte. FEM Business schreef de volgende dag: “Volgens Holland Casino zijn de slechte resultaten te wijten aan de economische crisis. Deze beïnvloedt de resultaten zeer negatief vanaf medio 2008. In de laatste drie maanden van het jaar belandde Holland Casino zelfs in de rode cijfers.
Niet alleen Holland Casino maar alle gokpaleizen in de wereld gaan gebukt onder de economische crisis, ‘van Macau tot Dubai en van Las Vegas tot Atlantic City’, aldus de Volkskrant op 7 mei 2009. Het tegenovergestelde van hetgeen PvdA-raadslid Burke beweert.

‘Macht op de Wallen’
Dat bestuurders van de Gemeente Amsterdam doelbewust berichtgeving in de media naar hun hand zetten was al eerder aangetoond door studenten politicologie van de Universiteit van Amsterdam. Zij deden dit in hun rapport ‘Macht op de Wallen’. Daar heeft het raadslid duidelijk lak aan want de werkwijze is nog steeds dezelfde. Zij nodigde in het onderhavige geval de Telegraaf journalist uit voor een gesprek dat moest leiden tot een negatief artikel over speelhallen. Het PvdA-raadslid is een volksvertegenwoordiger en had natuurlijk eerst informatie moeten inwinnen bij de speelautomatenbranchevereniging VAN of bij KEMA. Laatstgenoemde organisatie controleert periodiek de interne bedrijfsvoering van speelhallen. Op mijn vraag of raadsleden en/of politieke partijen informatie hadden opgevraagd over de branche luidde het antwoord van KEMA: “Wij hebben nog geen vraag hieromtrent vanuit de gemeente Amsterdam ontvangen.

Fabeltjes en feiten
Besluitvorming dient gebaseerd te zijn op feiten en niet op beeldvorming en ongenuanceerde of leugenachtige veronderstellingen. Natuurlijk stijgen de omzetten van speelhallen en casino’s niet vanwege een recessie zoals PvdA-raadslid Burke beweert. Wat een onzinnige gedachte. Een ander fabeltje is dat speelautomatenhallen zich lenen voor het witwassen van criminele gelden, zoals burgemeester Cohen (ook PvdA) letterlijk schreef in zijn voornemen tot weigering van mijn vergunningen. De onjuistheid van deze veronderstelling is al in 1998 aangetoond in een onderzoek van professor Bovenkerk in opdracht van het Ministerie van Justitie. Ook was de onderzoekers niet gebleken dat er een relatie was tussen ‘de onderwereld’ en gokhallen zoals vooraf was verondersteld.
De enige strafrechtelijk vastgestelde gevallen van witwassen die verband houden met de gokbranche in Nederland vonden plaats aan de roulettetafels in het gokparadijs van de overheid: Holland Casino. Daar geldt de Wet Bibob dan weer niet.

19 mei 2009

Het pleidooi in de zaak Kaatee (1)

Mijn pleidooi stond gepland op 6 mei 2009 van 09.00u tot 13.30u in het Paleis van Justitie, de thuisbasis van het Amsterdamse gerechtshof. De zittingszaal was slechts gevuld met 4 belangstellenden: allereerst mijn gezin, Priscilla en Keanu, en tevens twee bekende journalisten. Op de publieke tribune een verdieping hoger zaten onze vrienden Don Clovis, Christina en Dodge. Laatstgenoemde is de bassist van mijn band, die speciaal vanuit Uden naar Amsterdam was gereden om deze zitting bij te wonen. Mevrouw Gonggrijp Van Mourik, de gewraakte raadsheer die tijdens het requisitoir in Rotterdam nog zo fanatiek zat te schrijven toen mijn zaak werd voorgedragen, was in geen velden of wegen te bekennen.

Artikel 311 lid 2 jo. 415 WvSv.
Dat een verdachte zelf het woord voert tijdens het pleidooi, komt zelden voor. Toch hadden mijn advocaat en ik afgesproken dat wij ieder onze eigen pleitnotities zouden voordragen. Mr. Jahae begon zijn pleidooi daarom als volgt:
´Het pleidooi wordt geregeld in artikel 311 lid 2 jo. 415 WvSv. De wetgever vergunt in die bepaling de verdachte het recht om na het requisitoir op de woorden van het OM te antwoorden. De verdachte heeft dat recht, niet de raadsman. Nu is het in de praktijk natuurlijk altijd zo dat de raadsman na het requisitoir zijn pleidooi houdt, vandaag zullen Marcel Kaatee en ik art. 311 lid 2 jo. 415 WvSv in ieder geval letterlijk nemen. Wij zullen samen, elkaar afwisselend en aanvullend pleiten.´

Mijn advocaat:
Officier van justitie Plooij zei in raadkamer op 14 februari 2006: “Kaatee is de financiële spil waar het onderzoek om draait”. Op 11 april van dat zelfde jaar legde mr. Teeven uit waarom Kaatee toch echt langer in voorarrest moest blijven: “deze man kan vermogensbestanddelen wegsluizen die nog niet traceerbaar zijn”. En verder tijdens hetzelfde betoog: “Kaatee verklaart veel maar hij zegt weinig en als wordt doorgevraagd blijft hij hangen in zijn eigen verhaal”. Omstandig legde mr. Teeven uit dat Marcel Kaatee de man was die de financiën voor Holleeder bestierde. Kaatee was volgens mr. Teeven: “de minister van financiën van Holleeder”. Op 11 mei 2006 werd deze krachtige stelling met de van deze officier bekende ferme vastberadenheid herhaald. Kaatee als spil en minister van financiën.

Bij gelegenheid van het requisitoir in eerste aanleg was de benadering al iets genuanceerder. Het was wel duidelijk dat Kaatee uit het centrum was verdwenen. Het hart van de zaak lag nu bij de betalingen van Endstra aan Paarlberg en ja, daar had Kaatee toevallig niks mee te maken. Evenmin bleken er vermogensbestanddelen weggesluisd. Kaatee zou volgens het OM hooguit behulpzaam zijn geweest in de marge door het maken van afspraken, het inzien van een enkele transactie, het aannemen van een geldbedrag ten behoeve van Holleeder en zijn betrokkenheid bij de Wallenpanden kon ook niet kloppen. Allemaal losse verwijten zonder kennelijk verband, een beetje met de haren er bij gesleept, maar toch. Het kon niet zo zijn dat Kaatee ineens helemaal niks meer te verwijten viel. Drie jaar luidde de eis.
De rechtbank oordeelde anders en sprak Kaatee vrij van het leeuwendeel van de feiten en oordeelde enkel dat cliënt voorzichtiger had moeten zijn bij het aannemen van een contant geldbedrag. Bij gelegenheid van het requisitoir op 20 april jl. in hoger beroep, oordeelde het OM anders dan de collega’s uit de eerste lijn, dat Kaatee vrij gesproken zou moeten worden van deelname aan een criminele organisatie, evenmin werd hij nog langer beschouwd als medepleger van afpersing, hooguit als medeplichtige. De motivering is wel een heel bijzondere. Waarom namelijk medeplichtig en geen medepleger? Omdat Kaatee “zich bewust moet zijn geweest van de reële kans dat het daarbij ging om gedwongen betalingen door Endstra met het oogmerk van Holleeder om zich te bevoordelen, ja wederrechtelijk te bevoordelen, juist door de dwangsituatie”. Hij moet zich daar bewust van zijn geweest om twee redenen en wel de volgende:
(1) “Was het immers niet Holleeder die al eerder betrokken was geweest bij de ontvoering van Heineken, ook omwille van het grote geld?
(2) “Is het aannemelijk te achten dat Kaatee, die zulke nauwe contacten had met Holleeder en met Endstra en die ontmoetingen bepaald niet normaal tot stand kwamen, zich niet bewust moest zijn van de dreigementen jegens Endstra?”.
Een retorische vraag, maar dan wel een uit het ongerijmde. Veiligheidshalve voegt het OM er nog aan toe dat niet per sé vereist is dat Kaatee op de hoogte was van de afpersing door Holleeder, zelfs als hij voorwaardelijk opzet zou hebben op het mindere, kan er een veroordeling volgen ter zake medeplichtigheid van afpersing hetgeen dan bij de strafoplegging verdisconteerd kan worden.

Van de centrale, financiële autoriteit, het centrum van waaruit de financiën van het criminele imperium van Holleeder bestierd werd, de minister van financiën, tot iemand die zich bewust moet zijn geweest dat er iets niet klopte in de relatie tussen Holleeder en Endstra. Zie hier de progressie in de gedachtevorming bij het OM. Ik heb sterk de indruk dat als het appèl een paar maanden langer had geduurd en het OM de tijd en gelegenheid had genomen om zich werkelijk te verdiepen in de zaak van Marcel Kaatee, men vanzelf tot vrijspraak geconcludeerd zou hebben.

25 april 2009

Het complotproject 1012

project 1012 gemeente Amsterdam

Het Amsterdamse Red Light District is bekend over de hele wereld en is van oudsher een uitgaansgebied waar miljoenen mensen vertier zoeken. Bewoners in dit gebied die zich hieraan ergeren en hiervan overlast ondervinden zijn er altijd geweest. Zij trachten de politiek ertoe te bewegen maatregelen te nemen, wat hen veelal ook lukt. Hieronder enkele publicaties uit de jaren tachtig.

Het Parool 17 april 1982:
“De ergernis van de bewoners wordt niet zozeer veroorzaakt door het feit dat zij in het prostitutiecentrum zitten, maar wel doordat het karakter van de wallen aan het veranderen is met als gevolg meer overlast voor de bewoners. Steeds meer bordelen maken plaats voor sexwinkels, sextheaters, gokhuizen en discotheken. Ook de nieuwste aanwinst van wallenkoning Jopie de Vries, een theater voor driehonderd toeschouwers, is door de buurt niet bepaald in dank afgenomen.”

Het Parool 18 november 1982:
“De gemeente Amsterdam gaat een halt toeroepen aan de sex-industrie op de wallen. Het aantal bordelen en sexinrichtingen (sexwinkels, peepshows en dergelijke) mag zich niet verder uitbreiden. De sexindustrie wordt alleen toegelaten op die plekken waar zich nu grote concentraties van deze bedrijven bevinden zoals aan de Geldersekade, rondom het Oudekerksplein, een deel van de Oudezijds Achterburgwal en Voorburgwal en enkele stegen.”

Het Parool 18 april 1985:
“Burgemeester van Thijn en de Amsterdamse hoofdcommissaris Valken willen voor 1 november maatregelen nemen tegen de overlast van drugs en prostitutie in de Burgwallenbuurt. Zo willen ze bekijken of meer nachtelijke surveillances, vaker gerichte acties met inschakeling van de lokale narcoticabrigade en het inzetten van agenten van de uniformdienst die deel uitmaken van de parate eenheid uitkomst kunnen bieden.”

NRC 23 april 1985:
“De vrouwenhandel is in Nederland sinds 1976 sterk toegenomen, blijkt uit het onderzoek dat staatssecretaris Kappeijne van Coppollo (emancipatiezaken) heeft laten instellen. (…) Volgens Wiltink (woordvoerder van de Amsterdamse Politie) houdt zowel de zedenpolitie als de afdeling recherche van het bureau Warmoesstraat de zaak streng in de gaten en zijn er geregeld controles.”

Volkskrant 27 oktober 1988:
“Bewoners en ondernemers van het Amsterdamse Wallengebied demonstreren tegen de overlast die zij van de drugshandel ondervinden.(…) De buurtbewoners eisen van het gemeentebestuur dat er een speciaal projectteam van de politie komt dat de openbare ordeproblemen in de buurt gaat bestrijden.”

Er zijn overeenkomsten maar ook verschillen ten opzichte van de huidige situatie. De demonstraties van bewoners tegen overduidelijke misstanden op de Wallen hebben plaatsgemaakt voor overlegvormen in achterkamertjes waarbij een veronderstelde criminaliteit als witwassen in het Wallengebied eerder kunstmatig bedacht lijkt dan werkelijk aanwezig. Met ludieke zelfbedachte namen proberen sommige bewoners en ondernemers thans invloed uit te oefenen op de gemeentelijke besluitvorming. Mogelijk willen ze op de eerste rang zitten als de grote herverdeling van eigendom plaatsvindt wanneer het Coalitieplan ten uitvoer wordt gebracht. De economische belangen zijn immers groot.

Coalitieproject 1012
Volgens het persbericht van de gemeente Amsterdam en stadsdeel Centrum van 5 december 2008 is het postcodegebied 1012 de afgelopen jaren weer het toneel geworden van georganiseerde criminaliteit. Om deze reden hadden Burgemeester Cohen (PvdA), Wethouder Asscher (PvdA), Stadsdeelvoorzitter Iping (PvdA) en portefeuillehouder Koldenhof (VVD) de handen ineengeslagen om het gebied veiliger, fraaier en leefbaarder te maken. Dit heeft geresulteerd in het zogeheten Coalitieproject 1012. Dat klinkt prachtig maar toch is enige nuancering op zijn plaats.

‘Macht op de Wallen’
Op 28 januari 2009 verscheen een analyse van het Coalitieproject 1012 getiteld ‘Macht op de Wallen’. Studenten politicologie van de Universiteit van Amsterdam concludeerden hierin dat de gemeente een mediastrategie heeft gehanteerd om de publieke opinie te beïnvloeden. De inhoud van de berichtgeving is actief gestuurd om het publiek te overtuigen dat de situatie in het postcodegebied 1012 onhoudbaar is, de prostituees de dupe zijn en de gemeente uiteindelijk de redder in nood is.
Kritiek is onmogelijk gemaakt door voortdurend te stellen: wie tegen het plan is, steunt vrouwenhandel. Uit interviews is gebleken dat bepaalde media primeurs hebben gekregen wanneer de gemeente mocht meebeslissen over de inhoud van de publicatie.

Draagvlak
Een jaar voordat deze analyse verscheen constateerde VVD-leider Mark Rutte al bij Pauw & Witteman dat de Amsterdamse krant Het Parool helemaal achter de plannen van wethouder Lodewijk Asscher stond. Het Parool blijkt een belangrijke bondgenoot van de bestuurders om een maatschappelijk draagvlak te creëren voor hun plannen met het Wallengebied. De krant publiceert met enige regelmaat artikelen waarin de door bestuurders geschetste situatie op de Wallen kritiekloos wordt overgenomen. In het artikel “Van Sodom en Gomorra naar een tweede PC Hooft” van 27 december 2008 schrijft de krant bijvoorbeeld: “Feit is dat het op de Wallen uit de hand is gelopen met 484 ramen, 76 coffeeshops, 38 headshops, 10 speelautomatenhallen, 12 belhuizen, 10 geldwisselkantoren en 19 minisupermarktjes.” Uit de gepresenteerde getallen lijkt er een inventarisatie te zijn gemaakt van aantallen ramen, speelhallen, coffeeshops e.d. De krant deelt niet geheel toevallig de conclusie van de bestuurders dat het allemaal teveel is.
Op 12 september 2007 hield loco-burgemeester Asscher een toespraak “Verhalen uit de praktijk” over de bestuurlijke aanpak in het Wallengebied. Hij noemde toen andere getallen: “Zo omvat de raamprostitutie in dit gebied 143 panden met daarin in totaal 451 ramen. Er zitten 8 grote speelautomatenhallen en maar liefst 85 coffeeshops. Verder zit er uitzonderlijk veel horeca.”
Ten onrechte stelde hij dat er 8 speelhallen op de Wallen waren gevestigd (Het Parool telt er zelfs 10). In werkelijkheid zijn er maar 5 waarvan er niet een als ‘groot’ kan worden aangemerkt. Dit onjuiste beeld sprak ongetwijfeld tot de verbeelding van de toehoorders waaronder de Minister van Binnenlandse Zaken Ter Horst die van 1994 tot 2001 zelf wethouder was in Amsterdam.
Op de Wallen zou een criminele infrastructuur heersen, vervolgde Asscher zijn verhaal. Er moest daarom “op een slimme manier” onroerend goed worden verworven zodat criminogene branches teruggedrongen konden worden en er een economische herontwikkeling kon plaatsvinden. Met “slimme manier” doelde Asscher waarschijnlijk op het toepassen van de Wet BIBOB, waarbij vermoedens voldoende zijn om ondernemers vergunningen te kunnen weigeren.

Pauw & Witteman
Enkele maanden later schoof Asscher gezellig aan bij Pauw & Witteman. Daar vertelde hij de kijkers het volgende: “Sinds het rapport van Van Traa is bekend hoe massaal het daar is. Maar als je je realiseert dat daar 470 ramen zijn, 76 coffeeshops, tientallen smartshops, belwinkels, wisselkantoren, dan is het zo massaal dat het telkens opnieuw verkeerde types en verkeerd geld naar het gebied trekt.” Het verminderen van de criminogene functies was naar zijn idee noodzakelijk voor de criminaliteitsbestrijding in het gebied.“We hebben de rapporten van witwassen, we weten dat daar een infrastructuur is waarbij de verkeerde mensen de baas zijn.” Op welke witwasrapporten de wethouder doelde vertelde hij er niet bij. De algemene rekenkamer schreef op 16 mei 2008 in haar onderzoek over het bestrijden van witwassen dat zij de benodigde informatie zelf had moeten uitzoeken omdat er juist géén informatie over witwassen voorhanden was. Met Asscher’s rapporten over witwassen had de rekenkamer zichzelf dus een hoop werk kunnen besparen.
Bij Pauw & Witteman criminaliseerde Asscher het Wallengebied weer: “Het is gewoon een gebied waar nu de verkeerde mensen, het geboefte de baas is. Dat kun je niet meer accepteren, dat kan niet meer in het Amsterdam van nu.” Asscher verwachtte veel tegenstand om zijn plannen ten uitvoer te kunnen brengen,“niet alleen van u (wijzend naar de Wallenondernemers in de zaal), ook van mensen die belangen hebben in het gebied, die daar hun geld willen witwassen.” Zo bestempelde de sluwe politicus iedere tegenstander als een potentiële witwasverdachte.

Burgemeester Cohen
Twee weken daarvoor had Burgemeester Cohen op AT-5 uitgelegd welke enorme druk er op de Wallen lag,“met prostitutie, met coffeeshops, met een heleboel anderen, met speelhallen, met supermarktjes waar geen bal gebeurt en waarvan je nou echt het gevoel hebt, dat deugt hier niet”.
De Burgemeester benadrukte later tijdens een seminar over de Bibob-wetgeving dat hij samen met het Stadsdeel Centrum tot de conclusie was gekomen dat de balans van wonen, werken en recreëren volledig zoek was in het Wallengebied. De opeenstapeling van criminogene branches in het gebied had naar zijn oordeel een aanzuigende werking op de georganiseerde misdaad. Het zogenaamde 1012-project was bedacht “om de criminele infrastructuur te doorbreken door de criminogene functies en overlastgevende functies te verminderen en tegelijkertijd het gebied op te waarderen naar een meer en divers hoogwaardig aanbod”.

Toen het plan ‘Hart van Amsterdam, Strategienota Coalitieproject 1012’ officieel werd gepresenteerd beweerde de burgemeester op 8 december 2008 in Trouw stellig dat onderwereldfiguren de baas zijn op de Wallen en dat er veel zwart geld circuleert. Cohen:“Het is te toegankelijk geweest voor het vestigen van ondernemingen die criminaliteit aantrekken. Dat zijn bordelen, coffeeshops, smartshops, minisupermarktjes, gokhallen, souvenirwinkeltjes, seksshops- en bioscopen, geldwisselkantoren, sommige horeca en headshops waar gebruiksvoorwerpen voor softdrugsgebruik worden verkocht. Delen van deze branches bieden criminelen een legale manier om hun geld wit te wassen.”

Criminogeen
‘Criminele infrastructuur’, ‘criminogene functies’ zijn termen die bestuurders veelvuldig in de mond nemen. De betekenis van criminogeen is ‘criminaliteit bevorderend’. Dat veronderstelde criminogene factoren bij speelautomatenhallen in de praktijk niet overeenstemmen met de werkelijkheid is al eind 1997 vastgesteld door het Willem Pompe Instituut. De vooroordelen over speelautomaten zijn echter hardnekkig en bestuurders zijn hardleers.

De werkelijke aantallen
Omdat deze onderbelicht zijn gebleven tijdens de inspraakavond op 23 maart 2009 beperk ik mij verder in deze zienswijze tot de speelautomatenhallen op de Wallen, die in verband met het coalitieproject veelvuldig worden aangeduid als criminogene of laagwaardige ondernemingen die aan de onderkant van de markt opereren.
Zoals eerder gemeld bevinden zich in het Wallengebied, in tegenstelling tot hetgeen wethouder Asscher in zijn toespraak beweerde, geen 8 maar 5 speelhallen waarvan er geen enkele voor “groot” zou kunnen doorgaan. Een bestuurder die bewust de beeldvorming beïnvloedt door een onjuiste voorstelling van zaken te geven, diskwalificeert zichzelf. Dat wethouder Asscher zo onzorgvuldig te werk gaat dat hij het werkelijke aantal bedrijven niet kent, is uitgesloten. Het aantal vond hij immers teveel. Een goed bestuurder vergewist zich van betrouwbare onderzoeksgegevens alvorens conclusies te trekken.
In het gehele postcodegebied 1012 bevinden zich in totaal 10 speelhallen waarvan 5 in het Wallen-gebied. In de vijf kleine amusementscenters op de Wallen wordt slechts 19% van het totale aantal in speelhallen opgestelde automaten in het postcodegebied geëxploiteerd. In haar economische visie ‘Etalage van Amsterdam’ van november 2008 trok de Kamer van Koophandel geenszins de conclusie dat dit teveel was. In tegenstelling tot de bestuurders vond zij het huidige aantal hallen (5) blijkbaar wel passen in de buurt.
Verreweg de meeste speelautomaten van het postcodegebied 1012 (81%) staan opgesteld in de vijf speelhallen aan het Damrak en de Nieuwendijk. Deze vijf bedrijven hebben vergunningen voor in totaal 618 automaten. Drie van deze speelhallen hebben een vergunning voor 100 of meer automaten en kunnen als ‘groot’ worden gekwalificeerd. Met een druk op de knop zijn al deze gegevens uit openbare bronnen te halen. Daar kan geen misverstand over bestaan.

‘Gokhallen’
Speelautomatenhallen worden door bestuurders en in de media vaak laagwaardige ondernemingen genoemd die zouden bijdragen aan een verloederd straatbeeld. Dit is ongepast en beledigend. Niet alleen voor de ondernemers in deze branche maar ook voor het personeel dat speciale cursussen moet volgen om de werkzaamheden naar behoren te kunnen verrichten.
In de strategienota worden amusementscenters of speelautomatenhallen steevast aangeduid als ‘gokhallen’ of ‘gokautomatenhallen’. Ook dit draagt bij aan de negatieve beeldvorming evenals de gehanteerde stelling dat ‘gokhallen zich aan de onderkant van de markt bevinden’.
In het verbouwde City-theater bij het Leidseplein opent JVH Gaming binnenkort een splinternieuwe ‘gokhal’ met 150 automaten. Dit zijn er meer dan in alle vijf speelhallen op de Wallen tezamen staan opgesteld. De gemeenteraad verleende haar goedkeuring hiervoor. Het zal wel een KEMA-gecertificeerde automatenhal worden, maar die zijn er ook op de Wallen. Alleen wordt in dat gebied al jaren geen enkele uitbreiding toegestaan waardoor de mogelijkheden voor kwaliteitsverbetering beperkt blijven tot het behalen van het KEMA-certificaat. Het opheffen van deze rigide beperkingen is niet terug te vinden in de strategienota.

KEMA
Een KEMA certificaat toont aan dat het kwaliteitsbeleid van een speelautomatenhal transparant, betrouwbaar, veilig en deugdelijk is. De criteria om aan het KEMA certificaat te voldoen zijn opgesteld door KEMA Registered Quality BV in samenwerking met de Speelautomatenbranche organisatie VAN, Ministerie van VWS, Ministerie van Justitie, Ministerie van Economische zaken, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de Verslavingszorg. Speelhallen die het KEMA certificaat hebben behaald, worden 2x per jaar door middel van audits gecontroleerd of zij nog aan de kwaliteitsnormen voldoen. KEMA-gecertificeerde speelhallen bevinden zich daarom niet ‘aan de onderkant van de markt’ en zijn net zo min laagwaardig als bijvoorbeeld Holland Casino.

Witwassen in speelhallen?
In zijn voornemen tot weigering van de exploitatievergunningen van Amusementscenter Molensteeg en Buddy Buddy schrijft Burgemeester Cohen: “De ondernemingen waarvoor u de vergunningen heeft aangevraagd, lenen zich voor het witwassen van criminele gelden.”
Een toelichting gaf de Burgemeester niet bij deze veronderstelling. De gedachte achter zijn vooroordeel vindt waarschijnlijk zijn oorsprong in 1993. Toen hebben hooggeplaatste politiechefs waaronder de Amsterdamse commissaris Van Riessen ongenuanceerde uitspraken gedaan die de speelautomatenbranche in een kwaad daglicht stelden. Volgens bevindingen van het zogenaamde Horeca Interventie Team in Amsterdam zouden de speelautomatenhallen Molensteeg en Buddy Buddy samen maar liefst 400 speelautomaten exploiteren die gebruikt zouden worden voor witwaspraktijken. In werkelijkheid exploiteerden beide speelhallen gezamenlijk slechts 59 speelautomaten waarmee normale omzetten werden behaald. Buddy Buddy is met een vergunning voor 19 automaten zelfs een van de kleinste automatenhallen in heel Nederland.
Van Riessen was destijds Hoofd Justitiele Bedrijfsvoering inzake bestrijding van criminele invloeden in de speelautomatenbranche. Naar aanleiding van het zogenaamde HIT-rapport van Van Riessen, publiceerde de Volkskrant op 10 december 1994 een groot artikel met als titel: ‘Hit-team meldt witten miljoenen via gokautomaten’.
De ongefundeerde en onjuiste speculaties van Van Riessen stonden eveneens model voor de bevindingen van de commissie Van Traa over de Wallen. Hierin hebben enkele criminologen hun conclusies gebaseerd op informatie van politiemensen als Van Riessen en geen onderzoek gedaan naar de feiten. Dat gebeurde pas later.
Op 30 januari 1998 werden de resultaten van een diepgaand onderzoek naar criminaliteit in Amusementscenters in opdracht van het Ministerie van Justitie naar de Tweede Kamer gezonden. De vrijwel afwezigheid van witwassen was één van de meest opmerkelijke conclusies van dit onderzoek dat onder leiding stond van de criminoloog Prof. dr. F. Bovenkerk. De reden was eenvoudig te verklaren: indien illegale inkomsten via gokautomaten witgewassen zouden worden, moet daar wel erg veel belasting over worden betaald. Daar bestonden andere en veel goedkopere alternatieven voor, volgens de onderzoekers. Een leider van de ‘Projectgroep speelautomaten’ heeft volgens het rapport van de 3000 onderzoeken slechts één signaal van een vermoeden tot witwassen gevonden. Dit vond hij “verwaarloosbaar”. Met uitzondering van het in de branche aanwezige contante geld, bleken de andere theoretisch geopperde criminogene factoren in de praktijk niet te kloppen;

• Manipulatie van gokautomaten wordt voor een groot deel voorkomen door controles van het NMI, de belastingdienst (verplichte registratie van tellerstanden sinds 1996) en KEMA;
• Er is heel weinig concurrentie op de markt doordat de gemeentebesturen het aantal bedrijven kunstmatig beperken. De enige echte concurrent is de overheid (Holland Casino);
• De regelgeving is duidelijk. Bovendien doet de branche zelf aan imagoverbetering en professionalisering, hetgeen leidt tot nog meer controles bijvoorbeeld ten behoeve van het KEMA-certificaat,
• Amusementscenters hebben computersystemen en bewakingscamera’s aangeschaft om verduistering van gelden door hun personeel te voorkomen;
• Er staat veel op het spel. Ondernemingen riskeren het verlies van een hal- of exploitatievergunning niet.

Gelet op deze conclusie zal dit niet een van de rapporten over witwassen zijn waarover wethouder Asscher sprak bij Pauw & Witteman. Indien de wethouder niet bekend is met het rapport ‘Criminaliteit in de branche van Amusementscenters?’ zou hij eens contact kunnen opnemen met het Ministerie van Justitie in wiens opdracht het onderzoek destijds is verricht.

20 februari 2009

Fred Teeven en Thomas van der Bijl (4)

Teevenfred_3Thomasvdbijl_3 Volgens het Openbaar Ministerie bestaan er geluidsopnamen van de verhoren van Thomas van der Bijl op 18 januari 2005, 26 januari 2005, 14 maart 2005 en 12 februari 2006. Merkwaardig dat dit pas recent bekend is gemaakt. Ten behoeve van een luistersessie op 28 januari 2009 is er een ‘hernieuwde uitwerking’ gemaakt van twee verhoren waarbij ook Fred Teeven aanwezig was; die van 26 januari 2005 en 14 maart 2005. Teeven blijkt zich veel nadrukkelijker met de verhoren van Van der Bijl te hebben bemoeid dan de verbalisanten in hun processen-verbaal hadden opgeschreven. Alle reden dus om deze nieuwe weergave eens kritisch te lezen.

‘Dan moet je het even in kilootjes wegbrengen’
Als Teeven op 26 januari 2005 deelneemt aan het verhoor, wordt volgens de nieuwe uitwerking eerst over een oude zaak gesproken waar Van der Bijl bij betrokken was. Hoewel deze zaak niet met naam wordt genoemd ligt het voor de hand dat dit het Citypeak onderzoek betreft dat onder leiding stond van Teeven. Van der Bijl is toen veroordeeld. Wat over Citypeak is besproken wordt helaas niet weergegeven. Vervolgens wordt Van der Bijl bevraagd over actuelere zaken. Thomas wil dat Willem Holleeder financieel kapot gemaakt wordt want hij zou zoveel hebben, op naam van zijn broertje en op naam van zijn zus.
Van der Bijl zegt ook tijdens het verhoor alles te weten van de handel in softdrugs. Volgens hem kun je die tegenwoordig het beste zelf binnen halen en verkopen. Teeven weet er alles van. Beiden wisselen dan wat kennis uit:
Teeven: ‘Volgens mij kun je wat verdienen als je naar Scandinavische landen exporteert.’
v.d Bijl: 'Ja, maar dan moet je via…'
Teeven: 'Dan moet je het even in kilootjes wegbrengen, dan valt er wat te verdienen.'
v.d. Bijl: 'Ja. Ja. Deze week kun je snel verdienen…'


‘Hoe heet ie nou?’
Dan komt het gesprek weer op Holleeder. Wat Willem zijn zwakke plek is, vraagt Teeven. ‘Je moet hem financieel aanpakken’, benadrukt Thomas die kennelijk als een soort adviseur optreedt. ‘Als je aan zijn centen komt, dan pak je hem. Dat is zijn broertje, de Molensteeg dat is ‘de boekhouder’, die hebben alles op hun naam staan.’ Teeven wordt nieuwsgierig: ‘Jij zegt zijn boekhouder? Van die gokhal?’ Thomas kan niet op de naam komen: ‘Ja, die ene jongen. Hoe heet ie nou?’
‘Die Schipper?’ probeert Teeven. Nee die is het niet, het is tenslotte alweer zo lang geleden dat Thomas zelf op de Wallen werkte. ‘Marcel, Marcel Kaatee?’ vraagt Teeven dan. ‘Ja, Marcel Kaatee ja’, zegt Thomas na de voorzet van Teeven.

Bibob-advies
In het oorspronkelijke proces-verbaal van het verhoor van Van der Bijl werd uit de mond van Thomas 'op ambtseed/belofte’ door de verbalisanten opgetekend: ‘Marcel Kaatee weet van al zijn zaken af ‘. Deze veronderstelde uitspraak van Van der Bijl werd vervolgens overgenomen in het Bibob-advies om mijn bedrijven geen vergunningen meer te verlenen. Burgemeester Cohen schreef op 25 januari 2008 in een aangetekende brief aan mijn speelhallen:
‘Tevens blijkt uit informatie van de politie Amsterdam-Amstelland dat de heer A. van de Bijl in het kader van het Kolbak-onderzoek heeft verklaard dat de heer Kaatee alles van de zaken van de heer Holleeder weet.’
Maar uit de geluidsopname die nu van het verhoor is opgedoken blijkt dat in werkelijkheid is gezegd:
Teeven: ‘Maar die Marcel die weet wel hoe het zit?’
v.d. Bijl: ‘Nee, niet criminele, dat weet ie niet’

Volgens Van der Bijl weet ik niets van criminele activiteiten van Willem Holleeder. Dat is nogal een verschil met wat de Nationale Recherche 'op ambtseed/belofte’ had geverbaliseerd!

De boekhouder
Ook de nieuwe tekst van 14 maart 2005 die met behulp van de opnamen is gemaakt blijkt weer geen woordelijke uitwerking van het verhoor te zijn. Daar waar het interessant wordt, verdwijnen ineens de vragen en wordt er globaal samengevat zoals: Ook wordt gesproken over de bezittingen van Willem en over Kaatee. Meer niet, alsof dit geen relevant onderwerp is. De wijze waarop, de vraagstelling en de inhoud van hetgeen is besproken wordt niet duidelijk in het verslag. Waarom niet? Het lijkt me juist goed om te weten waar Van der Bijl zijn kennis vandaan heeft. Als waarheidsvinding voorop staat moet je toch in het verslag kunnen zien dat er op zijn minst pogingen zijn gedaan om achter Van der Bijl’s bron van wetenschap te komen. Willem heeft volgens Thomas bezittingen, welke zijn dat dan? ‘Kijk die Neus is heel slim, die heb allerlei stichtingen en dit en dat’, vertelde Van der Bijl eerder. Op welke stichtingen doelt hij dan? Er wordt gewoon niet doorgevraagd. En wat zegt Van der Bijl precies over mij? De kennis van Van der Bijl over mij kan alleen betrekking hebben op de periode dat hij en zijn familie schoonmaakwerk verrichtten op de Wallen. Vanzelfsprekend ben ik voor Thomas de boekhouder. In oktober 1997 verklaarde hij tijdens het Citypeak onderzoek nog over mij: ‘Die werkte op de Molensteeg als boekhouder’. Ik heb hem daarna nooit meer gesproken of gezien. Van der Bijl is de oorspronkelijke bron van de beeldvorming die in politiekringen is ontstaan van Kaatee als ‘de boekhouder’. Een aanduiding die ook door de CIE is gebruikt in de Endstra-tapes.

9 februari 2009

De herfinanciering (2)

Nog geen maand na de liquidatie van vastgoedhandelaar Willem Endstra op 17 mei 2004 worden Jan Dirk Paarlberg en Ad van T. als verdachten aangehouden en aan een kruisverhoor onderworpen door de politie. Op het hoofdbureau aan de Elandsgracht worden zij geconfronteerd met een 7-tal financiële rechercheurs, die in wisselende samenstelling opereren. Het is een thuiswedstrijd voor de verbalisanten. Tijdens het eerste verhoor op 9 juni 2004 verklaart Van T. hoe Endstra hem vertelde over zijn angst voor Mieremet. Dit was in de periode van de krantenartikelen. Endstra was bang de vorderingen van Mieremet niet terug te kunnen betalen. De politie zag het anders: Endstra was niet door Mieremet afgeperst maar door anderen in samenwerking met Paarlberg en Van T. Dit bracht Van T. ertoe om aan het slot van zijn tweede verhoor een soort statement af te leggen:
‘Ik ben mij niet bewust van het feit dat er in de relatie tussen Jan Dirk en Wim sprake zou zijn van afpersing. In dat kader heb ik zelf ook uitsluitend meegewerkt en geadviseerd over voor mij normale transacties tussen betrokken personen. Zelf heb ik nooit enige bedreiging geuit richting Wim of is mij bekend dat Jan Dirk dat gedaan zou hebben. In die zin ontken ik dan ook iedere betrokkenheid bij afpersing of medeplichtigheid daaraan. Ik heb ook nooit het gevoel gehad dat Wim jegens mij het idee zou hebben dat hij afgeperst zou worden.’

Sturing
Doordat in processen-verbaal van een verhoor de suggestieve vragen meestal worden weggelaten door verbalisanten, lijkt het alsof een verdachte spontaan uit zichzelf vertelt. Zo blijft sturing in de vraagstelling verborgen, zoals op 10 juni 2004 als Van T. voor het eerst wordt gehoord over de Wilbury-leningen. Volgens het proces-verbaal zegt hij dan ineens: ‘Door deze transacties heb ik voor mijzelf nooit het idee gehad dat ik betrokken zou zijn bij afpersing van Wim Endstra’. Hieruit kan worden opgemaakt dat de verbalisanten de Wilbury-leningen tegenover Van T. als afpersing hebben gekwalificeerd.

De gebroeders Grifhorst en Charles Geerts
Zaterdag 12 juni 2004 wordt Van T. opnieuw verhoord. Het onderwerp Wilbury komt dan weer ter sprake. ‘Wanneer heeft u Wilbury opgericht voor de heer Paarlberg?’ vragen de verbalisanten aan Van T. hiermee suggererend alsof hijzelf Wilbury zou hebben opgericht. ‘Dat zal zijn gebeurd eind 2002, begin 2003 op verzoek van de heer Paarlberg’, antwoordt Van T. In werkelijkheid had hij Wilbury helemaal niet opgericht. Pas bij de Haarlemse rechter-commissaris in 2007 beseft Van T. dat hij in de sluwe vraagstelling van de verbalisanten is getrapt.
Dezelfde rechercheurs vertelden aan Van T. dat de panden op de Amsterdamse Wallen waarvoor Wilbury de financieringen had verstrekt, afkomstig waren van ‘personen als de gebroeders Grifhorst en Charles Geerts’. Onbegrijpelijk dat Paarlberg panden van dergelijke mensen als onderpand accepteerde, vonden de verbalisanten. Van T. schrok ervan: ‘Ik wist zelf niet van wie de panden geweest zijn, tot u mij dat nu vertelt. Kaatee heeft mij na deze transactie wel eens verteld dat in die panden gokautomaten werden geëxploiteerd.’ Of Van T. nog andere zaken deed met Kaatee. ‘Nee’, antwoordde Van T. ‘Ik zag hem alleen voor de kwartaalnota’s en hij heeft mij eens benaderd voor het bankrekeningnummer van Wilbury. Ik ken geen relaties van Kaatee.’

Paard van Troje’
Na 3 dagen hechtenis wordt Van T. vrijgelaten. Als de vermeende criminele organisatie van Willem Holleeder op 30 januari 2006 wordt gearresteerd, is Van T. ook de klos. Hij wordt opnieuw 3 dagen verhoord door verbalisanten die hem in juni 2004 ook al hadden ondervraagd. Ze willen nu alles weten over de contacten die Van T. met mij heeft gehad. Hoe ging dat allemaal precies in zijn werk? Op 1 februari 2006 verklaart Van T. hierover het volgende:

V: En in uw gesprekken met hem (Kaatee), kwam dat wel tot een gesprek? Joh neem even een bak koffie of…
A: Nou wat ik al zei, hij heeft wel…. Inderdaad. D’r is wel eens een bak koffie bij te pas gekomen. (…) Maar wij hebben nooit concreet informatie uitgewisseld of dingen besproken die betrekking hadden op de financiële transacties tussen Paarlberg en Endstra.

Hoe Van T. nu over mij denkt vlak na mijn arrestatie, vragen de verbalisanten. Van T. heeft inderdaad een ander beeld van mij door de informatie die hij naar eigen zeggen van de politie had gekregen:

A: Nou in juni 2004 tijdens de verhoren is mij aangetoond dat deze vennootschappen waar Kaatee directeur is, dat die eerder op naam hebben gestaan van andere, mij niet bekende, maar voor zover ik van de kant van de politie toen begrepen heb, niet goed bekend staande personen.

V: Ja.
A: Dus ja dat zou betekenen... Voorts ben ik er toen natuurlijk in de loop der tijd ook achter gekomen dat die panden liggen op de Wallen en dat daar gokactiviteiten plaatsvinden. Voor zover ik toen wist wel legale gokactiviteiten.

V: Ja, ja.
A: Dus ja, dat plaatst natuurlijk die vennootschappen en de positie van Kaatee wel in een ander beeld. En ja, de positie die hij eerst had als boodschappenjongen, daar heb ik nooit moeite mee gehad en was verder ook altijd normaal aardig contact. Maar sinds die tijd, of eigenlijk sinds begin 2004, heb ik hem nooit meer gezien of gesproken.

V: Maar als ik nu even naar de media refereer?
A: Ja.

V: Waarin aangegeven wordt dat het een stroman is van Holleeder, laten we hem maar noemen…
A: Ja, ja.

V: Hoe kijkt u daar nu achteraf hé, het is wel heel duidelijk achteraf, hoe kijkt u daar nou tegenaan? Als u dat al die gebeurtenissen van dat bezoek van Marcel Kaatee nog een keer terughaalt? Hoe kijkt u d’r dan tegenaan? Het Paard van Troje?
A: Ja, dat vind ik wel een aardige kwalificatie. Dat als hij dus inderdaad een stroman is van Holleeder en op basis van die positie dus allerlei informatie kreeg van Endstra, dan zou je hem ook kunnen zien als oppasser van Endstra…

Uit Van T.'s reactie op de vraag of hij mij als ‘Het Paard van Troje’ ziet, blijken alle suggestieve boodschappen van de verbalisanten succesvol bij hem te zijn overgekomen.

Afpersing
Op 2 februari 2006 gaat de ondervraging van Van T. verder. Als zijn agenda van 2003 ter sprake komt, vertellen de rechercheurs aan Van T. dat Wilbury betrokken is bij afpersing: ‘Voor zover wij het interpreteren heeft u kennelijk dit jaar (2003) intensieve betrokkenheid bij Wilbury, Bergheim en Ballados. Allemaal vennootschappen die bij de afpersing betrokken zijn.’ De voortdurende beïnvloeding van Van T. is effectief want hij ontkent deze indirecte beschuldiging aan zijn adres niet eens meer. Toch kan hij zich maar moeilijk voorstellen dat er iets fout was aan die herfinanciering zoals hem telkens wordt voorgehouden door de politie. Hij had het begin 2003 echt anders beleefd.

Voordeel?
Direct nadat Van T. mij belde dat hij de financiering voor elkaar had, stuurde hij op 11 februari 2003 zijn factuur voor het regelen van deze financiering: € 40.000,- exclusief btw. Een dag later stuurde Endstra zijn aflossingsnota’s naar de notaris van de door mij af te lossen leningen. Dat Endstra zo snel en zo goed was geïnformeerd over de herfinanciering was niet zo vreemd want hij was immers de initiatiefnemer. De notariële akten zouden pas op 24 februari 2003 passeren en aangezien de notaris onderzoeksplicht heeft, mocht ik erop vertrouwen dat het een bonafide financiering betrof. Niks afpersing, niks witwassen.
Het Openbaar Ministerie beweerde tijdens het requisitoir in eerste aanleg ook nog dat ik voordeel zou hebben genoten bij de herfinanciering. Behalve de 40.000 euro die ik aan Van T. kwijt was, moest ik de aflossingen en rente aan Wilbury vooruit betalen i.p.v. achteraf zoals bij Endstra het geval was. Welk voordeel de Officieren van Justitie Plooij en De Vries hierin hebben gezien is mij nooit duidelijk geworden.

31 januari 2009

De herfinanciering (1)

Vlak voor zijn vakantie naar Thailand in december 2002, vroeg Wim Endstra aan mij of ik een andere financier kon zoeken voor de leningen die ik enkele maanden eerder bij hem had afgesloten met als onderpand de speelhallen en panden in de rosse buurt van Amsterdam. Endstra wilde af van de kadastrale registratie van zijn bedrijf als financieel belanghebbende op de Wallen. Bovendien zat hij volgens eigen zeggen middenin financiële afwikkelingen met zakenpartners als Klaas Hummel. In dat kader had hij dringend behoefte aan liquiditeit. Begin januari 2003 nam ik zelf telefonisch contact op met mijn huisbankier, de Rabobank. Op 9 januari 2003 heb ik de Rabobank mijn financieringsverzoek persoonlijk toegelicht aan de hand van allerlei stukken.

Ad van T.
Nadat hij terug was van zijn vakantie uit het verre oosten had Endstra mij geïntroduceerd bij een bedrijf van financieel adviseur Ad van T., die ik in 2000 al eens had ontmoet toen hij nog fiscalist was bij het accountantskantoor Paardekoper Hoffman. Volgens Endstra beschikte Van T. via de heer Paarlberg over goede connecties bij buitenlandse banken. Bij Nederlandse banken achtte Endstra de kans van slagen klein omdat zijn naam immers besmet was geraakt. Na een onderhoud met de heer Van T. bevestigde deze op 6 januari 2003 in een brief de volgende diensten aan mij te zullen verlenen, ‘in het kader van de herfinanciering van de vennootschappen’:
- advisering financieringsstructuur
- bemiddeling
- beoordeling concepten
- contacten notaris etc.
- correspondentie met financiële instelling
De totale financiering zou 4 miljoen euro bedragen en ‘bij het succesvol tot stand komen van de financiering’ zou ik € 40.000,- (excl. BTW) aan Van T. verschuldigd zijn ofwel 1% van het te financieren bedrag. Dit was op zich geen ongebruikelijke regeling voor hypotheekadviseurs.

Wilbury Limited
In dezelfde periode zijn door mijn accountant en fiscalist ook nog enkele Nederlandse banken benaderd om de door Endstra aan mij verstrekte leningen over te nemen. Deze weigerden echter te financieren vanwege de buurt waarin de bedrijven gevestigd waren. Uiteindelijk bevestigde Van T. omstreeks 10 februari 2003 telefonisch dat een buitenlandse financiële instelling bereid was de financiering van de bedrijven van de heer Endstra over te nemen. De reactie van de Rabobank is toen op uitdrukkelijk verzoek van Endstra niet meer afgewacht, mede vanwege de vergoeding die Van T. had bedongen als het hem zou lukken. Endstra dacht op grond van zijn eigen ervaringen met de Rabobank dat deze mijn verzoek zou gaan afwijzen. Kort nadat de notariële akten met betrekking tot de herfinanciering werden ondertekend kwam er inderdaad een afwijzing van de Rabobank. ‘Zie je nou wel’ zei Endstra toen ik hem de afwijzingsbrief van de Rabobank liet lezen. Tot zover weinig aan de hand zou je zeggen, behalve dat de beloofde buitenlandse bank een private financieringsmaatschappij genaamd Wilbury Limited bleek te zijn. Ook in het buitenland was de naam Endstra kennelijk slecht in het nieuws geweest. Alles was niettemin keurig geregeld via de notaris, alleen moest ik nu de rente en aflossingen vooruit betalen in plaats van achteraf.
In augustus 2005 had het Parool al een voorschot genomen op mijn arrestatie van 30 januari 2006 door ernstige beschuldigingen te publiceren aan mijn adres en aan het adres van een ‘schimmig maatschappijtje’ genaamd Wilbury. Het Parool oordeelde in het artikel dat het bij deze herfinanciering moest gaan om witwassen of afpersing van Endstra. Zij baseerde zich op bronnen bij de Amsterdamse politie.
Twee dagen nadat ik was gearresteerd werd de heer Van T. op 1 februari 2006 door de Financieel Economische Recherche uitvoerig aan de tand gevoeld over de herfinanciering door Wilbury. Het verhorende recherche-team zette deze, net als het Parool, in een kwaad daglicht en probeerde Van T. ervan te overtuigen dat hij zou hebben meegewerkt aan dubieuze zaken.

‘Bijna heel Amsterdam weet het’
V: Kende u de relatie tussen Marcel Kaatee en Willem Holleeder?
A: Nee.

V: Kort en bondig.
A: Ja.

V: Heeft u wel eens contacten gehad met Willem Holleeder?
A: Nee

V: (…) Ja, wat dan opvalt, hè? Ik bedoel Paarlberg investeert in panden op de Wallen die gelieerd zijn aan Endstra. Dat kan iedereen uit de officiële stukken halen, uit het Kadaster. En Paarlberg geeft aan, ik ga ontvlechten maar nu gaat hij investeren in panden en ondernemingen op de Amsterdamse Wallen, waarvan gezegd wordt dat het panden en ondernemingen zijn die van Holleeder zijn. Ja, ontvlechten met Endstra doe je toch om imagoschade te voorkomen? Is deze actie van Paarlberg dan niet vreemd? (…)
A: Dus in dat kader vond ik het ook wel vreemd dat hij een financiering overnam van Endstra, hé, omdat ie met de ontvlechting bezig was. Aan de andere kant kan ik me ook voorstellen dat juist in het kader van de ontvlechting, nodig was dat blijkbaar Endstra nog beschikking zou krijgen over een stuk liquiditeit. Terwijl op zich het overnemen van zo’n financiering er niet toe leidde dat er een rechtstreekse link zou zijn tussen, tussen Paarlberg en Endstra. De ene ging er uit en de ander kwam erin. Het was geen samenwerking meer op dat moment, dus in dat kader was het ook niet tegengesteld aan de ontvlechting. En dat er überhaupt een relatie stond tussen die panden, die vennootschappen en Holleeder dat is mij nooit bekend geweest.

V: Nee dat was u niet bekend, maar als je in Amsterdam over die buurt loopt, dan is het bijna een publiek geheim dat die panden van Holleeder zijn. Bijna heel Amsterdam weet het, iedereen… Roept het, laten we het zo zeggen. Ja dat zeg ik verkeerd, roept het. En Paarlberg gaat investeren in die panden.
A: Ja, nogmaals dat was kennis die ik op dat moment niet had. Ik heb ook nooit…

V: Nee, nee maar ik heb het niet over u hoor. Ik…
A: Nee maar, als je dat constateert…

V: Ik neem aan als investeerder, als Paarlberg weet waar die in investeert hè?
A: Dat neem ik aan van wel.

V: Dat mag ik wel aannemen hè?
A: Ja. Ja.

V: En Paarlberg is in Amsterdam geen vreemde.
A: Nee

V: Dus dan vraag ik gewoon aan u zonder u daarbij te betrekken van is het niet vreemd dat Paarlberg deze beweging maakt?
A: Ja dat zult u hem moeten vragen

V: Ja, nee, dat snap ik…
A: Ik kan hooguit zeggen met de kennis van nu, lijkt mij dat ook vreemd, ja. Maar u zult hem daarvan de reden moeten vragen.

V: Ja, nee dat is duidelijk. Maar het is een gedachte die bij ons opkomt en ze roepen altijd ja de politie heeft de meest gekke gedachte, dus dat proberen wij altijd maar te toetsen, aan echte mensen die er verstand van hebben.

De rechercheurs hebben de heer Van T. voorgehouden dat het een publiek geheim is dat die panden van Holleeder zijn. Met deze “kennis” ging de heer Van T. de handelswijze van de heer Paarlberg natuurlijk ook vreemd vinden. Een schoolvoorbeeld van sturing door verbalisanten, een opvallend veel voorkomend verschijnsel in het Kolbak-onderzoek.

De politie heeft de meest gekke gedachte’
Met een dergelijke wijze van verhoren is tijdens het onderzoek voortdurend getracht de herfinanciering verdacht te maken. Dit gebeurde ook bij andere getuigen zoals Bram Zeegers en Endstra’s financiële man Joop van der H. die beiden geheel niet van het bestaan van Wilbury op de hoogte waren. Desondanks werden zij respectievelijk door de officieren Teeven en Plooij en door verbalisanten gevoerd met selectieve informatie over Wilbury. Terwijl deze getuigen geen enkele wetenschap hadden werd hen toch om een reactie gevraagd. ‘Onlogische constructie’, vond Zeegers. ‘Nee, ik snap ook niet waarom zo een rondje heeft moeten lopen' zei Van der H. toen de verbalisanten hem voor de 5e keer uitlegden hoe de herfinanciering volgens hen in elkaar zat. De rechercheurs zeiden het al tegen Van T. zoals we hiervoor hebben gezien: ‘ze roepen altijd ja de politie heeft de meest gekke gedachte, dus dat proberen wij altijd maar te toetsen aan echte mensen die er verstand van hebben’.

Geen verdachte meer
Wat heeft Endstra eigenlijk zelf over Wilbury gezegd tijdens al die achterbankgesprekken? Hoe vaak heeft hij Wilbury überhaupt genoemd? Geen enkele keer! Door deze simpele vraag te stellen blijkt opeens hoezeer men was afgedwaald van de waarheid. Het feit dat Ad van T., die de gehele Wilbury constructie heeft opgezet, sinds kort geen verdachte meer is van strafbare feiten rond deze herfinanciering, doet vermoeden dat het nu eindelijk de goede kant op gaat met het onderzoek.

30 december 2008

De criminele inlichtingen eenheid

Img_inpijnEen Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE), voorheen criminele inlichtingen dienst (CID) genoemd, is in Nederland te vinden bij elk regionaal politiekorps maar ook bij de Dienst nationale recherche, de Koninklijke Marechaussee, de rijksrecherche en de FIOD-ECD.
De taak van de CIE is het verzamelen, registreren en analyseren van informatie over strafbare feiten en verdachten. Als enige politieonderdeel mogen zij daarbij gebruikmaken van informanten, die anoniem informatie aan de politie verstrekken. Informatie van de CIE heeft in het strafproces geen bewijskracht maar kan wel bijdragen aan een verdenking op grond waarvan een opsporingsonderzoek gestart mag worden. De werkzaamheden van de CIE zijn aan strikte regels gebonden, onder andere vastgelegd in de Wet Politieregisters en de CIE-regeling. (Bron: Wikipedia)

‘Het moet oorlog zijn’
De CIE wordt ook wel aangeduid als de ‘sectie stiekem’. De werkwijze van deze bijzondere afdeling van de politie en de manier waarop haar medewerkers gesprekken voeren met informanten kwam door de publicatie van de Endstra-tapes in de openbaarheid.
Tijdens de achterbankgesprekken met Willem Endstra staken de CIE-rechercheurs niet onder stoelen of banken dat ze mijn 2 speelhallen graag wilden sluiten, omdat deze eigenlijk van Holleeder zouden zijn. Het initiatief in onderstaande conversaties lag duidelijk bij de CIE.

CIE: “en eh… die, die boekhouder, zeg maar, van de Molensteeg.”
Endstra: “Ja.”
CIE: “Heeft die wapens?”
Endstra: “Nee. Nee daar kun je echt eh… honderd keer binnenvallen. Dat doet ie niet. Hij is eh… absoluut niet. Daar is ie eh… heel voorzichtig mee.”
CIE: “Ja. Want ik zou daar graag dat ding willen sluiten.”
(…)
CIE: “Wat voor vergunningen zitten er op dat ding? Alleen van die gokkasten?”
Endstra: “Ja, gokkasten en eh…”
CIE: “Daar heeft ie een vergunning voor of niet?”
Endstra: “Ja. Hij is ook lid van de eh… VAN, een nette eh… zogenaamd nette eh…”
CIE: “Dus we kunnen die gokkasten afpakken gewoon.”
Endstra: “Ja, als eh… als je iets naar mij linkt dan krijg ik eh…"
CIE: “Nee niks van u.”
Endstra: “Kijk, die gokkasten wordt ie alleen maar pissig, maar ik heb liever dat je hem…”
CIE: “Ja, nee overal moeten we hem pakken! Het moet oorlog zijn. Overal pakken we hem mee. Als we hem ergens mee kunnen pakken, dan doen we het.”

‘We komen vanavond effe naar die tent toe’
Op 27 augustus 2003 werd het onderwerp ‘gokhallen sluiten’ voor de zoveelste keer aangesneden door de CIE.

CIE: “Dat hok van hem, hoe kunnen we daarbij komen?”
Endstra: “Die auto?”
CIE: “Nee, dat hok van hem. Dat gokhok.”
Endstra: “Oh, dat eh…”
CIE: “Hoe kunnen we daarbij komen? Kunnen we ergens, ergens, iets, iets, vinden in de papieren dat wij…?”
Endstra: “Jullie hebben hem er ooit wel eens van verdacht, he. Want ik heb eens gelezen ergens.”
CIE: “Wat?”
Endstra: “Dat die hallen van hem waren.”
CIE: “Ja, we weten dat die van hem zijn, maar we moeten ergens iets vinden.”
(…)
CIE: “Als we die Kaatee pakken, gaat ie dan zeggen van eh…”
Endstra: “Nou hij is een keertje half ontvoerd, die Kaatee. Toen heeft ie ook niks gezegd. Weet je.”
CIE: “Ja, ja, ja.”
Endstra: “Ik denk niet dat hij bijvoorbeeld zegt: het is van Holleeder. Want dan weet ie wel hoe laat het is.”
CIE: “En wat gebeurt er als we gaan bellen en zeggen: We komen vanavond effe naar die tent toe. Komt Holleeder dan ook?”
Endstra: “Eh…”
CIE: “… politie belt, maar stel nou er wordt gebeld. Er belt een Turk en zegt: Die tent is van mij. Die kom ik vanavond innemen. Wat gebeurt er dan?”

Brigadier Inpijn
Mogelijk uit angst voor de gevolgen van zo’n actie stuurde de CIE uiteindelijk geen Turk langs om mij te bedreigen. Er was een nieuw plan bedacht.
Op 28 juni 2004 om 10.30u, ruim een maand na de liquidatie van Endstra, liepen twee mannen de speelhal in de Molensteeg binnen. Een oudere heer met een snor en een colbertjasje en een jongere donkerblonde man met een lichtblauw overhemd. De oudere man voerde het woord. Ze waren van de politie en wilden mij even alleen spreken, zonder dat daar getuigen bij waren.
Ik ging ervan uit dat deze agenten in burger met mij wilden praten over Wim Endstra. Ik had immers 6 jaar lang voor het Endstra concern gewerkt. Waarschijnlijk hadden ze vragen over die periode. Aangekomen op kantoor ging de oudere man recht tegenover mij zitten. Zijn collega zat bij de ingang en frummelde aan iets in zijn borstzak alsof hij op een knopje moest drukken. Ik vroeg snorremans om zijn legitimatie. Hij liet me een pasje zien waarop ik de naam Inpijn las, en de aanduidingen ‘brigadier’ en ‘politie’.
Meneer Inpijn viel meteen met de deur in huis. Een gevaarlijke criminele organisatie zou het op mij hebben gemunt. Hij kwam me speciaal hiervoor waarschuwen. Om welke mensen of organisatie het ging wilde hij niet vertellen. Omdat de politie mij niet zou kunnen beschermen raadde de brigadier mij aan om zelf de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen. Hij benadrukte dit nog enkele keren tijdens het gesprek: 'U moet uzelf goed gaan beveiligen want wij willen niet dat met u hetzelfde gebeurt als meneer Endstra onlangs is overkomen'. Het zag er zeer ernstig voor mij uit. Ik zei tegen de man dat ik zijn verhaal maar moeilijk kon geloven omdat ik geen vijanden had en niet in criminele kringen verkeerde. Hij antwoordde: 'U misschien niet maar uw baas loopt in zeven sloten tegelijk.' Ik vertelde hem dat ik sinds september 2002 eigen baas was. Inpijn moest zich dus vergissen. Bovendien zou ik bij iedere vorm van bedreiging onmiddellijk aangifte doen bij de politie, zoals ik eerder heb gedaan. De brigadier reageerde hier niet op en bleef mij strak aankijken. Vervolgens stond hij op en zei: ‘Als u dit gesprek meldt aan de politie zullen we ontkennen met u te hebben gesproken.’ Zonder een visitekaartje of een telefoonnummer achter te laten verlieten de heren de speelhal.

‘Collega’s van onze geheime politie!’
Tijdens het gesprek hadden de agenten geen moment de indruk gewekt echt bezorgd te zijn dat mij iets zou overkomen. Ik vond het sowieso een raar verhaal en heb mij dagenlang afgevraagd of het wel echte politiemensen waren. Uitsluitsel hierover kreeg ik bij de doorzoeking van mijn kantoor op 19 juli 2005. Dit vond plaats in opdracht van officier van Justitie te Amsterdam mr. Van IJzendoorn. De als hulpofficier aangestelde man van de Amsterdamse politie vond in een ordner op mijn kantoor foto’s van Inpijn en zijn collega afkomstig van het camerabewakingssysteem. Verbaasd riep hij uit: 'Hee, dit zijn collega’s van onze geheime politie!' De hulpofficier herkende beiden en bevestigde dat de man met de snor inderdaad meneer Inpijn was zoals ik had opgeschreven en vroeg bezorgd: ‘Bewaar je soms ook foto’s van ons als we straks weg zijn?’

Jan van Looijen
Op 1 februari 2007 is CIE coryfee Jan van Looijen in de Kolbak-zaak gehoord bij de rechter-commissaris. Van Looijen verklaarde daar dat hij in 2004 was overgestapt van de CIE Amsterdam naar de Nationale Recherche. Mijn toenmalige raadsman mr. Kuijpers vroeg hem naar het bezoek van de CIE op mijn kantoor op 28 juni 2004. Op deze vragen antwoordde Van Looijen als volgt:

V: Kent u meneer Inpijn?
A: Ik ken er twee.

V: Werkten ze allebei bij de CIE Amsterdam?
A: Ja, het zijn twee broers.

V: Werkten ze daar in dezelfde tijd?
A: Ze zijn allebei in dezelfde tijd begonnen, maar op een andere tijd weg gegaan. De ene met voorletter R, is tot 2005 gebleven. De ander is eerder opgehouden, hij is eind jaren negentig gestopt.

V: Weet u of R. Inpijn Kaatee op enig moment heeft bezocht?
A: Dat zou kunnen. Er zijn zoveel mensen opgezocht door verschillende dienders. Er zijn in Amsterdam ongeveer 40 tot 50 runners. In dit soort zaken worden lijsten gemaakt met honderden personen die worden bezocht.

V: Weet u of Kaatee bezocht is door voornoemde Inpijn over het feit dat hij op een dodenlijst zou staan? Kaatee is op 28 juni 2004 om 10.30u door deze Inpijn bezocht.
A: Dat zou kunnen. Er wordt dan een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Dit is wel na te kijken. Dit is overigens geen CIE taak.

Tijdens de regiezitting in augustus 2008 hadden wij het Hof gevraagd om Van Looijen nogmaals te mogen horen. Het Openbaar Ministerie verzette zich daartegen. Hoewel hij pas sinds 1 april 2006 in functie was, zou CIE officier De Haas alle vragen kunnen beantwoorden die betrekking hadden op de CIE en de achterbankgesprekken vond het O.M. Om deze reden mochten wij Van Looijen niet meer ondervragen, zo oordeelde ook het Hof.

Officier De Haas
Op 17 en 18 december 2008 verscheen CIE officier De Haas als getuige voor het Gerechtshof. De Haas gaf op de gestelde vragen voornamelijk nietszeggende antwoorden zoals ‘dat weet ik niet’ en ‘dat is een vraag voor Van Looijen’. Ook weigerde hij vragen te beantwoorden, verwijzend naar zijn beroepsmatige geheimhouding.
Op 18 december 2008 vroeg mijn advocaat mr. Jahae aan de getuige of er twee broers genaamd Inpijn hadden gewerkt bij de CIE Amsterdam. 'Dat is voor mijn tijd' luidde het ontwijkende antwoord van De Haas. Na enig aandringen wist de CIE officier te vertellen dat op 28 juni 2004 niemand bij de CIE Amsterdam werkte met de naam Inpijn. Hij had dit nagekeken. Van Looijen was niettemin stellig geweest bij de rechter-commissaris: R. Inpijn was tot 2005 bij de CIE Amsterdam gebleven.
De Haas had de verklaring van Van Looijen over Inpijn gelezen maar wat Van Looijen had beweerd klopte volgens hem niet. Getuige De Haas werd toen geconfronteerd met foto’s van meneer Inpijn en zijn collega. De ‘aanloop’ in de speelhal was namelijk keurig vastgelegd met soortgelijke apparatuur en bewakingscamera’s die zich ook op Endstra’s kantoor bevonden. De Haas begon te draaien op zijn stoel en zei: ‘Ik herken geen van beide personen op de foto’s.’
De CIE officier beweerde wel te hebben onderzocht of er een verslaglegging was van een bezoekje aan Kaatee in 2004. Dit bleek niet het geval. Er was ook geen proces-verbaal van de veronderstelde dreiging. Meneer Inpijn had dus gelogen. Mijn raadsman vroeg aan de CIE officier of het waarschuwen van personen als tactisch middel wordt gebruikt om te kijken wat degene die is ‘aangelopen’ gaat doen. De Haas zei dat dit binnen de CIE niet gebruikelijk is.

13 december 2008

Het O.M. en het Parool

Img_monsterverbond_parool
In de vroege ochtend van 19 juli 2005 werden in verband met een gerechtelijk vooronderzoek naar o.a. Willem Holleeder, invallen gedaan bij mij thuis en bij mijn bedrijven op de Wallen. Een enorme hoeveelheid aan administratieve bescheiden werd in beslag genomen. De politie had tijdens de doorzoeking bijzonder veel belangstelling voor de stukken die betrekking hadden op de herfinanciering van Wilbury. Ruim een maand na de invallen publiceerde de Amsterdamse krant Het Parool de artikelen ‘Endstra was grote speler op de Wallen’ en ‘Het monsterverbond op de Wallen’. Uit de inhoud van de tendentieuze berichtgeving bleek dat journalisten van de krant inzage hebben gehad in stukken die de politie vanuit mijn kantoor had meegenomen. Het Openbaar Ministerie vond het blijkbaar opportuun om Het Parool van informatie te voorzien. Zo schreef de krant over een lening van 2,2 miljoen euro van een 'schimmig maatschappijtje op Anguilla', terwijl deze normale lening in geen enkel openbaar register stond vermeld. Deze informatie kwam duidelijk van de op 19 juli 2005 in beslag genomen stukken. De journalisten van Het Parool hadden sowieso een bijzondere positie ten opzichte van hun collega’s bij andere kranten. Medio 2005 hadden zij al inzage gehad in getuigenverklaringen uit het politieonderzoek of beschikten zij hierover. Dit blijkt uit de volgende passage uit het artikel ‘Het monsterverbond op de Wallen’ van zaterdag 27 augustus 2005:
"Uit verklaringen die bij Justitie zijn afgelegd, blijkt dat ten behoeve van die afpersing Marcel Kaatee geregeld door Holleeder naar Endstra’s kantoor aan de Apollolaan werd afgevaardigd om er de boeken te controleren. Kaatee moest dan vaststellen hoeveel Endstra met zijn vastgoed transacties had verdiend, ook transacties waar Holleeder niets mee te maken had. Aan de hand daarvan werd vastgesteld hoeveel Endstra dit keer diende te betalen.”

Verklaringen
Gelet op de publicatiedatum kan met behulp van het strafdossier worden vastgesteld dat de journalisten doelden op de verklaring van Haico Endstra van 21 februari 2005 en de verklaring van Endstra’s financiële man Joop van der Haar van 21 juli 2005.
Haico verklaarde: ‘Ik weet van een incident dat Marcel Kaatee polshoogte moest komen nemen of er een bepaalde transactie was gedaan.’
Van der Haar antwoordde op de vraag van de verbalisanten wat Kaatee ‘vermoedelijk namens Holleeder’ op kantoor wilde zien: ‘Kaatee is een keer langs geweest om de betalingsopdracht op te halen of te bekijken ten behoeve van denk ik Holleeder. Kaatee wist dat er geld moest zijn in verband met die WFC-deal.’
Hieruit haalden de Parooljournalisten hun inspiratie voor de verzonnen veronderstelling dat ik ten behoeve van ‘die afpersing’ regelmatig in opdracht van Willem Holleeder in Endstra’s boeken keek of er nog wat te halen viel. Dit werd zonder enig voorbehoud overgenomen door andere media en als een feit van algemene bekendheid gepresenteerd.

Witwassen of afpersing?
Het Parool heeft goede contacten bij de Amsterdamse politie, die op 27 augustus 2005 haar (tunnel-)visie liet optekenen door de krant. De lening uit Anguilla was naar hun idee helemaal fout:
Het Wallen-project van Endstra/Holleeder/Kaatee maakte prominent deel uit van de onderzoeken in de Endstra-zaak, bevestigt de Amsterdamse politie. Daarbij moet een antwoord worden gegeven op de vraag of het bij die 2,2 miljoen uit Anguilla ging om geld van Holleeder dat moest worden witgewassen, of dat het een zoveelste versluierde betaling van Endstra was om te voorkomen dat hij zou worden geliquideerd…’
Een andere optie was ondenkbaar voor de Amsterdamse politie en Het Parool. De Haarlemse Rechtbank zou ruim twee jaar later oordelen dat er geen enkel bewijs was dat de herfinanciering verband hield met witwassen en/of afpersing.

Rabobank
Vanwege de publicatie van 27 augustus 2005 besloot de Rabobank de relatie met mij en mijn bedrijven te beëindigen. Op 1 december 2005 schrijft Wendy K. van Rabobank Amsterdam en Omstreken in een faxbericht aan Rabobank Nederland in Utrecht het volgende:

Onderwerp: Berichtgeving Kaatee
Beste mevrouw van S.,
Zoals afgesproken stuur ik u bijgaand de (negatieve) signalen in de media over de heer Kaatee per fax toe.
De bijgesloten artikelen zijn afkomstig uit Het Parool van zaterdag 27 augustus 2005. Indien u vragen heeft kunt u contact opnemen met ondergetekende.
Met vriendelijke groet,
Rabobank Nederland en Omstreken
Wendy K.


Het gevolg van de artikelen ‘Endstra was grote speler op de Wallen’ en ‘Het Monsterverbond op de Wallen’ was dat de Rabobank onze jarenlange relatie kwalificeerde als klasse D ofwel ‘onacceptabel’, zo stelde het hoofdkantoor in een e-mail aan het kantoor aan de Nieuwmarkt waar ik bankierde. Dit gold voor alle rekeningen die ik bij de Rabobank had ondergebracht, inclusief die van mijn platenlabel en mijn privérekening.
Direct na mijn arrestatie op 30 januari 2006 werd de beëindiging van de relatie daadwerkelijk in gang gezet. In diverse aangetekende brieven maakte de bank officieel kenbaar dat de Rabobank Groep niet langer geassocieerd wilde worden met mij of met kwesties waarmee ik, terecht of onterecht, in verband werd gebracht.
Later werd ik opnieuw geconfronteerd met de artikelen van 27 augustus 2005. Dit keer in een advies van het Landelijk Bureau Bibob.

24 november 2008

Voorlopige hechtenis

Als het Openbaar Ministerie iemand verdenkt van (betrokkenheid bij) strafbare feiten, kan hij of zij door de politie worden gearresteerd. Na een arrestatie wordt de verdachte voor ten hoogste 3 dagen in voorlopige hechtenis genomen in een politiecel. Indien het Openbaar Ministerie elk contact met de buitenwereld wil uitsluiten legt zij de verdachte allerlei beperkingen op. Dit betekent geen kranten, geen tijdschriften, geen radio, geen televisie, geen post en geen bezoek, behalve van de advocaat. Na 3 dagen verblijf in de politiecel volgt een voorgeleiding voor de rechter-commissaris. Deze beoordeelt op basis van argumenten van het Openbaar Ministerie of er voldoende redenen zijn om de voorlopige hechtenis te laten voortduren.

2 februari 2006
Na mijn arrestatie in de vroege ochtend van 30 januari 2006 bracht ik 3 dagen door op het politiebureau Meer & Vaart in Osdorp. Op 2 februari 2006 werd ik om 07.00u ‘getransporteerd’ naar de vestiging van de Rechtbank Haarlem op Schiphol. Officier van justitie Fred Teeven bezocht mij daar in de cel en zei doodleuk dat ik wat hem betreft vast zou blijven zitten tot de zaak inhoudelijk werd behandeld.
De rechter-commissaris verlengde de voorlopige hechtenis met 14 dagen. Doorslaggevend was dat Haico Endstra iets over mij zou hebben verklaard. Wat dit precies was, werd niet duidelijk gemaakt. Andere overwegingen van de Haarlemse Rechtbank om tot gevangenhouding met alle beperkingen over te gaan werden geformuleerd in juridische taal:
- dat blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte, gelet op zijn verklaring en het ter zake opgemaakte proces-verbaal door de politie;
- dat blijkt van gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid welke de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert;
- dat er sprake is van verdenking van een feit waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld en de rechtsorde door het gepleegde feit ernstig is geschokt.

Huis van Bewaring
Na de beslissing van rechter-commissaris mr. Scherpenhuijsen Rom, ben ik op 2 februari 2006 om ca 17.00u met een busje ‘Justitiele Ondersteuning’ vanaf Schiphol vertrokken naar de rechtbank in Haarlem om andere gedetineerden op te halen die daar een rechtszitting hadden. De reis vervolgde naar Den Haag, Scheveningen, Rotterdam, Krimpen a/d IJssel, Dordrecht met als eindpunt het Huis van Bewaring in Zwolle. Tussendoor werden andere gevangenen opgehaald bij een politiebureau en weggebracht naar een Penitentiaire Inrichting. Toen ik omstreeks 23.00u in Zwolle arriveerde, was het bevroren broodje dat ik onderweg bij een van de tussenstops had meegekregen nog steeds bevroren. Zo koud was het in de bus.
Met een laken en een bruine deken met brandplekken werd ik na de inkomstenprocedure naar een eenpersoonscel geleid. Die was smerig maar gelukkig warmer dan de bus.
Veertien dagen in een cel zonder televisie, radio, krant en geen contact met medegedetineerden was nog te overzien. Na de 14 dagen werd het voorarrest tot mijn verbazing opnieuw verlengd. Nu met 30 dagen, en nog steeds met beperkingen. Daarna volgde wederom verlengingen zelfs tot en met de tweede pro-forma zitting op 18 juli 2006 aan toe. Misselijkmakend waren de leugens en misleidingen waarmee het Openbaar Ministerie de rechtbank ertoe heeft bewogen de voorlopige hechtenis alsmaar te continueren. Deze handelswijze van het Openbaar Ministerie is een normaal verschijnsel begreep ik later van advocaten. Klachtenprocedures tegen officieren van justitie komen zelden voor. Indien magistraten worden beschuldigd van liegen schijnt hun geheugen opeens niet meer goed te functioneren.

Verlenging of schorsing
De rechter toetst periodiek of zij de verdenkingen, de bezwaren en de gronden nog voldoende aanwezig acht om de gevangenhouding van een verdachte voort te zetten. Zo beoordeelt zij een vordering van de officier van justitie voor het verlengen van het voorarrest of een verzoek van de advocaat van de verdachte om de voorlopige hechtenis ‘hangende het onderzoek’ voor bepaalde of onbepaalde tijd te schorsen.

Liegen en misleiden
Het Openbaar Ministerie heeft de Haarlemse rechtbank overgehaald mijn gevangenhouding telkens te verlengen met misleidende en leugenachtige beweringen zoals:
A. Raadkamertoelichting O.M. 14-2-2006: '15 mei 2003 20.00u Bosplan bedreiging (van Endstra) door Kaatee';
B. Raadkamertoelichting O.M. 14-2-2006: 'Endstra moest volgens getuige Van Dongen verantwoording afleggen aan Kaatee';
C. Plooij op 14-2-2006: ‘Kaatee is de financiële spil waar het onderzoek om draait’;
D. Plooij op 14-2-2006: ‘Omdat Kaatee zich beroept op zijn zwijgrecht is onderzoek rondom hem noodzakelijk anders waren we er misschien al uit geweest’;
E. Teeven op 11-4-2006: ‘Kaatee verklaart veel maar hij zegt weinig en als wordt doorgevraagd blijft hij hangen in zijn eigen verhaal’;
F. Teeven op 11-4-2006: ‘Kaatee moet in voorarrest blijven want deze man kan vermogensbestanddelen wegsluizen die nog niet traceerbaar zijn’;
G. Plooij op 11-4-2006: ‘Bedreigde getuigen hebben over Kaatee verklaard’;
H. Teeven op 11-4-2006: ‘Endstra heeft over Kaatee verklaard bij de Rijksrecherche’;
I. Teeven op 11-4-2006 en 11-5-06: ‘Kaatee is de Minister van Financiën van Holleeder’;
J. Teeven op 6-7-2006: ‘Getuige D gaat zeker verklaren over Kaatee’.

Endstra bedreigd?
Ik ben nooit met Endstra in het Amsterdamse bos (bosplan) geweest. Ik heb Endstra nimmer bedreigd. De gedachte alleen al is te zot voor woorden.
De verklaring van getuige Van Dongen, weduwe van de in 2001 geliquideerde Rob Driesen, bleek een zogenaamd proces-verbaal van bevindingen te zijn van een paar creatieve rechercheurs. Hiermee geconfronteerd bij de rechter-commissaris in 2007, ontkende de getuige te hebben gezegd wat haar door de verbalisanten op papier in de mond was gelegd. Toen deze met audio apparatuur opgenomen verklaring in 2007 letterlijk was uitgewerkt, bleek de getuige gelijk te hebben. Zij had helemaal niet verklaard dat ik Endstra had bedreigd en dat Endstra verantwoording aan mij moest afleggen. De vraag is waarom de verbalisanten dit dan toch zo hebben opgeschreven.

Van ‘loopjongen’ tot ‘financiële man’
Officier van justitie Koos Plooij is de eerste magistraat die mij op 14 februari 2006 tegenover de rechtbank van ‘loopjongen’ tot ‘de financiële man van Holleeder’ promoveerde. Ik was volgens hem ‘de financiële spil’ waar het onderzoek om zou draaien. Er werd op dat moment nog onderzoek gedaan in Zwitserland, op de Nederlandse Antillen, de Maagden eilanden enz. en in dat onderzoek zou mijn naam vanzelf opduiken, verzekerde Plooij.

Zwijgrecht
Op advies van mijn toenmalige raadsman mr. Jan-Hein Kuijpers beriep ik mij, na het eerste verhoor van 30 januari 2006, op mijn zwijgrecht. Als ik dat niet had gedaan had ik volgens Plooij misschien al naar huis gekund. Maar toen ik op 24 februari 2006, 9 maart 2006, 23 maart 2006 en 6 april 2006 in het bijzijn van mijn advocaat op alle vragen van de Nationale Recherche uitvoerig antwoord had gegeven, was het weer niet goed. Ik had weliswaar veel verklaard maar weinig gezegd, aldus Teeven. Het was in ieder geval niet wat hij wilde horen.

Minister van Financiën
Teeven’s stelling dat ik vast moest blijven zitten omdat ik als ‘Minister van Financiën’ bedragen kon wegsluizen die nog niet gevonden waren, deed mij denken aan de film ‘Het Proces’. Mr. Kuijpers schreef er het volgende over in zijn pleitnota van 11 mei 2006:
Wordt wel heel erg spookachtig. Nu zou cliënt ook nog gehecht dienen te blijven op grond van omstandigheden die zich helemaal niet voordoen, behalve dan in het hoofd van de officier: KAFKA mijnheer de Voorzitter!’
Niet alleen tijdens de raadkamerzitting van 11 april 2006 had Teeven mij aangeduid als ‘Minister van Financiën van Holleeder’. Bij de eerste pro-forma zitting op 11 mei 2006 herhaalde Teeven dit nog eens voor een volle perstribune.
Op 21 december 2007, vlak na het vonnis van de Haarlemse Rechtbank, beweerde hoofdofficier van het Landelijk Parket mr. Nieuwenhuizen in NOVA dat de kwalificatie ‘Minister van Financiën’ niet van het Openbaar Ministerie afkomstig was. Hij deed dit zonder blikken of blozen, alsof niet Teeven maar de media deze titel voor mij hadden bedacht.

Bedreigde getuigen
Door te suggereren dat anonieme bedreigde getuigen over mij zouden verklaren of verklaard zouden hebben, bracht het Openbaar Ministerie mij in verband met levensdelicten. In navolging hierop stelde Het Parool in een publicatie van 20 februari 2007 dat een anonieme getuige mij zou hebben beschuldigd van moord. Feit is dat geen van de opgevoerde anonieme getuigen een verklaring over mij heeft afgelegd.

Rijksrecherche
Toen het verslag van het gesprek dat Endstra in december 2002 had met de Rijksrecherche eindelijk werd toegevoegd aan het strafdossier, bleek dat Endstra helemaal niet bij de Rijksrecherche over mij had verklaard zoals Teeven beweerde. Opnieuw bleek er een valse verwachting te zijn gewekt bij de rechtbank om de voorlopige hechtenis te verlengen.

Bedreigde getuige D
Getuige D zou goed op de hoogte zijn van de situatie op de Wallen. Dat de bedreigde getuige D over mij zou gaan verklaren stond vast, stelde Teeven op 6 juli 2006 in het gebouw van de rechtbank Haarlem bij een nieuw schorsingsverzoek. Teeven was zo stellig dat het leek alsof de getuige al een verklaring had afgelegd. De verbaasde voorzitter mr. Verpalen vroeg hem daarom: ‘Maar meneer de officier, de getuige moet toch nog gaan verklaren?’ Dat klopte volgens Teeven maar hij kon op dat moment al garanderen dat de bedreigde getuige over mij ging verklaren. In het proces-verbaal van de zitting wordt Teeven als volgt geciteerd: 'De bedreigde getuige D gaat verklaren over Kaatee, dat kan ik de raadsman toezeggen.'
Tijdens de pro-forma zitting van 18 juli 2006 in de bunker kondigde Teeven opnieuw aan dat getuige D over mij zou gaan verklaren. Kennelijk onder de indruk van de stelligheid van de officier besloot de rechtbank het voorarrest niet geheel maar voor slechts een maand te schorsen.
Op 20 juli 2006 legde getuige D uiteindelijk zijn verklaring af bij de rechter-commissaris. Deze wees direct de vordering van het O.M. af om getuige D in mijn zaak te horen. Uit het verhoor met getuige D was namelijk gebleken dat de getuige niet over mij kon verklaren in relatie tot een criminele organisatie. Als het op 28 september 2006 door Teeven en Plooij ondertekende proces-verbaal van het verhoor van 20 juli 2006 wordt toegevoegd aan het dossier, blijkt dat getuige D geen enkele wetenschap had van eigendommen op de Wallen. Het is meteen het einde van Teeven’s betrokkenheid bij het Holleeder-proces. Hij ging in de politiek.

9 oktober 2006
Het heeft veel te lang geduurd voordat de rechtbank Haarlem zich eindelijk verzette tegen de wens van het Openbaar Ministerie om mij in detentie te houden. Op 19 juli 2006 mocht ik het Huis van Bewaring in Zwolle weliswaar tijdelijk verlaten, maar wel onder de voorwaarde dat mijn paspoort bij het Landelijk Parket werd afgegeven. ‘Anders gaat hij naar Suriname om geld weg te sluizen’ had Teeven tegen mijn advocaat gezegd.
Ik werd een korte periode op vrije voeten gesteld omdat ik op 18 juli 2006 in de rechtszaal aannemelijk had gemaakt dat ik de bedrijfsvoering van mijn speelhallen op de Wallen zelf ter hand moest nemen. Omdat er een controle van de interne bedrijfsvoering was aangekondigd door keuringsinstantie KEMA, werd mijn gevangenschap op 19 juli 2006 om 17.00u voor een maand geschorst. Daarna moest ik mij weer melden in het Huis van Bewaring.
Het financiële brein van de bende van Holleeder zit weer vast’ meldde RTL Boulevard ’s avonds nadat ik was teruggekeerd in P.I. Zwolle. Pas op 9 oktober 2006 werd mijn voorlopige hechtenis definitief opgeheven. Een mooi verjaardagscadeau voor mijn vriendin Priscilla, die mij elke week bezocht in het Huis van Bewaring nadat de beperkingen waren opgeheven.

8 november 2008

Fred Teeven en Thomas van der Bijl (3)

Img_rol_politie_in_verhoor_dubieus
Op 26 januari 2005 vertelt Thomas van der Bijl veel als hij wordt gehoord door Fred Teeven en twee brigadiers van de Nationale Recherche. Hij lijkt goed te zijn ingevoerd in het criminele milieu. Uit het verslag van het verhoor blijkt dat de ervaren officier van Justitie Teeven helemaal niet nieuwsgierig is naar de bronnen van wetenschap van Van der Bijl. Ook de rechercheurs niet. Waarom denkt Van der Bijl bijvoorbeeld pas eind 2004 dat Holleeder achter de liquidatie van Van Hout zou zitten en niet vlak erna in januari 2003? Wie zijn de ‘andere mensen’ die Van der Bijl aanduidt als degenen die hem hebben verteld dat Holleeder achter liquidaties zou zitten? Omdat ze niet doorvragen weten Teeven en de rechercheurs blijkbaar op wie Thomas doelt. Zijn dit soms de CIE rechercheurs geweest die betrokken waren bij de achterbankgesprekken met Willem Endstra? Thomas sprak immers met de CIE voordat hij in december 2004 werd gebeld door de Nationale Recherche. Zijn het de mensen van de CIE geweest die hebben gesuggereerd dat ik van alle financiële zaken van Holleeder af zou weten? Thomas kon dat zelf niet beoordelen.


Koekebakkers
Vlak nadat Teeven in 2006 terugtrad als officier van Justitie werd bekend dat de betrouwbaar geachte kroongetuige Peter D. in een grote strafzaak stelde dat de 'crimefighter' in totaal 2.2 miljoen gulden had aangenomen voor o.a. het vrijkopen van een container met cocaïne en het lekken van strafdossiers. Tegenover de rechter had de ex-officier van Justitie een merkwaardige verklaring voor de ernstige beschuldigingen: ‘Iemand moet aan meneer D. hebben gevraagd: ga daar maar eens wat over fantaseren’. De rechercheurs die de kroongetuige hebben verhoord, hadden volgens Teeven hun werk niet goed gedaan. Hij noemde hen ‘koekebakkers’ omdat ze niet hadden doorgevraagd. Zelf lijkt Teeven net zo’n koekebakker want tijdens het verhoor van Van der Bijl vraagt hij Thomas ook niet naar zijn bronnen van wetenschap. Niet uitgesloten kan worden dat Teeven en de rechercheurs wel hebben doorgevraagd maar dat dit uit het proces-verbaal is gehouden. Met behulp van opnamen van het gesprek kan achteraf worden gecontroleerd of het proces-verbaal overeenstemt met wat in werkelijkheid is gezegd. Hiermee zou het Openbaar Ministerie de voor de hand liggende conclusie kunnen weerleggen dat Van der Bijl tijdens zijn gesprekken met de CIE met informatie uit de Endstra tapes is gevoed.

Tactisch
Het verhoor van Van der Bijl op 26 januari 2005 was volgens de rechercheurs bedoeld om hetgeen hij enkele maanden daarvoor anoniem met de CIE had besproken, tactisch vast te leggen. Op welke wijze dit zou gebeuren zeiden ze er niet bij. Misschien hoefde dat ook niet omdat er een recorder zichtbaar op tafel lag. Van der Bijl wilde immers niets op papier. Over een recorder of opnamen is echter niets in het proces-verbaal vermeld.

Heinekengeld
Tegen het einde van het gesprek stelt Teeven dat als Willem (Holleeder) vastzit mensen wel moeten praten. De rechercheurs willen van Van der Bijl weten of dat ook voor hem geldt: ‘Als we vijf of zes mensen hebben die willen verklaren ga jij dan ook een verklaring afleggen?’, hiermee bevestigend dat Van der Bijl op dat moment geen verklaring aan het afleggen is. Thomas ging erover nadenken.
Vlak nadat Teeven het gesprek heeft verlaten vertelt Van der Bijl over het Heinekengeld. Hij had 7 miljoen opgehaald en aan de bouwvakker gegeven nadat hij een deel had omgewisseld bij het Grens Wissel Kantoor. Daarna zijn er panden voor gekocht volgens Van der Bijl, in de niet door hem gecontroleerde en ondertekende verklaring. Het zijn slechts de verbalisanten RN 03 044 en RN 03 49 die op 7 februari 2005 het door henzelf opgestelde proces-verbaal ‘op ambtseed/belofte’ ondertekenen.

16 oktober 2008

Fred Teeven en Thomas van der Bijl (2)

Thomasvdbijl_3 In december 2004 en in januari 2005 komt bij de Criminele Inlichtingen Eenheid informatie binnen dat Thomas van der Bijl in november 2004 in elkaar was geslagen door Willem Holleeder. Van der Bijl zou een pak slaag hebben gehad omdat hij in ‘het milieu’ had rond verteld dat Holleeder achter de liquidatie van Cor van Hout zou zitten. Deze informatie wordt doorgespeeld aan de Nationale Recherche die vervolgens besluit Thomas maar eens te bellen. Tijdens het 2e telefoongesprek bevestigt Van der Bijl inderdaad klappen op zijn achterhoofd te hebben gehad. Waarom wil hij niet vertellen, want dan wisten ze hem te vinden.

Helemaal gek
Volgens het Kolbak-dossier heeft Thomas op 18 januari 2005 ’s ochtends om 9.00u zijn eerste ontmoeting met twee rechercheurs van de Nationale Recherche. Voor iemand die bang is te vertellen waarom hij klappen zou hebben gehad, is Van der Bijl niet bepaald terughoudend in hetgeen hij vertelt over Holleeder. Hij beschuldigt hem van moorden, afpersingen, drugshandel en beweert dat ‘de Neus’ tussen de 50 en 100 miljoen vermogen zou hebben. Van der Bijl adviseert de verbalisanten om ‘de Neus’ financieel aan te pakken, want ‘dan wordt hij helemaal gek’. Dit advies komt precies overeen met wat CIE-chef Jan van Looijen eerder op de achterbank zei tegen Willem Endstra: ‘Als we zijn gokhuizie af kunnen pakken, dan doen we het zeker, want daar wordt ie helemaal gek van.’

CIE
Op 26 januari 2005 (8 dagen later) spreekt Thomas voor de tweede maal met de verbalisanten RN-03-044 en RN-03-049 van de Nationale Recherche. Dit keer is officier van Justitie Fred Teeven erbij. Aan het begin van het verhoor blijkt Van der Bijl een CIE-informant te zijn. Hij deelt het verhorende team mede dat hij zijn verhaal al aan de CIE heeft verteld die hem vervolgens regelmatig opzoekt. De verbalisanten leggen dan uit dat zij niets met anonieme CIE informatie kunnen: ‘Dat is het probleem met de CIE. En wat wij de vorige keer ook al hadden gezegd, wij zijn tactisch, wat wij doen en wat wij horen, daar doen wij verslag van. Alle gesprekken die wij voeren, ook de gesprekken die we met jou voeren, dat moeten wij vastleggen.’ Althans dat lezen we in het proces-verbaal van bevindingen van het verhoor van getuige Van der Bijl.

‘Ik zet niks op papier’.
Van der Bijl zegt niets op papier te willen. Hij wil geen verrader of spion zijn. De daarop volgende openhartigheid, zoals beschreven in het verslag van de verbalisanten, komt dan gek over. ‘Dealmaker’ Fred Teeven bemoeit zich ook met het verhoor. Hij ziet in Van der Bijl blijkbaar een potentiële kroongetuige. Als Van der Bijl hem vraagt naar garanties zegt Teeven dat de verklaring voorlopig in de kluis blijft. Van der Bijl is niet erg overtuigd en benadrukt nogmaals zijn standpunt: ‘Ik zet niks op papier.’ Hij wil alleen een zetje geven om Willem Holleeder te pakken. Volgens Van der Bijl kan dat maar op één manier: ‘Je moet hem (Holleeder) financieel pakken. Zijn broertje, zijn zus, de Molensteeg. Marcel Kaatee weet van al zijn zaken af.

Vreemd
De uitspraak van Van der Bijl mist elke grond en is bovendien vreemd omdat ik Thomas, na zijn arrestatie op 6 oktober 1997 in het Citypeak onderzoek, nooit meer heb gezien of gesproken. Teeven houdt wijselijk zijn mond. Hij kent mijn relatie met Van der Bijl van Citypeak en had natuurlijk naar zijn bron van wetenschap moeten vragen. Waar en wanneer heeft Thomas voor het laatst contact gehad met mij? Waarom denkt Van der Bijl dat ik van alle zaken van Holleeder weet? Wie heeft Thomas dit wijsgemaakt? Wat kan Van der Bijl nog meer vertellen over de relatie tussen Holleeder en mij? Teeven en de verbalisanten willen het allemaal niet weten. Tenminste, als we het proces-verbaal van het verhoor moeten geloven.

Kroongetuige
In 2006 komt Fred Teeven zelf in opspraak als een kroongetuige van Justitie in een strafzaak tegen Mink K. verklaart dat Teeven in de IRT-periode in totaal 2.2 miljoen gulden aan smeergeld heeft aangenomen. 1.2 miljoen om een container met 2.500 kilo cocaïne vrij te krijgen die door de douane in beslag was genomen. 500.000 gulden voor het lekken van strafdossiers en voor Mink K.’s deal met justitie zou Teeven nog eens 500.000 gulden hebben geïncasseerd. Teeven ontkende. De verbalisanten die de kroongetuige hadden ondervraagd kregen de schuld. Volgens Teeven waren het ‘buitengewoon slechte verhoren’ omdat de rechercheurs niet hadden doorgevraagd. ‘De eerste de beste rechercheur die je op zo’n zaak zet, kent de zeven W’s: wie, wat, waar, wanneer, waarom, welke en waarmee’, zo verweerde Teeven zich voor de rechter tegen de ernstige beschuldigingen van de kroongetuige. Hij verweet de verbalisanten die de kroongetuige hadden ondervraagd, wat hijzelf en zijn eigen verbalisanten hadden nagelaten tijdens het verhoor van Van der Bijl toen deze beweerde dat ik op de hoogte zou zijn van alle zaken van Holleeder.

9 oktober 2008

Fred Teeven en Thomas van der Bijl (1)

Teevenfred_3 Nederland noemde hem de belichaming van het begrip ‘crimefighter’. Zijn ex-collega’s vinden hem een pragmaticus, een dossiervreter, iemand die vele wegen bewandelt om bewijs te vergaren. Met boeven vang je boeven moet Fred Teeven hebben gedacht toen hij pionierde met kroongetuigen toen dit nog niet in de wet geregeld was. Hij sloot deals met criminelen die in ruil voor strafvermindering verklaringen aflegden over andere criminelen. De zware jongens stonden in de rij om met Teeven een afspraak te maken, beweerde politiecommissaris John Olierook in het artikel “De Dealmaker; waarheidsvinding volgens Fred Teeven” (VN 18-11-2006). Teeven erkende in het artikel dat het lastig is om mensen te overtuigen ergens aan mee te werken maar voegde daar direct aan toe: ‘ik denk dat ik daar heel goed in ben’.

Historie
Fred Teeven werkte vanaf 1 januari 1980 als rechercheur bij de FIOD. Van 1 september 1991 tot 31 december 1993 was hij teamleider bij de douanerecherche. Daarna werd hij Officier van Justitie in Amsterdam waar hij vooral bekend werd door zijn geheime gesprekken met Mink K.
Van 1994 tot 1998 leidde Teeven het onderzoek ‘Citypeak’ naar een vermeende criminele organisatie die onder leiding zou staan van Rob Grifhorst, Cor van Hout en Willem Holleeder. Gevoed door de media en informatie uit het criminele milieu verkeerde het Openbaar Ministerie in de veronderstelling dat ‘Heineken-ontvoerders’ grote belangen zouden hebben op de Wallen.

IRT-affaire
Als het Citypeak-onderzoek in volle gang is moet Teeven op 9 oktober 1995 verschijnen voor de Parlementaire Enquêtecommissie Van Traa. Deze onderzocht destijds de ontoelaatbare opsporingsmethoden van de politie. Met behulp van zijn contacten bij het Amsterdamse Openbaar Ministerie zorgde Teeven er in 1991 en 1992 voor, dat drie containers met in totaal 30.000 kilo soft drugs niet door de douane zijn gecontroleerd en vervolgens werden getransporteerd ‘in de richting waarvoor het onderzoeksteam belangstelling had’. Van doorgelaten containers in een zogenaamd sigarettentraject wist Teeven geen aantallen te noemen: ‘Nee, het is geen geheugenverlies, absoluut niet. Maar ik weet niet of het er 70 zijn of 40 zijn of 10 zijn. Ik weet het echt niet’ verklaarde hij voor de Parlementaire Enquêtecommissie. Een haperend geheugen is inmiddels een bekend verschijnsel bij overheidsdienaren die geconfronteerd worden met hun eigen onregelmatigheden.

Citypeak
Behalve met Cor van Hout kreeg Fred Teeven in het Citypeak-onderzoek ook te maken met Antonie ‘Thomas’ van der Bijl, die nauw betrokken bleek bij de drugshandel van Van Hout. Van der Bijl en zijn familie verzorgde in die periode ook het schoonmaakwerk bij de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy op de Wallen, toen eigendom van Willem Endstra. Na de arrestatie van Thomas en zijn broer Jopie leek het Endstra beter om de familie Van der Bijl geen schoonmaakwerk meer te laten verrichten bij de speelhallen. Ik heb die boodschap overgebracht en daar was de familie Van der Bijl op zijn zachts gezegd niet blij mee.

Verklaringen
Op 7 oktober 1997, een dag na zijn arrestatie, legde Thomas van der Bijl bij de recherche de volgende verklaring af: 'U vraagt mij of ik weet dat Cor (van Hout) en Willem (Holleeder) het Casa Rosso imperium in bezit hadden. Ik weet daar niets van af. Of ze het samen hadden weet ik niet. Volgens mij was het van Grifhorst. Volgens mij had Willem Holleeder een groot aandeel in het Sexmuseum op de Oudezijds Achterburgwal.'
Over de speelhal in de Molensteeg verklaarde Van der Bijl: 'Daar hebben we altijd voor gewerkt. En daar werken we nog steeds voor. Schoonmaken.'
Over Marcel Kaatee verklaarde Van der Bijl: 'Die werkte op de Molensteeg als boekhouder.'
Op de vraag met wie hij contact had met betrekking tot de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy antwoordde Van der Bijl tijdens een volgend verhoor op 29 oktober 1997 dat hij altijd zaken deed met Marcel Kaatee.

Opnamen
De verklaringen die Thomas van der Bijl aflegde in het Citypeak-onderzoek zijn volgens de processen-verbaal uitgewerkt vanaf audio-tape zodat aantoonbaar kon worden vastgesteld dat de weergave overeen kwam met wat Van der Bijl werkelijk heeft gezegd. Dit in tegenstelling tot de verklaringen die Van der Bijl in 2005 en 2006 heeft afgelegd. In de later opgemaakte processen-verbaal van bevindingen van deze verhoren staat namelijk niets vermeld over opnameapparatuur die zou hebben meegelopen tijdens de gesprekken met Van der Bijl. Onderaan de verklaringen ontbreekt bovendien een bevestiging dat de verklaringen zijn doorgelezen of voorgelezen en gecontroleerd door Van der Bijl en dat hij volhardde in zijn verklaringen. Omdat Van der Bijl zelf niets op papier wilde kan niet worden uitgesloten dat de recherche de gesprekken toch stiekem heeft opgenomen. Misschien zijn er opnamen maar zijn ze om bepaalde reden niet in het proces-verbaal vermeld, bijvoorbeeld omdat niet alle passages volledig zijn uitgewerkt. Bepaalde uitspraken die uit de mond van Van der Bijl zijn opgetekend roepen vraagtekens op. Wat hebben Fred Teeven en Thomas van der Bijl werkelijk tegen elkaar gezegd tijdens het verhoor van 26 januari 2005?

3 juli 2008

Endstra op de Wallen

Ruim een half jaar nadat het eindrapport van de commissie-Van Traa verscheen over de ontoelaatbare opsporingsmethoden van de politie, kon op 11 oktober 1996 vastgoedhandelaar Wim Endstra worden toegevoegd aan de lijst van 16 in het rapport genoemde ondernemers met criminele antecedenten en/of criminele connecties in het Amsterdamse Wallengebied. Omdat Endstra zeer bedreven was in het aanleggen van rookgordijnen, heeft het 9 jaar geduurd voordat de media eindelijk in de gaten kreeg dat hij belangen had op de Wallen. Dit late nieuws was niet zozeer de verdienste van de Amsterdamse krant het Parool, die op 27 augustus 2005 publiceerde over een ‘Monsterverbond op de Wallen’, maar van de politie, die onderzoeksgegevens beschikbaar stelde voor het artikel. Op 19 juli 2005 had zij invallen gedaan bij mij thuis en bij mijn bedrijven en daar talloze verhuisdozen met administratie, correspondentie, personeelsgegevens en computerbestanden in beslag genomen. Vertrouwelijke informatie uit deze bescheiden zag ik een maand later letterlijk terug in het genoemde Paroolartikel. ‘Er zijn door ons geen onderzoeksgegevens gelekt naar de media’, zou Officier van Justitie Koos Plooij later beweren tegenover de rechtbank Haarlem.

Verklaringen
Behalve de media waren ook banken en zakenrelaties niet op de hoogte van Endstra’s bedrijvigheid op de Wallen. Arnold Endstra en Endstra’s secretaresses hadden eveneens geen wetenschap van Endstra’s Wallen-bezittingen. Uit verklaringen van Endstra’s broer Haico en zijn zus Beatrix blijkt dat zelfs zij niet wisten van de belangen in de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy, terwijl zij van februari 1998 tot september 2002 middels hun familie-BV nota bene medeaandeelhouder waren van deze bedrijven. Daarom konden al deze mensen mijn aanwezigheid op Endstra’s kantoor niet plaatsen. Endstra heeft hen nooit verteld dat ik directeur was van zijn speelhallen. Uit de getuigenverhoren bij de Rechter-commissaris blijkt dat mijn rol in relatie tot de heren Endstra en Holleeder op het kantoor aan de Apollolaan op basis van speculaties en dagboekaantekeningen achteraf is ingevuld door familie en personeel:

Puck (secretaresse) verklaarde op 4 december 2006 bij de Rechter-commissaris:
V: Weet u of Kaatee iets te maken had met de relatie tussen Holleeder en Wim Endstra?
A: Nee, dat weet ik niet. In dat verband heb ik nooit iets gezien.

Danielle (secretaresse) verklaarde op 18 december 2006 bij de Rechter-commissaris:
V: Heeft Wim Endstra of iemand anders u wel eens verteld wat Marcel Kaatee op kantoor kwam doen?
A: Nee
V: Weet u of Marcel Kaatee iets te maken had met Holleeder?
A: Dat heb ik zelf nooit gezien, maar alleen achteraf gehoord. Op het moment dat Endstra nog leefde, had ik niet zozeer het idee dat Kaatee iets te maken had met Holleeder. Na de dood van Wim Endstra hoorde ik, dat Kaatee de boekhouding kwam doornemen voor Holleeder, dat hij voor Holleeder de boeken kwam controleren. Ik weet niet meer van wie ik dat heb gehoord.

Arnold Endstra verklaarde op 21 december 2006 bij de Rechter-commissaris:
V: Weet u of Marcel Kaatee en Wim Endstra privé en/of zakelijk een relatie met elkaar hadden? Zo ja, weet u wat voor relatie?
A: Ik weet niet of zij iets zakelijks met elkaar hadden.
V: Weet u of Holleeder en Marcel Kaatee privé en/of zakelijk een relatie met elkaar hadden? Zo ja, hoe weet u dit, en weet u wat voor relatie?
A: Ik weet het wel, maar niet uit eigen ervaring. Ik denk het. Ik heb Holleeder en Kaatee nooit samen gezien.

Beatrix Endstra verklaarde op 23 januari 2007 bij de Rechter-commissaris:
V: Wist u dat die amusementscentra, de Molensteeg, van uw broer waren?
A: Nee
V: Ik houd u voor dat Marcel Kaatee in loondienst was van Endstra. Wist u dat?
A: Nee, dat wist ik niet.

Haico Endstra verklaarde op 5 februari 2007 bij de Rechter-commissaris:
V: Kent u Marcel Kaatee? Zo ja, waarvan?
A: Ja, ik ken hem van kantoor. Het is mij niet bekend of hij voor Wim werkte. Ik heb altijd begrepen dat hij de financiële man van Holleeder was. Kaatee had wel eens besprekingen met Wim. Daar was ik niet bij. Ik weet niet waar die besprekingen over gingen.


Heineken-ontvoerders op de Wallen?
Doordat Endstra zijn overname van de speelhallen in de rosse buurt geheim hield, bleven de oude geruchten over eigendommen van Heineken-ontvoerders op de Wallen in leven. De enigen die uit eigen ervaring en wetenschap kunnen of konden spreken over hetgeen zij al dan niet in eigendom hadden op de Wallen (Rob Grifhorst, Cor van Hout en Willem Holleeder), hebben deze geruchten altijd ontkent.

Rapport van de belastingdienst
Kort na de liquidatie van Endstra heeft een onderzoeksteam van de politie op 17 mei 2004 in Endstra’s kantoor een rapport aangetroffen over het ‘Casa Rosso Imperium’ dat te relateren is ‘aan het al dan niet vermeende bezit van Willem Holleeder op de Wallen in Amsterdam’. Dit rapport bevat tapgesprekken, theorieën en veronderstellingen van de recherche over onder meer Casa Rosso Wallen BV, Speelautomatenhal Molensteeg 1 BV en Buddy Buddy BV en was afkomstig uit het zogenaamde Citypeak-onderzoek. Bij het stuk was tevens een notitie gevonden van een medewerker van de belastingdienst.
Pv_bezit_op_de_wallen






Citypeak
Het omvangrijke Citypeak-onderzoek liep van 1994 tot oktober 1997 en stond onder leiding van Officier van Justitie Fred Teeven. Het onderzoek was opgestart naar aanleiding van CID-informatie dat Heineken-ontvoerders belangen zouden hebben op de Wallen in Amsterdam. Uiteindelijk zijn deze veronderstelde belangen nooit bewezen verklaard en werd alleen Cor van Hout vervolgd voor drugshandel en het leiding geven aan een criminele organisatie.
Het rapport uit Citypeak werd later ingebracht door de belastingdienst in het kader van een omvangrijk boekenonderzoek bij Endstra’s bedrijven in de rosse buurt. Endstra kende het stuk uit zijn hoofd. Hij maakte zich grote zorgen dat bij banken en nette zakenrelaties bekend zou raken dat hij bedrijven had op de Wallen die gerelateerd werden aan de Heineken-ontvoerders. Het laatste was vooral te danken aan de criminologen die werkzaam zijn geweest voor de commissie-Van Traa. Zij hadden in hun rapportage geschreven dat onder de eigenaren van de Wallen zich de voormalige ontvoerders van Heineken bevonden. ‘Alle politiemensen zijn ervan doordrongen dat je daar natuurlijk geen zaken mee moet doen’, aldus ‘politie-expert’ professor Cyrille Fijnout, die het met zijn collega’s kennelijk wetenschappelijk verantwoord vond om deze vermoedens als feiten te presenteren aan de Parlementaire enquêtecommissie.

Openbaar Ministerie
Wat Endstra tegen de C.I.E. vertelde over Holleeder en de speelhallen en over een verdeling van Wallen-belangen door de heren Grifhorst, Holleeder en Van Hout in 1996, is bijna een letterlijke weergave van de veronderstellingen uit het Citypeak-rapport dat bij Endstra was aangetroffen. In haar Repliek van 22 november 2007 achtte het Openbaar Ministerie het desondanks ‘niet aannemelijk’ dat Endstra voor zijn verhalen heeft geput uit de op zijn kantoor aangetroffen stukken. Het Openbaar Ministerie stelde: ‘Al kan niet worden uitgesloten dat Endstra het stuk inhoudelijk kende, wat hij bij de C.I.E. vertelde kon hij allemaal zelf uit eigen ondervinding weten’.

Achterbankgesprekken
Het Openbaar Ministerie had de conclusie dat Endstra de stukken wel degelijk inhoudelijk kende zelf kunnen trekken na het beluisteren van de achterbankgesprekken:

6e gesprek d.d. 5 juni 2003:
J: Hoe kunnen we die (speelhallen) afpakken?
W: Ik heb ooit eens in stukken gelezen, dat dat ooit eens geprobeerd is dat hij (Holleeder) eigenlijk met taps en zo, dat hij dus eigenlijk de leiding al gaf. Ik weet niet of jullie dat kennen?
J: Ja

10e gesprek d.d. 27 augustus 2003:
W: Jullie hebben hem (Holleeder) er ooit wel eens van verdacht, he. Want ik heb eens gelezen ergens
J: Wat?
W: Dat die hallen van hem waren.

W is Wim Endstra, J is C.I.E.-chef Jan van Looijen.

5 juni 2008

Witwassen komt niet voor in amusementscenters

De heer Endstra suggereerde tijdens de achterbankgesprekken met de CIE, dat speelautomatenhallen vaak in handen zijn van boeven vanwege de mogelijkheid om er geld wit te kunnen wassen;
Dat komt omdat er natuurlijk zoveel eh. zwart geld in dat gokken omgaat. En die eh. Ze gooien er zelf zoveel geld in en ze kunnen zo hun geld witten ook natuurlijk, hun zwarte geld. Begrijp je wat ik bedoel? Mensen, als het van jezelf is, Die dingen (speelhallen) zijn natuurlijk toch vaak in handen van boeven.'
Dit beeld leeft bij meer mensen, waaronder politici en journalisten zo heb ik ervaren. In de praktijk komt witwassen echter helemaal niet voor in de branche van de amusementscenters.

HIT Rapport
In het begin van de jaren negentig hebben hooggeplaatste politiechefs waaronder J.C. van Riessen, niet nader onderbouwde uitspraken gedaan die de speelautomatenbranche in een kwaad daglicht stelden. Volgens van Riessen zou uit bevindingen van het zogenaamde Horeca Interventie Team in Amsterdam blijken, dat de speelautomatenhallen Molensteeg en Buddy Buddy samen maar liefst 400 speelautomaten exploiteerden die gebruikt zouden worden voor witwaspraktijken. Ook in Casa Rosso en de Bananenbar zouden speelautomaten staan, stelde het rapport. In werkelijkheid hebben in Casa Rosso en de Bananenbar nooit speelautomaten gestaan en exploiteerden de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy samen in totaal 59 kansspelautomaten. Buddy Buddy is met een vergunning voor 19 automaten zelfs een van de kleinste amusementscenters in heel Nederland! Van Riessen was destijds Hoofd Justitiële Bedrijfsvoering inzake bestrijding van criminele invloeden in de speelautomatenbranche. Naar aanleiding van het zogenaamde HIT-rapport, publiceerde de Volkskrant op 10 december 1994 een groot artikel met als titel: ''Hit-team' meldt witten miljoenen via gokautomaten'. De vermeende link tussen speelautomaten en witwassen werd door journalisten vrij snel als algemeen bekend fenomeen beschouwd. In het boek ‘Witwassen in de praktijk' © 1995 schrijven de Belgische journalisten Ludwig Verduyn en Jean Vanempten dat de Nederlandse overheid eind 1994 een perfect schema had blootgelegd hoe opbrengsten door exploitanten van gokautomaten in Amsterdam werden witgewassen, alsof het om feiten zou gaan.
De ongefundeerde speculaties van Van Riessen staan model voor de bevindingen van de commissie Van Traa over de Wallen. Enkele criminologen hebben toen hun conclusies uitsluitend gebaseerd op informatie van mensen als Van Riessen en geen onderzoek gedaan naar de feiten.

Witwassen in de branche van de amusementscenters?
De gedachte dat speelautomatenhallen worden gebruikt om uit strafbare feiten verkregen voordelen te benutten, is in 1997 in opdracht van het Ministerie van Justitie uitvoerig onderzocht. Aanleiding waren de eerder gememoreerde uitspraken van hoog geplaatste politiechefs in 1993, dat met speelautomaten miljoenen witgewassen zouden worden. De afwezigheid van witwassen in deze branche vond men de meest opmerkelijke conclusie van het onderzoek, dat onder leiding stond van de criminoloog prof. dr. F. Bovenkerk. De reden was eenvoudig te verklaren: indien illegale inkomsten via gokautomaten witgewassen zouden worden, moet daar wel erg veel belasting over worden betaald. Daar bestonden volgens de onderzoekers veel goedkopere alternatieven voor. Van de 3000 onderzoeken is slechts één signaal van een vermoeden tot witwassen gevonden. Dit werd ‘verwaarloosbaar’ geacht. Het onderzoeksteam heeft voor de vooraf in het rapport omschreven veronderstelling dat amusementscenters gebruikt zouden worden om illegale verdiensten wit te wassen, geen steun kunnen vinden, noch bij de branche, noch bij de belastingdienst, noch bij informanten in het criminele milieu, zo stelt het rapport. Tijdens het onderzoek is tevens vastgesteld dat de veronderstelde criminogene factoren in de speelautomatenbranche niet overeenstemden met de werkelijkheid. In 1996 is voor speelautomaten door de belastingdienst de verplichte tellerregistratie ingevoerd.

KEMA
Sinds het genoemde rapport begin januari 1998 verscheen, is de speelautomatenbranche verder geprofessionaliseerd. De meeste bedrijven beschikken inmiddels over het KEMA certificaat, waaruit onder meer blijkt dat bij deze bedrijven sprake is van een transparante bedrijfsvoering en controleerbare geldstromen. Tegenwoordig zijn de speelautomaten in de meeste centers via een niet manipuleerbaar teller-systeem (het zogenaamde VAN-protocol) aangesloten op gecomputeriseerde managementsystemen en registreren bewakingscamera’s de automaten 24-uur per dag.

Speelautomatenbranche en de overheid
De speelautomatensector is in de loop der jaren een bonafide en professionele bedrijfstak gebleken. Het is merkwaardig dat de overheid de branche desondanks als criminogeen blijft beschouwen, aangezien de wet Bibob van toepassing is verklaard op speelautomatenhallen. Samen met prostitutie, belwinkels, smartshops en coffeeshops, die weer onder de horeca vallen, worden speelautomatenhallen door de overheid bestempeld als een risicocategorie, waar vergunningen mogelijk misbruikt worden voor criminele activiteiten. Deze achterhaalde en onjuist gebleken gedachte uit de jaren negentig blijkt nog steeds springlevend bij politici. Kennelijk ook bij staatsecretaris van Financiën Jan Kees de Jager (CDA), die met ingang van 1 juli a.s. 29% kansspelbelasting wil gaan heffen over de bruto speelopbrengsten ofwel 41% van de netto omzet in plaats van 19% BTW. Om te voorkomen dat de sector failliet gaat moeten de ondernemers dan maar minder prijzen uitkeren aan hun klanten, aldus de staatssecretaris, die door partijgenoot en Rabobank topman Joop Wijn is omschreven als ‘een parel aan de kroon van Nederlands ondernemerschap’. Dat deze staatssecretaris een belastingverhoging van 82% zou invoeren in enige andere sector is ondenkbaar. Bizar is het dat de hele Tweede Kamer zonder slag of stoot akkoord is gegaan met de belastingmaatregel. Pas in de Eerste Kamer zijn kritische vragen gesteld aan ‘de Nederlandse Bill Gates’. Daar zitten wijze mannen die beseffen dat de branche geen criminogene sector is, die een dergelijke belastingverhoging kan opbrengen.

31 mei 2008

Casa Rosso 1980-1984

Na een periode te hebben gewerkt bij veilinghuis Sotheby’s aan het Rokin, belandde ik in 1980 via een paar oude schoolkameraden op de Wallen. Ik studeerde Economie aan de Universiteit van Amsterdam en droeg een brilletje. Studenten waren ze in de rosse buurt nog niet zo gewend. Ik kreeg dan ook snel de bijnaam 'Marcel de student’ toen ik als stoepier ofwel kaartjesverkoper begon bij het liveshow-theater Casa Rosso van 'Zwarte' Joop de Vries. In werkelijkheid heette hij Maurits maar iedereen noemde hem Joop.
Het lukte me aardig om de mensen op straat, voornamelijk toeristen, over te halen de shows van Casa Rosso te bezoeken. Dat was toen nog iets bijzonders. Je ontving een behoorlijke commissie, vooral op de entreebewijzen van 75 gulden waarbij 4 drankjes waren inbegrepen. In korte tijd had ik als student drie auto’s op de parkeerplaats van studentenhuis Meer & Vaart in Osdorp en een videorecorder in mijn studentenkamer.

Koning van de Wallen
De sfeer op de Wallen was uniek. De Vries hield het gedeelte waar hij zijn commerciële belangen had vrij van drugsdealers en verslaafden. In een periode van corruptie bij overheidsdiensten was de politie je beste vriend zolang je maar betaalde. De Vries begon daarom een eigen ordedienst die onder meer bestond uit diverse nationale en internationale vechtsportkampioenen. Door de aanwezigheid van zoveel sportieve types op de gracht kon een hoop narigheid worden voorkomen, dacht Joop. Dat bleek aardig te kloppen want in de praktijk hoefden de handen zelden uit de mouwen te worden gestoken en was alleen de verschijning van zo’n figuur al voldoende. Aan trainingsfaciliteiten ontbrak het de zogenaamde ordecommissarissen niet. Aan de Oudezijds Achterburgwal 76 was de beroemde sportschool 'Oyama' gevestigd waar de krachten op pijl gehouden konden worden.
De Vries had zelfs een eigen vuilophaaldienst die soms meerdere keren per dag het vuil ophaalde. Niet alleen van zijn eigen bedrijven maar ook van bewoners en andere ondernemers langs de route. Groente en fruit, onder andere voor de shows, werden bewust niet bij de groothandel ingekocht maar voor het dubbele bij de gebroeders Estejé op de Nieuwmarkt. Op deze wijze werd de economie in het Wallen-gebied gestimuleerd en werd Joop de ongekroonde 'Koning van de Wallen'. Toch was niet iedereen in de buurt even blij met De Vries. Drugsdealers en verslaafden trokken automatisch naar andere straten en stegen waar De Vries geen belangen had. De bewoners daar waren iets minder te spreken over 'Zwarte Joop'.

Hoogtepunt imperium
Als vroeg in de middag de Wallen weer tot leven kwamen, zag je stoepiers en raamverhuurders met hun brandslangen de rommel van de vorige nacht van de straat spuiten. Tussen de Stoofsteeg en de Molensteeg werd alles brandschoon gehouden. Begin jaren 80 was het Casa Rosso imperium op haar hoogtepunt. Drommen toeristen van allerlei nationaliteiten, tourleiders voorop, wachtten geduldig voor de ingang van het live-showtheater tot zij eindelijk naar binnen mochten. Het was een komen en gaan van taxi’s met de bekende Casa Rosso sticker met de roze olifant. Die brachten hun klanten voor de deur en reden vervolgens een rondje om een envelopje met commissie op te halen.
De bingoavonden in het naast het Casa Rosso-theater gelegen entertainmentpaleis 'Club 26', waren eveneens zeer populair. Jazz-pianist Nedley Elstak speelde vaak in het casino. Maar er was ook een theaterzaal in het complex waar Lee Towers optrad en internationale artiesten als The Platters, Guys & Dolls, The Fortunes en The Tramps.

Keerpunt
In 1983 kwam er een einde aan alle voorspoed en gezelligheid. Eerst vanwege een inval door de FIOD. De overheid had vanwege de komst van het eerste staatscasino in het Amsterdamse Hilton hotel tot een inval besloten bij de jarenlang gedoogde gokbedrijven van Zwarte Joop. Vooral het groots opgezette 'Club 26', riep weerstand op. Daarna volgde de afschuwelijke brand in december waarbij 13 mensen om het leven kwamen. De brandstichter was een ontslagen werknemer van De Vries bij wie de stoppen doorsloegen omdat hij niet naar binnen mocht. Over deze tragische gebeurtenis deden al snel geruchten de ronde dat opdracht voor de brandstichting was gegeven door een ex-werknemer van De Vries die net zelf een gokhuis was begonnen en om klanten verlegen zat. Justitie heeft echter nooit geloof gehecht aan deze complottheorie die destijds uitvoerig in het nieuws was.

Nieuw theater op een nieuwe locatie
'Wij kunnen als gemeente natuurlijk nooit zeggen dat we hopen dat Jopie de Vries op dezelfde plaats weer een sex- en gokimperium gaat maken, maar het is wel opvallend dat hij voor een sociale controle zorgde waardoor dit stukje van de binnenstad weinig openbare-orde-problemen gaf', stelde directeur Nieuwenweg van Bouw- en Woningtoezicht een week na de brand vast in het Parool.
De Vries wilde er eigenlijk mee stoppen maar vanuit de gemeente is toen langs informele weg aangedrongen op herbouw van het theater. De Oudezijds Achterburgwal dreigde anders een no-go-area te worden net als de Zeedijk waar toen drugsdealers en verslaafden de dienst uitmaakten. De Vries wilde de gemeente niet teleurstellen onder voorwaarde dat er een permanent gedenkteken kwam voor de slachtoffers van de brand. PvdA-burgemeester Ed van Thijn, PvdA-wethouder Jan Schaefer en CDA-wethouder Heerma, hebben zich toen hard gemaakt voor een snelle terugkeer van Casa Rosso op de Wallen, zo'n 50 meter verwijderd van de oude plek. In het uitverkoren pand was eind jaren zeventig al eens een sextheater van De Vries gevestigd: ‘Club Number One’. Later diende het gebouw als garage voor de bolides van Zwarte Joop en als verkoopkantoor voor liveshow-tickets voor het ‘hoofdtheater’ op nummer 98, dat afbrandde.
Tot de grote opknapbeurt was voltooid, werden toenmalig bedrijfleider Jan Otten en ik tijdelijk te werk gesteld als kassier in de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy, eveneens eigendom van De Vries. Op 18 mei 1984 opende Casa Rosso haar deuren in het gebouw waar het nog steeds is gevestigd en hopelijk gevestigd zal blijven: Oudezijds Achterburgwal 106-108. Ook het herdenkingsmonument is er gekomen, precies op de oude locatie.

30 mei 2008

ABN-AMRO niet betrokken bij bod op speelhallen

In het verleden zou de ABN-AMRO bank betrokken zijn geweest bij een absurd hoog bod op de speelhallen Molensteeg en Buddy Buddy op de Amsterdamse Wallen. Althans dit beweerde vastgoedhandelaar Willem Endstra, destijds mede-eigenaar van de bedrijven. De heer Endstra verklaarde tijdens de beroemde achterbankgesprekken met de CIE hierover het volgende: 'Mannen uit Den Haag van de ABN/AMRO die in de gokkasten zitten die hadden een bod gedaan van een miljoen of acht hoger'.

Geen bieding gevonden
Als directeur en mede-eigenaar was mij niets bekend van een dergelijk bod of contacten van Endstra met de bank hierover. Endstra stond er echter om bekend dat hij het niet zo nauw nam met de waarheid. Het verhaal van de bieding (‘van een miljoen of acht hoger’) was zo ongeloofwaardig dat zelfs de Nationale Recherche er blijkens het strafdossier geen onderzoek naar heeft gedaan. Er is ook nooit een bieding gevonden tussen de in beslaggenomen administratie en digitaal opgeslagen informatie, afkomstig van het kantoor van de heer Endstra. Geen enkele correspondentie, ook niet in computerbestanden. Bovendien is het algemeen bekend dat reguliere banken niet investeren op de Wallen vanwege de slechte naam die het gebied heeft, een beeld dat voortdurend door de overheid in stand wordt gehouden. De banken waarmee Endstra zaken deed, waaronder de ABN-AMRO bank, mochten juist niets weten van zijn Wallen activiteiten. Zelfs zijn eigen broer en zus waren als medeaandeelhouders hiervan niet op de hoogte, verklaarden zij achteraf.

Bieding gelogen
In de huidige Bibob-zaak wordt mij onder meer verweten dat ik de speelhallen voor een te laag bedrag van Endstra zou hebben gekocht, omdat mannen van de ABN-AMRO volgens een boek getiteld 'De oorlog in de Amsterdamse Onderwereld' veel meer hadden geboden. Ik heb de bank op 1 maart 2008 in een aangetekend schrijven om opheldering gevraagd. Zij hebben mij afgelopen week schriftelijk laten weten van 1999 tot 2006 in de speelautomatenbranche te hebben geïnvesteerd, maar geen bieding te hebben gedaan op de genoemde speelhallen. Tevens verklaarden zij hierover geen contact te hebben gehad met de heer Endstra, noch met andere personen. Endstra heeft dus gelogen.

De wet BIBOB

'MILJOENEN GEWIT OP DE WALLEN', kopte Het Parool op 15 oktober 1999. Criminele organisaties zouden in de jaren negentig voor 150 tot 200 miljoen gulden op de Wallen hebben geïnvesteerd om hun zwarte geld wit te wassen. Omdat de gemeente Amsterdam nauwelijks mogelijkheden had om twijfelachtige ondernemers vergunningen te weigeren, is de wet Bevordering Integere Besluitvorming Openbaar Bestuur (BIBOB) ontwikkeld. ‘Amsterdam wacht daar al jaren op’, beweerde ‘Wallenmanager’ Freek Salm in het Parool destijds.

Voorstudie wet Bibob
Dit krantenartikel en soortgelijke noodklokluidende berichten hebben de politiek er destijds toe bewogen de Bibob-wetgeving klaar te stomen. De berichtgeving was zo stellig dat niemand twijfelde aan het waarheidsgehalte. Kritische kanttekeningen bleven achterwege. Zelfs gerespecteerde en ervaren journalisten als Henk Hofland lieten zich meeslepen door de publicaties en beschreven de Wallen als een treurig buurtje waar het witwassen van de ramen afstraalde.
Deze en andere onrustmakende artikelen over het Wallengebied staan keurig vermeld in het literatuuroverzicht van de 'voorstudie' over de wet Bibob welke in opdracht van het Ministerie van Justitie in maart 2003 werd uitgebracht.
In het rapport is in een voetnoot onderkend dat de wet Bibob op gespannen voet staat met artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens: 'ieder mens wordt geacht onschuldig te zijn tot het tegendeel bewezen is'. Een betrokkene zou op straffe van de fictie dat hij anders gevaar oplevert voor de samenleving, moeten meewerken aan zijn eigen ‘veroordeling’.
Desondanks achtte de politiek deze anti-maffia wet bittere noodzaak want de overheid was de greep op de criminaliteit, zoals op de Amsterdamse Wallen, volledig kwijtgeraakt. Althans zo werd de casus gepresenteerd. Daarom luidde het advies: zo snel mogelijk invoeren. Volgens de onderzoekers zou de praktijk wel uitwijzen of de wet Bibob stand hield bij de rechter.

Successen?
Als eerste gemeente in Nederland ging Amsterdam in september 2003 voortvarend van start met de wet Bibob. Een flink aantal ondernemers zijn sindsdien gescreend. Velen daarvan kwamen niet door de Bibob-toets omdat er vermoedens waren dat er iets mis was met die bedrijven, zoals o.a. Charles Geerts heeft ondervonden. Met een uitspraak van de Amsterdamse rechtbank van 4 januari 2008, kon de gemeente het luxe bordeel Yab Yum op basis van vermoedens sluiten. Het succes is de bestuurders kennelijk naar het hoofd gestegen, want het Amsterdamse gemeentebestuur probeert nu met allerlei suggestieve veronderstellingen van het Bureau Bibob van Wallenondernemers als Jan Otten en mijzelf af te komen. Casa Rosso, de Bananenbar en mijn speelhallen hebben in januari 2008 van de burgemeester te horen gekregen dat aan onze bedrijven geen vergunning meer wordt verleend. Dat had het Bureau Bibob hem geadviseerd.
Gelukkig bracht de Raad van State eind februari 2008 een nuancering aan in de interpretatie van de wet Bibob. Om vergunningen te weigeren mag burgemeester Cohen zich niet uitsluitend beroepen op vermoedens en veronderstellingen van het Landelijk Bureau Bibob. Blijkens de uitspraak heeft hij zelf een onderzoeksplicht.

Vermoedens en veronderstellingen
Decennia lang zijn de Wallen beschouwd als een broeinest van criminaliteit waar de politie het niet voor het zeggen heeft. ‘Wallen zijn vuilnisvat van onze samenleving’ tekende de Telegraaf in oktober 1999 op uit de mond van oud-PvdA fractievoorzitter en advocaat mr. Eberhard van der Laan. Dit was tijdens een symposium over de Wallen in het Amsterdamse hotel Krasnapolsky. Toenmalig Wallenmanager Freek Salm (PvdA) beweerde bij dezelfde gelegenheid dat harddrugsdealers als de Hakkelaar, Charles Z. en belastingfraudeur U., tientallen panden, winkels en horecabedrijven hadden opgekocht voor criminele activiteiten en het witwassen van zwart geld. Volgens de sterke verhalen van Salm, in zijn vrije tijd liefhebber en verzamelaar van stripverhalen, waren liefst 450 woningen met crimineel geld aangekocht. De gemeentekas moest flink worden aangesproken om preventief 35 panden op te kopen voordat criminelen er lucht van zouden krijgen dat de panden te koop waren. Salm was geen rapportenschrijver. Zijn kennis was gebaseerd op persoonlijke netwerken. De Wallenmanager kon zijn veronderstellingen alleen niet zodanig onderbouwen dat er strafrechtelijke opsporingsonderzoeken konden worden ingesteld naar de vermeende witwasserij op de Wallen. De informatie waar Salm mee schermde was vooral gebaseerd op 'verhalen' die rond gingen in de buurt. Veel verder kwam hij niet.
Mogelijk vond het college van Burgemeester en Wethouders dat Salm de situatie op de Wallen schromelijk overdreef om zijn baantje als Wallenmanager veilig te stellen. In oktober 1999 werd besloten zijn Wallen-project te stoppen. In tegenstelling tot Salm vond het college dat de situatie op de Wallen weer onder controle was. Volgens een onderzoeksbureau had de aanpak van Salm succes gehad en was de politie weer zichtbaar op de Wallen. Het bureau concludeerde eveneens dat politie, justitie en de belastingdienst beter zijn gaan samenwerken. Exit Freek Salm.

Politiek
In de landelijke politiek, met name bij de PvdA, dacht men daar toch anders over. Partijlid van der Laan had de Wallen niet alleen gekenmerkt als vuilnisvat van de nationale samenleving maar had daar nog veelbetekenend aan toe gevoegd: ‘misschien wel van de internationale samenleving’. Zonder onderzoek te doen naar feiten waaruit de noodzaak bleek van wetgeving die op gespannen voet staat met de rechten van de mens, werd op landelijk niveau de laatste hand gelegd aan het ontwerp van de wet Bibob. Ex-Wallenmanager Salm ging ondertussen eerst naar Antwerpen om daar de criminaliteit en corruptie te bestrijden. Dat was maar van korte duur, omdat hij zich in zijn werk belemmerd voelde door ‘echte’ georganiseerde criminaliteit. Daarna ging hij naar Rotterdam om zich te bemoeien met de aanpak van de Rotterdamse tippelzone. Na twee jaar moest hij er alweer gedwongen vertrekken.

Feiten en cijfers
Hoewel volgens het college van Burgemeesters en Wethouders de situatie op de Wallen eind 1999 weer onder controle was gebracht moet het daarna weer zijn misgegaan. Het huidige stadsbestuur doet namelijk alsof de situatie zoals beschreven in het Van Traa rapport uit 1996 weer is teruggekeerd, zonder die verslechtering overigens te onderbouwen met feiten. Keiharde cijfers die aantonen dat er honderden miljoenen dubieus geld rondgaan op de Wallen zijn er nog steeds niet. Het blijft gissen op basis van veronderstellingen en vermoedens. Cijfers over witwassen in Nederland berusten op natte vingerwerk en moeten met een flinke korrel zout worden genomen, beweren verschillende wetenschappers al jarenlang. De politici hebben zich dit niet of onvoldoende gerealiseerd toen zij hun goedkeuring gaven aan de wet Bibob. Geen strafrechtelijk vastgestelde feiten maar aannames hebben geleid tot de komst van de wet Bibob. Aannames zoals beschreven in het rapport van de commissie Van Traa over het Wallengebied.
Dat de criminologen hun schokkende conclusies over de Wallen slechts hadden gebaseerd op gesprekken met medewerkers van politie en justitie en niet op feiten, is nooit ter discussie gesteld. Toen de drugsactiviteiten van het IRT bekend raakten, hadden politie en justitie er alle belang bij om de vermeende criminele organisaties die men beweerde met deze methode te willen vangen zo groot en zo gevaarlijk mogelijk voor te stellen. Zo werd onder leiding van professor Fijnaut kunstmatig begrip gekweekt voor de ontoelaatbare opsporingsmethoden om de top van de zogenaamde Delta-organisatie te ontmantelen. Strafrechtelijk bewijs dat een dergelijke top ooit heeft bestaan is nooit geleverd. Wel is er een stortvloed aan bewijs dat welbewust gecreeerde groei-informanten tienduizenden kilo's aan hard- en softdrugs onder regie van politie en douane konden invoeren. Toenmalig minister van Justitie Hirsch-Ballin moest hiervoor het veld ruimen maar heeft ondertussen weer dezelfde ministerspost ingenomen.

Hirsch-Ballin
Stel dat ministers volgens de Bibob-methode gescreend zouden worden, dan had de huidige minister van Justitie de toets nooit kunnen doorstaan. In de jaren negentig was Hirsch-Ballin eindverantwoordelijk voor grootschalige import van hard- en softdrugs. Hij gaf leiding aan een van 's werelds grootste internationaal opererende drugdealers: het IRT. Dit was klaarblijkelijk de Delta organisatie waar men naar op zoek was.